Komt uw volgende baas ook uit India?

Unilever, Mastercard, Citigroup en PepsiCo. Allemaal grote multinationals met één gemeenschappelijk kenmerk: ze hadden onlangs (of nu nog altijd) een Indiër aan het roer. Al dan niet getooid met tulband palmen Indische topmanagers het internationale bedrijfsleven in.

Op zich is hun aanwezigheid niet zo opmerkelijk voor een land met 1,2 miljard inwoners. Al is China -ondanks hun groter aantal inwoners - inzake internationale topfuncties al veel minder sterk vertegenwoordigd. De opmars van India is deze maand zelfs het hoofdartikel in het gereputeerde tijdschrift Time, dat de Indiase CEO zelfs als vooraanstaand exportproduct naar voren schuift. Uit onderzoek blijkt dat India bij de vijfhonderd grootste bedrijven ter wereld, na de VS, als land het best vertegenwoordigd is als het gaat om de nationaliteit van hun topman.

Multinational

Natuurlijk gaat de opmars van hun CEO’s hand in hand met de opmars van India als bestemming. Heel veel multinationals zoals Pepsi, IBM of HP hebben een groot deel van hun personeel daar zitten. Een management- en technologieadviseur als Accenture telt intussen meer mensen in India dan in gelijk welk ander land wereldwijd dan ook.

Toch zijn er veel andere verklaringen. Zo groeide de huidige generatie van Indiase topmanagers op in een omgeving die hen de noodzakelijke capaciteiten kon verschaffen. Ze trotseerden de starre bureaucratie in hun thuisland, wat hen flexibiliteit bijbracht die later goed van pas kwam. Ze communiceerden al snel in het Engels, de wereldwijde voertaal in het zakenleven. Een multiculturele omgeving en hun sterk groeiende economie hielpen eveneens een handje.

Wat tenslotte vaak wordt vergeten, is dat het er in Indië behoorlijk competitief aan toe kan gaan, op school en in het bedrijfsleven. Een vooraanstaand IT-bedrijf als Infosys krijgt er jaarlijks ruim 1,3 miljoen sollicitaties, waarvan uiteindelijk slechts 1 procent echt aan de slag gaat. Of hoe velen er zich – ook als Indiase CEO - geroepen voelen, maar weinig uitverkoren.

Tekst: William Visterin