Japan, het land van de tanende zon

Een verouderende bevolking, een economische crisis en een tsunami. De Japanse eilandengroep wordt meer dan ooit verteerd door twijfel, en dat ondanks alle inspanningen om er bovenop te komen. Na twintig jaar depressie vinden lokale bedrijven nog moeilijk jong talent. Kan Japan, dat door z’n lange levensduur met een hoge vergrijzing kampt en aan oude, starre arbeidstradities vasthoudt, het tij keren?


De lucht is klam vanochtend in Tokio. Het regenseizoen is nog niet helemaal voorbij en de grote bolle paraplu’s beschermen de mensen nu eens tegen de stortregens dan weer tegen de dampende zon. De massa dringt compact samen op het trottoir. Voetgangers proberen elkaar met moeite te ontwijken, terwijl de zogeheten ‘salary men’, het economisch legertje in donker pak en al even sombere das, zich in peloton door de metrogangen drumt. In Tokio contrasteert broeierige chaos met ijzige stilte. En de hoge gebouwen maken het constante gevoel van verstikking in deze mierennest nog groter.

Wie voet aan wal zet in deze megalopolis van 30 miljoen inwoners, merkt weinig of niets van de naweeën van de crisis en de aardbeving van 11 maart 2011. Ze blijven verscholen achter de luxueuze etalages van sommige wijken van de Japanse hoofdstad, en sociale tradities. Maar schijn bedriegt. Het land gaat door een deflatie en heeft zich nog niet hersteld van twee verloren decennia (1990 en 2000) tijdens dewelke de banken de gigantische beurs- en vastgoedbubbel moesten te boven komen. Zes maanden geleden heeft de Bank van Japan de rente naar 0% verlaagd en de prijzen dalen langzaam. De binnenlandse markt blijft futloos. De dienstensector is weinig productief. Het land mist de energie om de productiviteit van weleer te creëren. Slechts 11 kernreactoren op 54 zijn momenteel actief en er zouden er nog vijf meer stilgelegd moeten worden voor onderhoud voor het einde van het jaar. Daardoor zullen auto- (Toyota, Nissan, Honda ...) en elektronicafabrikanten (Sony, Sharp, Toshiba ...) hun activiteiten moeten vertragen of outsourcen.

“Er heerst een algemeen klimaat van het onvermijdbare noodlot, waar Japanners zich bij neerleggen”, stelt Robert Dujarric, directeur van het Institute of Contemporary Asian Studies ICAS aan de Temple University van Tokio. Een fatalisme dat de legende van de draak zo mooi beschrijft. Op de rug van de draak is het land gebouwd. Door zich te roeren kan hij een aardbeving veroorzaken, en dus ook een economische catastrofe.

Een tikkende tijdbom

Het probleem van Japan is niet China. Integendeel, China is z’n voornaamste handelspartner. Het probleem ligt bij de eigen demografie. Japanners zijn vandaag met 127 miljoen - dat is 3,6 meer dan in het begin van de 20ste eeuw - en pakken zich samen in de bebouwbare zones tussen de bergen. De flats zijn piepklein en huurprijzen torenhoog. Heel wat inwoners van Tokio en naburige steden leggen dagelijks lange trajecten af met de metro. De kleine man op de straat heeft geen tijd om zich te bekommeren om de grote problemen van de overheid.

De mensen daarvan bewustmaken is nog veel moeilijker omdat de situatie zeer snel is veranderd, met een spectaculaire versnelling van de vergrijzing sinds de jaren ’70. Japan is enerzijds wereldkampioen ‘lang leven’ - de gemiddelde levensverwachting bedraagt 86 jaar voor vrouwen en 79 voor mannen - en het is een van de landen met de laagste vruchtbaarheidsgraad. Het gemiddeld aantal kinderen per vrouw is in 2010 nog verder afgenomen, tot 1,25. Dat cijfer komt lang niet in de buurt van de 2,1 die nodig is om generaties te vernieuwen. Het gevolg: het land van de rijzende zon veroudert zeer snel.

