Hyderabad, ’s werelds grootste talentmagneet in R&D

Met ruim 43.000 nieuwe banen in onderzoek en ontwikkeling kroonde het Indische Hyderabad zich de voorbije vijf jaar tot de belangrijkste R&D-hub ter wereld. Een uit haar voegen barstende talentmagneet, waar na Microsoft, Dell en Google nu ook Facebook zijn Aziatische hoofdkwartier opent én Colruyt zijn tenten opslaat.

Hitec City

Toegegeven, een talentmagneet, dat klinkt nogal abstract. Iets concreter wordt het wanneer je even de tijd neemt voor een rondrit in Hitec City (voluit The Hyderabad Information Technology Engineering Consultancy City, nvdr).  Een technologiepark dat zelfs naar Indische maatstaven enkel in superlatieven te beschrijven valt. Het is vandaag al het grootste technologiepark van het land, inclusief groene residentiële zone voor een deel van de ruim 400.000 hoogopgeleide werknemers. Enkele namen? IBM, Microsoft, Accenture, Oracle, Amazon, Dell, Deloitte en, jawel, Colruyt. Al is de aanwezigheid van de Belgische distributiereus voorlopig nog maar virtueel. Op de plaats waar vandaag hijskranen en bulldozers de moessonregens trotseren, moeten eind volgend jaar 800 mensen aan de slag zijn. “Op dit moment stellen we in ons huurpand in Hyderabad nog maar goed 200 mensen tewerk”, verduidelijkt Philip Catrysse, divisiemanager it-sourcing bij Colruyt. “We werven hier wel continu aan, vandaar de beslissing om onze nieuwbouw (een investering van zowat 8 miljoen euro, nvdr) meteen ruim genoeg te maken. De resterende kantoorruimte zullen we in eerste instantie verhuren.”

Colruyt in Hyderabad

Dat de keuze van Colruyt op Hyderabad – en bijvoorbeeld niet op de veel bekendere ‘rivaal’ Bangalore – viel, is geen toeval. “We werken intussen ruim zes jaar samen met TCS, met goed 150.000 werknemers de grootste Indische softwareleverancier”, blikt Catrysse terug. “Een dergelijk outsourcingcontract met zo’n speler is niet enkel een behoorlijk dure grap, het viel ons ook op dat het bedrijf in kwestie een bijzonder hoog personeelsverloop had. Jaarlijks verkaste tot 40 procent van de werknemers er naar een ander bedrijf. Terwijl we elk jaar opnieuw een pak mensen moesten opleiden, stelden we daarna vaak vast dat ze er binnen het jaar vanonder muisden. Dat bracht ons op het idee om de zaken hier zelf in handen te nemen. Bij een vergelijkende studie tussen een aantal potentiële locaties, waaronder ook Mumbai, Bangalore en Chennai, kwam Hyderabad als beste optie uit de bus. Dat had deels te maken met een aantal praktische factoren – het relatief milde  klimaat, de logistieke infrastructuur, noem maar op - maar ook het prijskaartje speelde mee. It’ers zijn hier nog altijd een pak goedkoper dan in pakweg Mumbai of Bangalore, en dat zal ook nog een hele tijd zo blijven. Om je een idee te geven: de loonkost voor goed geschoolde medewerkers ligt hier op zowat 20 procent van het Belgische niveau. Al moet ik daar meteen aan toevoegen dat ook de productiviteit nog een stuk lager ligt. Toch was de kostenfactor voor ons niet het meest doorslaggevende criterium om naar hier te trekken. We vonden en vinden in België gewoonweg niet voldoende mensen om onze continue groei te ondersteunen. Het is nooit onze bedoeling geweest om onze software-ontwikkeling integraal naar India te verhuizen. Hier in India vinden we de specialisten die we nodig hebben wel veel sneller, terwijl hun technische bagage minstens even goed is als in Europa. Toegegeven, het rekruteringsproces zelf is dan weer een stuk lastiger dan in België. We moeten de procedures als het ware normeren naar Indische standaarden. Indiërs zijn technisch minstens even bedreven, maar in klassieke ‘Belgische’ selectieproeven waarin ook zwaar op creativiteit gemikt wordt vallen ze vaak door de mand.”

