Kevin Verstrepen, de Belg die Darwins evolutieleer verfijnt

Wie is Kevin Verstrepen?

- Studeert af als bioingenieur aan de K.U.Leuven, verhuist nadien naar het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in de VS voor zijn postdoctoraat, waar hij werkt rond ‘gistcellen’

- Krijgt nadien zijn eigen onderzoeksgroep aan Harvard, met een budget van 400.000 dollar per jaar

-
Werkt sinds 1 jaar terug in België aan de K.U.Leuven en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, waar hij onderzoek levert rond fundamentele genetica en toegepast gistwerk met de industrie

"Schrijft een volledig nieuw hoofdstuk aan de evolutieleer van Charles Darwin." "Overgekocht van Harvard." Deze regels uit de adelbrief van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie over Kevin Verstrepen volstonden voor onze journalist om de tocht richting ’s mans labo in Leuven aan te vatten.

Geen aanval op Darwin

De 34-jarige bio-ingenieur en topwetenschapper Kevin Verstrepen relativeert meteen alle euforie omtrent zijn persoon. “We hebben misschien een zinnetje of twee toegevoegd aan Darwins theorie.” Hoe dan ook, Verstrepens artikel (gepubliceerd samen met een collega) van drie jaar terug in Cell, ’s werelds meest gerenommeerde publicatie in biologie, deed veel stof opwaaien. “Darwin had het onder andere over variabiliteit, genetisch materiaal dat verandert. Hij sprak zich niet uit over hoe die tot stand kwam. Om de eenvoudige reden dat hij er niet genoeg over wist. Nadien besloten meer en meer wetenschappers dat variabiliteit louter en alleen op toeval berust. Er zijn met andere woorden nu eenmaal giraffen met kortere en langere nekken. Voor mij een brug te ver. We leggen mechanismen bloot waaruit blijkt dat sommige stukken DNA sneller veranderen dan andere. Evolutie blijkt zo voor een stukje een zelfsturend proces. Ons onderzoek is helemaal geen aanval op Darwin.”  Een verfijning van diens evolutieleer is een correctere omschrijving. Media en blogs wereldwijd pikten het nieuws gretig op, tot in China toe. “Dat ik nu over evolutie geciteerd word op Wikipedia doet me wel iets. Ultrareligieuze anti-evolutiegroepen probeerden ons vreemd genoeg voor hun kar te spannen. Als zou onze publicatie bewijzen dat er sprake is van ‘intelligent design’. Onzin natuurlijk.”

Headhunters op de loer

Na twee jaar toponderzoek aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en vier jaar als docent en onderzoeksleider aan Harvard besloot Kevin Verstrepen dik een jaar geleden terug te keren naar België. De K.U.Leuven en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) trokken aan zijn mouw. “Vlaanderen had veel in me geïnvesteerd. Ik voelde een zekere verantwoordelijkheid om iets terug te geven. Bovendien is het onderzoek hier echt wel goed. Ik kreeg een degelijke laboruimte én ik kwam terecht in een goeie wetenschappelijke omgeving. Fientje Moerman had toen haar Odysseusprogramma opgestart om Belgische wetenschappers uit het buitenland terug te halen.”

Een ding is zeker: wat  Verstrepen alvast niet over de plas joeg, was het salaris. “Ik verdiende bijna het driedubbele in de VS. Als beginnende prof verdien je in België nagenoeg hetzelfde als een postdoctorandus, 2.400 euro netto. In de VS schieten de lonen nadien verder omhoog, hier zijn ze gebonden aan barema’s. Af en toe krijg ik nog aanbiedingen, vanuit de VS en Europa. Een paar maanden geleden belde een headhunter uit Londen me op, rond een post in Duitsland. Ik zei hem dat ik m’n job hier erg graag deed. Toen begon hij over het loon: 15.000 euro bruto per maand. Ik heb even moeten slikken. Dommerik, dacht ik (lacht).”

Tussen geneeskunde en biotechnologie

Verstrepens studieparcours in twee woorden: redelijk eigenzinnig. “Ik ben met de studie bio-ingenieur gestart aan de K.U.Leuven, na drie dagen maakte ik de overstap naar geneeskunde; mijn interesses liggen dan ook tussen geneeskunde en biotechnologie. Het eerste jaar geneeskunde heb ik afgemaakt. Maar ik wou geen dokter worden. Daarom heb ik nadien toch met veel plezier bio-ingenieur afgewerkt, omdat ik onderzoek wou doen.”

