"Iedereen moet nu leiderschap tonen" - deel 2

Kunnen we ons huidig welvaartsniveau nog langer aanhouden, of is het almaar sterker opduikende pessimisme rond de toekomst van het oude continent gerechtvaardigd?

Karel Vinck: “Ik ben wat dat betreft niet zo pessimistisch gestemd, maar ik vind wel dat we meer tijd en energie moeten stoppen in onze jongeren. Wie als twintigjarige geen toekomst ziet, niet de kans krijgt zijn talenten te ontplooien, die wordt toch revolutionair?”

Béatrice Delvaux: “De wereld ziet er vandaag radicaal anders uit dan toen wij aan het begin van onze carrière stonden. Een stabiele loopbaan, bedrijven met werkzekerheid voor het leven: dat alles is voltooid verleden tijd. We moeten jongeren dus zin geven om risico’s te nemen, om verandering niet te zien als een bedreiging maar als een kans. Dat begint al in het onderwijs, en dat moet verdergaan op de universiteit en in het bedrijfsleven. Jongeren die naar het buitenland trekken, verder blikken dan de universiteitsaula en risico’s durven te nemen, creëren zelf hun werkgelegenheid. En ja, misschien is het afbouwen van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd in dat opzicht geen slechte zet, zeker niet voor Wallonië. Ik heb dat overigens ook geschreven: wat dat betreft zijn de Vlamingen vandaag onze beste vrienden, want zij hebben die eis op tafel gelegd.”

Moeten we jongeren dan ook meer in bepaalde studiekeuzes duwen, vanuit de vaststelling dat bepaalde diploma’s vandaag nog bitter weinig perspectieven openen op de arbeidsmarkt?

Karel Vinck: “Wie absoluut een bepaalde studierichting wil volgen, moet daar ook de gevolgen van dragen. Ik ben zeker geen voorstander van een beperking van de vrije studiekeuze, maar vind wel dat we meer informatie moeten geven over het potentieel – of net het gebrek daaraan – van bepaalde richtingen. Kijk naar het tekort aan ingenieurs. Dit jaar is het aantal ingenieursstudenten de hoogte ingegaan. Er zijn gerichte inspanningen gebeurd om dat voor mekaar te krijgen, maar tegelijk denken veel mensen dat het ingangsexamen heel moeilijk is, waardoor ze afgeschrikt worden. Fout natuurlijk: met een normale wiskundevorming kan je perfect ingenieursstudies doen. Het voordeel is nu dat je na de bacheloropleiding meer flexibiliteit hebt en van technisch onderwijs naar hogeschool en zelfs universiteit kan gaan. Dat is een ingreep die vruchten zal afwerpen.”

Delvaux: “Ingenieursstudies zijn niet makkelijk, maar je moet moeilijke dingen ook niet uit de weg gaan. We zoeken in België soms de oplossingen op die te makkelijk zijn, op alle niveaus. Iedereen doet dat: ouders, collega’s, werkgevers, …

In landen zoals Italië of Spanje, maar ook in Duitsland, moeten sommige mensen van 30 à 35 jaar zich tevreden stellen met stagejobs  van 1.200 euro, terwijl ze al tien jaar werken. Wacht ons hier eenzelfde lot?

Béatrice Delvaux: “Dat moeten we echt vermijden. Economisch gezien is Duitsland nu misschien wel de beste leerling van de klas, maar voor heel wat werknemers liggen de lonen er bijzonder laag en is de sociale bescherming echt wel tot een minimum afgebouwd. Duitsland heeft in vergelijking met andere landen van hetzelfde kaliber een heel groot aantal mensen dat in armoede leeft. Het is een probleem van deregulering, net zoals in de VS, waar er geen enkele sociale bescherming meer is. We moeten dat zeker niet zomaar kopiëren. Hier in België mag het indexsysteem dan wel tot een zekere loonhandicap voor de bedrijven leiden, tegelijk houdt het onze levensstandaard ook op een zeker niveau en beschermt het onze koopkracht, waar heel wat bedrijven dan ook onrechtstreeks beter van worden. Onze sociale bescherming mogen we dus niet zomaar overboord gooien.”

Repetitieve arbeid verdwijnt uit West-Europa, waardoor laaggeschoolden het moeilijker krijgen. Bovendien moeten ze concurreren met migranten. Krijgen we een duale samenleving, met aan de ene kant goedopgeleiden en de andere kant laaggeschoolden?

