Je zal maar voor Justitie werken… Twee ambtenaren met meer dan 20 jaar ervaring getuigen

 Rechters rollen vechtend over het tapijt, grote strafzaken blijven jaren aanslepen en de langverwachte hervorming van het gerechtelijk landschap lijkt – als we Open VLD moeten geloven - nog maar eens een maat voor niets te worden. Wat doet al dat nieuws met de duizenden werknemers van Justitie? Justitie van binnenuit.  

 

“De eerste eenentwintig jaar van mijn carrière bij Justitie heb ik in Antwerpen gewerkt, met veel plezier, daar niet van. Eenentwintig jaar lang ook heb ik mijn overplaatsing naar Gent gevraagd. Telkens opnieuw kreeg ik hetzelfde antwoord: ‘Zal niet lukken, er zitten al kandidaten ter plaatse.’ Of die kandidaten ter plaatse dan beter of slechter waren, dat deed hoegenaamd niet ter zake.”

Guy De Lobelle, hoofdsecretaris bij het Gentse arbeidsauditoraat, ontvangt ons in zijn ruim kantoor, diep in de buik van het ultramoderne Gentse gerechtsgebouw. Niet bepaald een plek waar je spontaan aan archaïsche toestanden moet denken, en De Lobelle nuanceert dan ook meteen. “Er waait de laatste jaren wel degelijk een nieuwe wind. Vandaag speelt vooral de geschiktheid van de kandidaten bij dergelijke mutatie-aanvragen, en zou het wellicht geen twintig jaar meer duren alvorens ik daadwerkelijk word overgeplaatst (lacht). Toch is de nood aan een beslissende stap in het hervormingsproces binnen Justitie, het dak op een nieuw huis zeg maar, nog nooit zo hoog geweest. Het wat lager geplaatst administratief personeel ligt daar wellicht in veel mindere mate wakker van. Zij doen hun job, en proberen dat vooral zo goed mogelijk te doen, al zullen ook zij natuurlijk beter worden van een grondige hervorming. Voor de leidinggevenden onder het personeel en voor de magistraten is het een heel ander verhaal. Zij staan al jaren aan de klaagmuur en zijn vandaag meer dan ooit vragende partij voor een duidelijke en performante nieuwe structuur. Bij die mensen leeft zeker het gevoel: nu of nooit. Als de beloofde hervormingen opnieuw op de lange baan geschoven worden, dan vrees ik dat een aantal goede krachten hun conclusies zullen trekken en andere oorden opzoeken. Zij zijn het wachten beu. Vooral binnen de magistratuur is dat niet risico niet denkbeeldig: wie over de nodige diploma’s en expertise beschikt, kan vandaag net zo goed elders aan de slag.”

Loopbaantrajecten, of hoe de werkvloer beweegt

Marijke Konings heeft er ruim twintig jaar arbeidsrechtbank Antwerpen opzitten, waar zij het tot hoofd van de griffie schopte. Onlangs maakte ze de overstap naar de vakbond, als permanent afgevaardigde hoven en rechtbanken, maar ze kent het huis - in ons land goed voor 8000 medewerkers en 4000 magistraten - uiteraard van binnen en van buiten. “De eerste tien jaren van mijn loopbaan bij Justitie bewoog er letterlijk niets. En toegegeven, het personeel zelf stelde doorgaans ook niets in vraag. Als dat wel gebeurde, werd het meestal maar bijzonder matig geapprecieerd: je deed je werk en luisterde naar je overste. Punt aan de lijn. Sinds het Octopus-akkoord (eerste aanzet tot een ingrijpende hervorming van politie en gerecht in 1998, nvdr) is er toch een en ander veranderd. Mede onder invloed van de grote maatschappelijke veranderingen klonk ook binnen Justitie de roep om meer efficiëntie, de vraag naar nieuwe structuren almaar luider. Die misnoegdheid onder het personeel vormde de aanzet tot een eerste golf van hervormingen, vooral op lager niveau: van de uitstippeling van loopbaantrajecten over functiebeschrijvingen en evaluatiegesprekken tot het onstaan van een heus opleidingsaanbod. Geloof me, dat was toen ronduit revolutionair. Ook op de vloer beweegt er de laatste jaren een en ander. Heel wat mensen zijn het wachten beu en smeden zelf samenwerkingsverbanden. Bijvoorbeeld tussen de parketten en de rechtbank van eerste aanleg, of over de grenzen van de huidige gerechtelijke arrondissementen heen. Terwijl de structuren om dat mogelijk te maken strikt genomen nog niet bestaan.”

Guy De Lobelle: “Stellen dat we vandaag nog geen stap verder staan dan in 2002 (toen de eerste hervormingen in de praktijk werden omgezet) is absoluut wat kort door de bocht. Vroeger was het de top die dacht, de rest van het personeel voerde uit. Nu gaan we naar een cultuur waarin er stilaan meer samenwerking komt, zowel verticaal als horizontaal, maar de structuren om dat te faciliteren blijven voorlopig achterwege. Stel dat er op een bepaalde dienst iemand maandenlang buiten strijd is omwille van ziekte. In theorie zou je dan op een andere dienst op zoek kunnen gaan naar een tijdelijke vervanger, maar in praktijk kan dat niet omdat het in de huidige structuur onmogelijk is personeel flexibel in te zetten. Ik hoef je niet te vertellen dat dit de efficiëntie niet echt ten goede komt.”  