Met zulke cijfers in het achterhoofd is het woord vergrijzing een mild eufemisme. Neen, Japanners moeten zich voorbereiden op een totale maatschappelijke ommekeer. Het tekort aan werkkrachten, een daling van de pensioenen, een stijging van het individuele aandeel in de kosten voor de gezondheidszorg, zonder de kennisoverdracht tussen de verschillende generaties te vergeten. Door de veroudering zal iedereen een zware inspanning moeten leveren.
De actieve bevolking daalt zienderogen, al sinds 2001. Ze zal in 2025 van 67 miljoen naar 63 miljoen gezakt zijn, volgens het Japanse bureau voor economie en statistiek. In 2050 zal de bevolking 38 miljoen eenheden minder tellen. Vandaag ligt het aantal overlijdens 2,4 keer hoger dan het aantal geboortes. Japan is het land dat wereldwijd het snelst veroudert. Dat heeft ook z’n voordelen: de werkloosheidsgraad blijft officieel laag (5,1%). Maar de nadelen wegen wel door: in een land dat bijna hermetisch afgesloten is voor buitenlandse werkkrachten, is het onmogelijk om het peil van de industriële productie te handhaven, behalve als de productiviteitswinst tot een absurd hoog niveau opgedreven wordt. Nu al wordt in tal van fabrieken mankracht vervangen door machines.

Blind voor globalisering

Wat de werving van gekwalificeerd personeel betreft, of talent, zoals Manpower het in z’n studie noemt, is Japan het land met de grootste schaarste. 80 procent van de Japanse bedrijven kan vacatures maar moeilijk invullen. Daar zit de vergrijzing natuurlijk voor iets tussen. Maar Japan lijkt ook zijn oude gewoontes niet te willen wijzigen, ook al maken die het probleem alleen maar erger. Zo maakt het aloude wantrouwen ten opzichte van immigratie het vrijwel onmogelijk om buitenlandse werkkrachten aan te trekken.

In juni haalde de Japanse textielgroep Fast Retailing (waartoe de keten Uniqlo behoort) de media toen hij aankondigde dat het 1.050 ‘niet-Japanse’ werknemers wilde aanwerven tegen 2012. Kortom, 80 procent nieuwe werknemers. Dat is een primeur. Het bedrijf kreeg de publieke opinie eerder al over zich toen het besloot van het Engels de officiële taal te maken voor interne communicatie.

Sinds 1999 probeert de overheid de integratie van buitenlandse werknemers in de Japanse bedrijven te vergemakkelijken, maar het initiatief was tevergeefs. Buitenlandse investeringen zijn al een kwarteeuw niet gestegen: ze maken slechts 4 procent van het bbp uit, ten opzichte van 10 procent in Zuid-Korea en 18 procent in de Verenigde Staten. Vandaar de vrees dat het land misschien terrein zal verliezen in belangrijke sectoren als de bio- en milieutechnologie? “De euforie van de jaren 1980 ligt ver achter ons. Toen ging Japan de wereld veroveren”, beklemtoont Naonori Yamada, adjunct-directeur van het Japan External Trade Organization Bureau (Jetro). “Al kent Europa en jullie land België dezelfde problemen”. En Japan blijft een economische grootmacht en bezit aanzienlijke troeven, namelijk “de grote valutareserves, een sterk financieel systeem en een gediversifieerde economie”, zegt de expert.

In de bedrijven is de teneur wat nerveuzer: daar wordt gewag gemaakt van een  ‘glazen plafond’ dat het elan van bedrijven die voluit voor globalisering kiezen, afremt. “Japanse ondernemingen moeten internationale profielen aanwerven. In tegenstelling tot multinationals hebben grote Japanse concerns geen strategie om buitenlands talent aan te trekken. Daarom voeren bedrijven onvermijdelijk een concurrentieslag voor dezelfde hooggekwalificeerde werkkrachten met uitmuntende talenkennis. Alleen, jonge Japanners die voldoende Engels spreken, zijn moeilijk te vinden”, verklaart Masahiro Ikeda, executive vice president van Manpower Group Japan.

Studenten die afstuderen aan grote universiteiten zoeken eerder in hun thuismarkt een job dan verder te studeren in het buitenland. Sinds 1997 is het aantal Japanse studenten aan Amerikaanse universiteiten gehalveerd, terwijl dat van Chinese studenten verdrievoudigd is . Ondanks de vele werkkrachten, dreigt er een structurele schaarste. De meest gezochte profielen: commerciële medewerkers, financiële experts, juridische profielen, technici, artsen en verpleegkundigen, wetenschappelijke onderzoekers, it’ers en ingenieurs.