Iedereen raadde hem aan zijn thesis in de geneeskundige sfeer te doen. Verstrepen: “Een gemakkelijkheidsoplossing, wou ik niet. Ik ben gaan werken in een Zuid-Afrikaans labo in wijntechnologie. Ze pakken hun opkomende wijnindustrie daar heel wetenschappelijk aan. Ik heb er gewerkt op de genen van gisten, om betere wijnaroma’s te maken.” Terug aan de K.U.Leuven verraste hij wederom vriend en vijand door een doctoraat te doen op het labo voor brouwerij en mouterij. “Heel wat mensen vonden dat een hele slechte carrièrezet voor iemand die geboeid is door fundamentele genetica. Ik heb opnieuw m’n hart gevolgd. Tijdens mijn doctoraat deed ik zeer toegepast onderzoek rond vergisting in de bierindustrie, maar ik kreeg ook de kans om heel wat fundamenteel werk te doen. Zonder die brede basis had ik nooit het onderzoek kunnen doen dat ik nu doe.”

Beurs van de Belgian American Educational Foundation

Na het behalen van zijn doctoraat, schreef Kevin Verstrepen heel gerichte brieven aan tien toplabo’s, waaronder Harvard, MIT, Stanford en Yale. “Had er één had geantwoord, ik was al tevreden geweest.” Verstrepen kreeg een beurs van de Belgian American Educational Foundation. “Als die labo’s je het eerste jaar niet moeten betalen, word je meteen een pak interessanter. Ze kunnen rustig zien welk vlees ze in de kuip hebben. Mijn uitstekende studieresultaten hielpen ook natuurlijk.” Uiteindelijk mocht Verstrepen bij negen van de tien labo’s beginnen, bij vier van hen is hij daadwerkelijk gaan solliciteren.

Het in de States alombekende ‘two-body’-probleem deed hem en zijn vriendin voor het MIT kiezen. “Mijn vriendin, vier jaar jonger, was toen net afgestudeerd als bio-ingenieur. Voor haar was het veel moeilijker om een job te vinden in de VS. In België is het ongehoord te vragen of ze ook een job hebben voor je vriendin, in de VS niet.” Verstrepens vriendin kon uiteindelijk als onbezoldigde laborante aan de slag. Na een paar maanden kreeg ze er ook een contract.

Vacature bij Harvard

Na twee jaar MIT koesterde Verstrepen de ambitie om zijn eigen onderzoeksgroep te starten. “Mijn baas aan het MIT maakte me attent op een vacature bij Harvard. Ik had geluk. Ze hadden net tien mensen geïnterviewd, maar niemand aangeworven. Je begint moederziel alleen. In een leeg labo. Met een budget van 400.000 dollar per jaar, toegang tot geweldige wetenschappers en geweldige apparatuur. Best akelig en stresserend, maar tegelijk erg leuk. Je hebt dan geen enkele uitvlucht om het niet te maken. Je wordt ook ineens manager, naast wetenschapper.”

Gepassioneerd timmerde Verstrepen aan de weg in zijn labo. “Op piekmomenten werkte ik zonder overdrijven meer dan 70 uur per week, weekends inbegrepen. Na twee jaar bestond mijn team uit zes onderzoekers, plus nog wat studenten. Chris, een Amerikaan die nu ook hier werkt, zat bijvoorbeeld bij een heel gerenommeerde Harvard-prof. Hij had gehoord van een ‘crazy Belgian that works on beer’. Dat klopte dan wel niet helemaal, hij vond dat geweldig. Eerst kwam hij na de werkuren wat ‘moonlighten’, wat experimenteren in ons labo. Nadien maakte hij de overstap. Sommige wetenschappers hadden aanbiedingen van meer gerenommeerde proffen, maar vonden het leuk om met een jonge groepsleider te werken. We gingen samen lunchen en pinten pakken.”

Terug naar België

De dag dat Verstrepen zijn terugkeer naar België aankondigde, riep hij iedereen samen op z’n bureau in Harvard. “De volgende dag stonden ze er opnieuw: of ze niet mee konden naar België? Zoiets pakt je, en was een beetje waar ik op gehoopt had. Ik was met België overeengekomen om eerst alles af te werken in de VS. Dat heeft een jaar geduurd. Niet zozeer voor het onderzoek, want dat kan je vervoeren. Maar je mensen hebben ook persoonlijk leven en een carrière, moeten hun onderzoek kunnen afronden.” Intussen telt het Belgische labo van Verstrepen twaalf medewerkers, op één na werken alle leden van z’n Harvard-team nu in Leuven. “We houden ons enerzijds bezig met fundamentele genetica, hoe erfelijk materiaal wordt doorgegeven en hoe het verandert. Aan de andere kant werken we rond toegepast gistwerk met de industrie, rond bier, wijn en brood. Dat ging verbazend makkelijk, drie grote industriële spelers zijn zelf naar ons gestapt.”

Tekst: Nico Schoofs – Foto: Griet Dekoninck

Lees ook de verhalen van de andere jonge helden