It's the economist, stupid!

We schreven november 2008 – in volle financiële crisis - toen de Britse koningin Elisabeth de beroemde London School of Economics bezocht. Bij de kennismaking met de decaan vroeg de vorstin hoe het in hemelsnaam mogelijk was dat zo'n gereputeerd instituut de crisis niet had zien aankomen. Die vraag was niet van enig eigenbelang ontbloot: in de bankencrisis zou Elisabeth zomaar eventjes een kwart van haar beleggingsportefeuille van 100 miljoen pond verloren hebben.

Anno 2011 wachten ze in Buckingham Palace nog altijd op een bevredigend antwoord, maar de pertinente vraag staat sindsdien wel bekend als de 'Queen’s question'. Meer nog: de vraag lijkt actueler dan ooit, nu de wereld op een herhaling van de catastrofe van 2008 lijkt af te stevenen.

Dichter bij huis vertaalt het weinig opbeurende beursklimaat zich in een ware stortvloed aan opiniestukken en interviews met economen en beursspecialisten. Los van het feit dat het bijzonder merkwaardig zou zijn mochten de media vandaag niét te rade gaan bij economische experts, vallen daar nochtans wel enkele kanttekeningen bij te maken.

Kunnen we blindelings afgaan op de visie van economen die de vorige beurscrash ook niet zagen aankomen? En hoe zwaar weegt hun advies echt bij politici en bedrijfsleiders? Hoe groot is hun inbreng in het maatschappelijk debat? Gaan journalisten wel zorgvuldig genoeg te werk bij de selectie van hun ‘experts’, en staan ze daarbij voldoende stil bij de persoonlijke agenda of de werkgever van de mensen die ze dagelijks opvoeren? En, last but not least, de vraag van 1 miljoen: kunnen al die specialisten de volgende crisis nu wel voorspellen, of blijft het sowieso koffiedik kijken?

Onze redactie klopte aan bij vier economische opiniemakers met een verschillende achtergrond, en zij bleken het alvast over één ding roerend eens: economen én media gaan regelmatig te kort door de bocht.

Terug naar het hoofdartikel "Economische expertise: alomtegenwoordig, populair en (soms) omstreden"