“De behoefte is zo groot dat voor sommige bedrijven ingenieurs de titel van levende schat krijgen”, zegt Makoto Matsunaga, senior vice president van Manpower Professional. “Dat geldt ook voor it-experts. Je zou denken dat deze profielen overvloedig aanwezig zijn op de markt, maar de globalisering heeft de selectiecriteria sterk beïnvloed. De competitie met India en China is zo groot in deze sector, dat bedrijven elkaar bekampen met hoge salarissen, luxewagens of zoals bij Nintendo in het zuiden, met flats”, zegt de consultant.

Nood aan vers bloed

Japan is een hiërarchische maatschappij. De Japanse samenleving is ook zo georganiseerd: verticaal, en anciënniteit is er heilig. In het bedrijfsleven is het promotiesysteem aan de hand van anciënniteit diep in de samenleving geworteld. De frustratie van wie onderaan de sociale ladder staat, is begrijpelijk. Je ziet het aantal mensen naar de top altijd even snel stijgen. In 2011 telde Japan even veel inwoners ouder dan 45, als jonger dan 45. Dat betekent niet alleen dat er meer personen zijn voor wie je moet jaknikken, maar ook dat je meer niveaus moet doorworstelen vooraleer je promotie krijgt en meer gepensioneerden die je moet ondersteunen. De babyboomgeneratie die vandaag op pensioen gaat, mag trots zijn op haar verwezenlijkingen. Zij gaf mee vorm aan de industrialisering in Japan, en de babyboomers hebben voldoende gespaard om financieel onafhankelijk te zijn.

Maar om uit de financiële put te geraken, zal Japan zijn economische instellingen ingrijpend moeten veranderen. Dat begint bij een verjonging van de kaderleden. Om die beweging in gang te zetten, kunnen ze rekenen op de multinationals, die eindelijk de normale manier - met andere woorden, zoals in andere landen - hebben gevonden om de carrière van hun kaderleden te managen. Wat goed uitkomt, want het aantal kaderleden blijft maar toenemen: Amerikaanse bedrijven stellen vandaag 200.000 Japanse medewerkers tewerk, ten opzichte van nauwelijks 15.000 zo’n vijf jaar geleden. Wat de Belgische bedrijven betreft, “waren er dat maar twee of drie, tien jaar geleden”, legt Yamada uit. Vandaag zijn ze met dertig.” En al deze bedrijven laten hun westerse managementmethodes doorsijpelen.
“Op dezelfde manier beginnen Japanse bedrijven ook hun eigen managementmethodes in vraag te stellen”, zegt Masahiro Ikeda, executive vice President van Manpower Japan. “Maar ik hoef je er niet bij te vertellen welke sociale problemen dat met zich meebrengt. In Japan is het eenvoudig: de hiërarchische ladder beklim je gewoon via je anciënniteit en je krijgt een vast salaris in functie van je diploma en je rang.”

In plaats van een eeuwenoud cultureel systeem zomaar te ontwortelen, kiezen Japanse bedrijven voor een makkelijkere oplossing: schipperen tussen twee systemen. “De Japanse samenleving wil niet dat er geraakt wordt aan alle verworven voordelen”, aldus Masahiro Ikeda. Daarom zoeken ze naar verschillende subtielere manieren om de verloning enigszins te individualiseren.

“Het land blijft op zichzelf aangewezen”, betreurt Makato Matsunaga, “terwijl bedrijven zich net moeten openstellen voor buitenlandse methodes! We vernieuwen onszelf niet voldoende en onze marges worden almaar zwakker ten opzichte van die in de rest van Azië.” Voor de komende jaren voorspelt deze expert ingrijpende veranderingen: “Met de recessie, de crisis van 2008 en de rampen die onze economie hebben getroffen, willen jongere generaties niet meer werken in hetzelfde kader als hun (voor)ouders. In de toekomst zullen meer en meer werknemers voor de eerste keer in de geschiedenis van het land van de rijzende zon werk buiten onze grenzen gaan zoeken”, voorspelt Matsunaga.

Tekst: Rafal Naczyk

Terug naar het coververhaal 'Japan, een keizerrijk in verval'