Harde concurrentiestrijd

Westerse bedrijven die een deel van hun productieproces of software-ontwikkeling uitbesteden aan landen zoals India, China of Vietnam worden in eigen land vaak met een scheve blik bekeken. Het vermoeden van sociale uitbuiting loert vaak nadrukkelijk om het hoekje. “Dat verhaal gaat hier bij ons totaal niet op”, verzekert Catrysse. “Het klopt dat werkweken van vijftig uur of meer in de Indische it-sector niet uitzonderlijk zijn, maar bij ons is een werkweek van veertig uren het absolute maximum. Wie meer uren wil kloppen, doet dat volledig onbezoldigd. Net dat beleid zorgt ervoor dat onze medewerkers hier sterker gemotiveerd zijn om langer bij ons te blijven, ook al is de concurrentie gigantisch groot. Het jaarlijkse verloop ligt bij ons vandaag op 13 procent, bij TCS is dat ruim 30 procent. Zowat 80 procent van de mensen die we aanwerven zijn schoolverlaters, die we dan een interne opleiding aanbieden. Het is dus uitdrukkelijk de bedoeling dat die nieuwkomers ook kunnen doorgroeien binnen het bedrijf. Het verhaal als zouden we hier enkel de zogenaamde routinejobs met lokaal talent invullen, houdt dus geen steek. We merken wel dat de strijd om wat meer ervaren krachten hier ook in alle hevigheid woedt, en daar is de aanwezigheid van zowat alle grote jongens uit de it-sector natuurlijk niet vreemd aan. Bovendien dromen heel wat Indische jongeren nog altijd hardop van een buitenlandse carrière.”

250 hogescholen en universiteiten

Hyderabad mag dan al het nieuwe technologiewalhalla van India zijn, de stad heeft jong talent nog veel meer te bieden dan een pak ronkende namen uit de it-sector of consultancy. In het rapport ‘Doing Business in India’ van de Wereldbank, waarin de belangrijkste steden met elkaar worden vergeleken, eindigt Hyderabad op nummer twee. Na het relatief onbekende Ludhiana, maar ver voor bekende namen als Mumbai of Chennai. En uit een onderzoek van de American Chamber of Commerce in India komt de metropool naar voor als de absolute lieveling van de ruim 500 grote Amerikaanse bedrijven die vandaag al business doen in India. De belangrijkste troeven? Een stabiel economisch en politiek klimaat, een centrale ligging en bijzonder goede infrastructuur, het hoogste aantal hogescholen en universiteiten van het land (ruim 250!) en een indrukwekkende reserve aan goed opgeleide en sterk gemotiveerde werkkrachten.

“Vergis je niet, Hyderabad is echt wel veel meer dan een grote it-hub,” stelt Rajeshwara Rao, secretaris-generaal van de lokale kamer van koophandel. “De steile opgang van de stad is in de eerste plaats te danken aan de farma- en chemische industrie, die hier al enkele decennia zwaar investeren. In die mate zelfs dat ruim een derde van alle geneesmiddelen die in India ontwikkeld en geproduceerd worden nu uit Hyderabad en wijde omgeving afkomstig zijn. In het zog van de farmareuzen streken daarop ook de biotech-bedrijven en gespecialiseerde voedingsbedrijven hier neer. Medio jaren negentig volgde dan een ware golf van vooral Amerikaanse it-investeringen. Dat had deels te maken met de reputatie die de stad  intussen verworven had, maar er speelde een nog veel belangrijkere factor: één op vier Indische softwarespecialisten in de VS is afkomstig uit deze regio. Dat was de Yahoo’s en Microsofts van deze wereld blijkbaar ook opgevallen, waardoor ze hier prospectie begonnen te doen. Tegelijk keerden nogal wat stadsgenoten zelf ook uit het buitenland naar hun geboortestreek terug om hier een eigen bedrijfje op te starten. Zo groeide de regio stilaan uit tot een echte talentmagneet.”

