Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Josh Buckley, 19 jaar en sterentrepreneur

“We zijn klaar om de wereld te veroveren.”

“Noteer het maar: tegen Kerstmis staan we met Mino Monsters op nummer 1 op de hitlijst van meest gedownloade iPhone-applicaties.” Ambitieuzer dan Josh Buckley vind je ze amper in Silicon Valley. Amper negentien is hij, maar de Britse entrepreneur staat ons te woord op een zonovergoten terras in hartje San Francisco, met een indrukwekkend uitzicht op de stad en een jaccuzzi die op de achtergrond borrelt en kolkt. “Jack Dorsey, ceo van Twitter, woont ook in dit gebouw”, grijnst hij. Het verhaal achter de nog prille carrière van Buckley, afkomstig uit Kent maar sinds een dik half jaar in Californië wonend, leest als een hedendaags entrepreneursprookje. “Ik begon op mijn elfde met websites ontwerpen, spelenderwijs. Verschillende van die sites verkocht ik. Tot ik op mijn vijftiende de jackpot won: ik verkocht de virtual community-website Menewsha.com voor een megabedrag aan een Texaans bedrijf. Ik ben begin dit jaar naar hier gekomen, al wilden mijn ouders liever dat ik mijn studies zou afmaken. Maar waarom zou ik? Een heleboel bedrijven in Silicon Valley volgden het succes van de website op de voet op. Ik zit goed. Hier in Californië is het weer beter, kan ik doen waar ik zin in heb en verdien ik goed mijn boterham.”

Hij is een zeer handige prater, wat altijd meegenomen is als je een investeerder zoekt, en het verhaal van Joseph Buckley maakt effectief ook indruk in Silicon Valley. Getuige daarvan mede-oprichter TJ Murphy, die Zynga verliet om met Buckley aan iets nieuws te beginnen. Murphy is niet zomaar een ingenieur: hij is één van de geestelijke vaders van Warbook, één van de eerste social games op Facebook. Hij krijgt bij Mino Monsters een goed loon, verzekert Buckley ons, maar hij kwam vooral omwille van de visie. En daar komt uiteindelijk ook geld bij kijken. “We willen een bedrijf worden dat miljarden dollars waard is, zoals Angry Birds nu, en dat moet hem op een dag geen windeieren opleveren. Hij verdient nu bijna een derde minder dan bij Zynga, moet ik zeggen. Hij verdient nog altijd niet slecht – dat is een understatement - , maar hij kan meer impact maken bij een start-up. Dat, samen met een goed doordachte visie, heeft hem overtuigd. Hij is niet de enige topper bij ons: we hebben ook een ingenieur bij Apple weggehaald en een kunstenaar van New York laten overkomen om voor ons te komen werken. Je bent als start-up niet bij voorbaat verloren tegenover de grote spelers in Silicon Valley. Als het op geld aankomt, moeten we natuurlijk de duimen leggen voor grote bedrijven, maar we hebben dingen die zij niet kunnen aanbieden. Op Facebook na misschien: daar ligt de lat héél hoog. Daar is iedereen een topper. Maar we hebben een stevige financiële ruggengraat: we hebben dankzij investeerders een bedrag met zeven cijfers op onze bankrekening. Geloof me: we zijn klaar om de wereld te veroveren.”

Terug naar het hoofdartikel 'Wereldwijde jacht op talent blijft open'