Vinck: “Ik denk dat niet. Die dualiteit heeft al altijd bestaan. Bovendien heb je in bedrijven goedopgeleide mensen op kaderniveau nodig, anders kan je niet verder. Maar ik denk wel dat bedrijven een zeer grote verantwoordelijkheid dragen in de opleiding van hun mensen. Dat gebeurt niet genoeg. Dat is een investering die de moeite waard is. Als je wil innoveren, moet je ook de mensen hebben die daarin volgen.”

Dat klinkt mooi in theorie, maar zijn bedrijven bereid om daar in te investeren? Sommige goed opgeleide vijftigplussers verzeilen in de werkloosheid, zelfs als ze bereid zijn om hun looneisen bij te stellen. Voor wie geen diploma heeft wordt dan wellicht helemaal hopeloos?

Vinck: “Die vijftigplusser moet zich inpassen in een functie die intrinsiek heel complex is. Kan hij dat nog? Dat is de vraag. Je moet flexibel genoeg zijn om competitief te zijn op de arbeidsmarkt. Je kan toch niet zeggen dat er in Vlaanderen een groot probleem is als je ziet wat de werkloosheidsgraad is en hoe bedrijven op zoek zijn naar mensen met een minimum aan opleiding die ze kunnen inschakelen. Je zal altijd een zeker percentage werklozen hebben, daar kan je niets aan doen.”

De werkelijkheid is dat veel bedrijven delokaliseren en zo mensen uitsluiten.

Karel Vinck: “Als je op vlak van loonlasten niet kan concurreren met lage loonlanden, dan valt daar niet veel aan te doen. Het enige wat je kan doen, is het innovatieproces op tijd op gang brengen. Dat kan leiden tot het sluiten van het bedrijf of tot een nieuw bedrijf, dat zich competitief kan positioneren.”

Béatrice Delvaux: “Moeten we geen beperkt soort protectionisme invoeren, vraag ik me dan af. Misschien moeten we het basisidee van vrij verkeer van goederen en diensten in vraag stellen. Anders dreigen we de strijd te verliezen. Los daarvan: er bestaat bij bedrijven heel wat hypocrisie over leeftijd. Ik ken veel vijftigplussers die wilden werken en niet erg duur waren, geen al te grote anciënniteit meesleurden, maar toch verkozen bedrijven die functie te laten verdwijnen of een jongere aan te nemen. Het is de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven om mensen die zich helemaal geven ook bij te scholen. Nu het crisis is, zijn opleidingen het eerste waarop bedrijven besparen.”

Karel Vinck: “Dat is fout, natuurlijk. De top van een onderneming moet een duidelijke visie hebben, ook wat opleidingen betreft.”

Hoe moeten we de migratieproblematiek aanpakken? Hooggeschoolde migranten komen amper nog naar hier, laaggeschoolde des te meer. En zij raken hier heel moeilijk aan de bak.

Karel Vinck: “We hebben behoefte aan migranten. Demografisch kunnen we niet anders. En dat ze naar hier komen, is logisch. Ze verdienen hier meer. Congolezen zitten liever hier met een belachelijk laag loon dan in Kinshasa. Wel moeten we meer controleren op sociale fraude, want laaggeschoolde landgenoten worden daar de dupe van.”

Kunnen we ons nog wel veroorloven om jobs door te schuiven naar migranten, terwijl we met veel laaggeschoolde werklozen zitten?

Karel Vinck: “Die laaggeschoolden zijn vaak net migranten.”

Béatrice Delvaux: “Vergeet ook niet dat migranten altijd al de jobs gedaan hebben die we zelf niet meer wilden doen. Hoe je dat kan oplossen? Het onderwijs speelt daar een belangrijke rol in. Sommige technische opleidingen dienen louter om moeilijke en onhandelbare leerlingen in te parkeren. Terwijl net die richtingen de geknipte schakel tussen onderwijs en arbeidsmarkt zijn. Allochtonen moeten meer inspanningen doen om een job te vinden, maar tegelijk moeten we ze ook beter begeleiden. Als je wil dat een allochtoon uit Brussel in Vlaanderen gaat werken, moet je ook voor de nodige infrastructuur zorgen. Die allochtonen moeten tweetalig worden, vinden we, maar als ze het doen krijg je opmerkingen over de Arabische jongeren die de Nederlandstalige scholen verzieken. En vergis je niet: ze willen tweetalig worden. Ze willen zich ook verbeteren.”

Lees deel 1 van het interview

Lees deel 3 van het interview

Tekst: Filip Michiel en Dominique Soenens