Van landbouwer tot it’er

De komst van al die buitenlandse technologiebedrijven heeft de stad de voorbije jaren drastisch van aanzicht doen veranderen. Met zijn 8,8 miljoen inwoners is het niet enkel één van de snelst groeiende steden van India, Hyderabad oogt ook een pak moderner dan pakweg Mumbai. En zowel de logistieke als technologische infrastructuur is er stukken moderner en betrouwbaarder dan in de doorsnee Indische grootstad. Geen wonder dus dat Microsoft er zijn grootste R&D-campus buiten de VS inrichtte en dat nu ook Facebook er neerstrijkt. De populaire netwerksite wil vanuit Hyderabad zijn Aziatische netwerk beheren en startte er enkele maanden terug met de aanwerving van 500 ingenieurs.

“Het stadsbestuur en de regionale overheid waren enkele decennia terug zo visionair om een infrastructuur uit te bouwen die ook op maat was van buitenlandse investeerders”, vervolgt Rao. “Vooral de bouw van HITEC City (gestart eind jaren negentig, nvdr) was een beslissende stap in de economische uitbouw van de stad en de wijd omgeving. Daarbovenop kwamen belastingvoordelen en een bijzonder flexibele sociale wetgeving die het mogelijk maakte dat bedrijven 24 uur per dag bleven draaien. Voor Amerikaanse en Europese bedrijven biedt dat ongekende voordelen: wij werken en blijven aan het werk terwijl jullie slapen (grijnst). Dat gezegd zijnde, beschouw ik de ruime beschikbaarheid van zeer goed opgeleide mensen toch als onze belangrijkste troef. Deze staat, Andhra Pradesh, heeft nooit een sterke industriële traditie gekend. De meeste mensen verdienden hier hun kost in de landbouw, en dat is uiteindelijk ons grootste geluk gebleken. Toen almaar meer jonge mensen eind vorig eeuw inzagen dat hun toekomst niet langer in het familiale landbouwbedrijf lag, was er eigenlijk geen andere optie dan te gaan studeren. Echt industriële tewerkstelling was immers zeldzaam. Bedrijven vinden nu heel snel de hoog opgeleide specialisten waarnaar ze op zoek zijn en bovendien liggen de lonen hier ook een flink stuk lager. Natuurlijk zijn die vandaag ook aan een stevige klim bezig, maar sowieso blijven onze mensen nog minstens tien tot vijftien jaar goedkoper dan Amerikaanse of Europese specialisten. Terwijl de lonen van it-specialisten daar ook al enkele jaren fors de hoogte ingaan. Onze productiviteit mag dan vandaag nog iets lager liggen, de komst van al die grote jongens met hun moderne managementsystemen zorgt er voor dat ook daar snel verandering in komt.”

“Deze regio had in de jaren zeventig en tachtig van vorige eeuw af te rekenen met een grote hersenvlucht. Vandaag liggen de kaarten totaal anders, en stijgen de grondprijzen hier razendsnel omdat zoveel multinationals hier een stekje willen. Het lokale talent ziet zich dus niet langer verplicht om uit te wijken, de potentiële werkgevers zakken zelf naar hier af. Weet je, het Westen kampt vandaag ook nog al te vaak met een verkeerde beeldvorming over India. Zeker in een stad als Hyderabad is de levensstandaard de voorbije jaren spectaculair gestegen. Goed opgeleide jongeren vinden hier alles wat ze willen. Als ze al naar het buitenland willen, dan is het hoogstens om daar enkele jaren extra ervaring op te doen en die hier dan achteraf te gelde te maken. Vergeet niet dat de Indische economie ook veel sneller groeit dan de Europese of Amerikaanse economieën. De toekomst ligt dus hier, en dat besef groeit stilaan maar zeker.”

Tekst: Filip Michiels

Verschenen in Vacature Magazine van 25 september 2010.