Eerst Windows, later Linux, dan weer Windows…

Nergens werd het gebrek aan efficiëntie en de nood aan diepgaande hervormingen de voorbije jaren zo treffend geïllustreerd als in de IT-architectuur van onze rechtbanken en parketten. “Ik heb me altijd zo positief en creatief mogelijk opgesteld, maar op dat vlak heb ik nu echt afgehaakt,” zucht De Lobelle. “Het hele gedoe rond IT was een schitterende illustratie van hoe het niet moest: geen langetermijnvisie, geen meerjarenbeleid en dus uiteindelijk ook geen resultaten. Eerst werd Windows afgeschaft, en schakelden we met ons allen over op Linux. Om korte tijd daarna te horen te krijgen dat het opnieuw Windows zou worden. En toen kwam het Feniks-project: jarenlang de ene analyse na de andere, maar het bleek finaal een maat voor niets.

Maar kijk, ik heb intussen mijn eigen systeem ontwikkeld om dossiers te beheren, op basis van doordeweekse office-software. Al heb ik zelfs daar lang voor moeten zeuren. Als we hier vandaag al over adequate softwaretoepassingen beschikken, dan hebben we dat in eerste instantie te danken aan een aantal mensen op de vloer die niet langer wilden wachten op de noodzakelijke politieke beslissingen. Creatief zijn is dus de boodschap. Officieel hebben we immers geen stem in het debat, officieus trachten we ons zo goed mogelijk te redden. Omdat iedereen die het goed meent met justitie, en dat geldt ongetwijfeld voor een grote meerderheid van de zowat 8000 medewerkers, wel voelt dat er een sterke nood is aan meer efficiëntie. Een van de grootste problemen waar we ook vandaag nog mee af te rekenen hebben, is het feit dat er hier nooit een communicatiecultuur bestaan heeft. Er wordt veel gepraat, dat wel, maar dat is nog iets anders dan efficiënt communiceren. Idem dito voor de opleidingen. De eerste vijftien jaar die ik hier doorbracht, heeft men me letterlijk geen dag opleiding aangeboden. Als ik er dan uiteindelijk toch eentje kon versieren, dan moest ik eerst zelf alles uitzoeken en vervolgens heel braaf gaan smeken bij de baas. Want opleidingen, dat was toch eerder een veredeld tijdverdrijf dan een investering in de organisatie?”
Te traag, totaal inefficiënt, zo mogelijk nog minder transparant dan het politbureau onder Stalin: de publieke opinie was de laatste jaren niet mals voor Justitie. “Dat is bijzonder frustrerend, vooral omdat we keihard werden afgerekend op een aantal dossiers die de pers haalden, terwijl 95 procent van het werk wel degelijk en efficiënt werd afgehandeld. Alle begrip daarvoor hoor, soms erger ik me ook dood als zo een dossier weer eens de voorpagina’s haalt, maar mensen maken nu eenmaal soms fouten. En geloof me vrij: ook ik vind het ongehoord dat het vijf jaar duurt alvorens een bepaalde zaak voor de rechter komt.”
  

De vraag van 1 miljoen

Tijd dan voor de vraag van één miljoen: de hervorming van het gerechtelijk landschap staat al jarenlang hoog op de agenda bij elke regeringsvorming. Ook binnen Justitie zelf snakt het personeel naar een nieuwe structuur. Hoe valt dan te verklaren dat regeringspartij Open VLD afgelopen weekeinde nog doodleuk verklaarde dat er ook deze legislatuur geen diepgaande hervorming komt? “Er is geen tijd meer voor grote verhalen voor deze regering,” zo klonk het.

“Kijk, ook binnen de magistratuur heb je mensen die vandaag al tien jaar vooruit denken en stevig aan de boom willen schudden,” stelt Guy De Lobelle. “Helaas zitten er ook nog heel wat mensen die zich wanhopig vastklampen aan hun huidige positie en die geen duimbreed willen wijken. Ik vrees dat vooral zij roet in het eten gooien. Toch heb ik wel de indruk dat de groep die echt vooruit wil, de ruimdenkenden zeg maar, almaar groter wordt. We komen uit een cultuur waarin de overgrote meerderheid van het personeel zich liever heel gedeisd hield, en dus amper de mond durfde te openen. Dat is niet langer het geval, of toch lang niet meer overal. En dat proces kan volgens mij niet meer gestopt worden.”

Marijke Konings: “Vroeger was het heel gemakkelijk: als je maar lang genoeg op je stoel bleef zitten, dan belandde je op een mooie dag automatisch aan de top. Of je daar nu de kwaliteiten voor had of niet. Vandaag kom je daar niet meer mee weg. Mensen verwachten van hun leidinggevenden niet enkel de nodige expertise, ze moeten ook leiding kunnen geven en over bepaalde managementkwaliteiten beschikken. Pas sinds vorig jaar worden nieuwkomers die voor dergelijke functies worden aangeworven door Selor ook getest op die vaardigheden. Binnen Justitie is dat noch meer noch minder dan een revolutie. Willen we onze beste mensen niet zien afhaken, dan moeten we die revolutie nu ook afmaken.”

Tekst: Filip Michiels

Gepubliceerd in het Vacature Magazine van 27 februari 2010