Hoe ziet het trainingsschema van Romelu Lukaku eruit?

Amper 13 jaar oud is Romelu Lukaku wanneer RSC Anderlecht hem samen met zijn één jaar jongere broer Jordan wegplukt bij de jeugd van eersteklasseclub Lierse. Vandaag, op zijn 17de, is hij het allereerste Purple Talent dat in de A-ploeg speelt. Toch volgt hij tussen alle trainingen door ook nog een gewone 32-uren-lesweek. Hoe hij dat voor elkaar krijgt, vroegen we aan Jean Kindermans, technisch directeur van de Anderlechtse jeugdopleiding, en aan Romelu himself.

In totaal telt RSCA zo’n 500 jeugdspelers waarvan 60 Purple Talents. Wie schopt het tot Purple Talent?

Jean Kindermans: “Je moet uiteraard talent hebben. De speler moet deel uitmaken van de nationale jeugdploegen van RSCA. En hij moet het studieniveau intellectueel aankunnen. Want de planning zit eivol, dikwijls spelen ze nog voor de Belgische nationale jeugdteams en zitten ze veel in het buitenland.”

Hoe ziet het trainingsschema van zo'n Purple Talent eruit?

Jean Kindermans: "De Purple Talents leiden al op jonge leeftijd het bestaan van een profvoetballer: studeren, twee trainingen per dag, en rusten. Tijdens het vierde lesuur en de speeltijd krijgen die Purple Talents individuele en groepstraining van onze jeugdtrainers. Ex-profvoetballers als Charly Musonda, Johan Walem of Geert Emmerechts. RSCA maakt een jaarbudget van ongeveer 125.000 euro vrij voor die Purple Talents, zodat onder meer die jeugdtrainers, die in principe enkel ‘s avonds aanwezig zijn, overdag training kunnen geven op school. In een achtste lesuur onder begeleiding volgen die jongens bijles, studeren ze of maken ze huistaken. Op die manier missen ze niets. ” 

En valt dat drukke schema een beetje mee in de praktijk?

Romelu Lukaku: “Ik zit intussen in mijn laatste jaar onthaal en pr. (fier) En ik ben nog nooit blijven zitten. Wanneer ik ‘s morgens in het stadion aankom, vertelt Peter Smeets van de sociale cel mij wat er die dag op het programma staat. Soms heb ik ergens geen zin in, maar ik moet wel. Na school pikt mijn chauffeur me op. Mijn ‘personal coach’, een leerkracht,  krijgt mijn huiswerk en zegt me wat ik wanneer moet doen. Soms maak ik twee, drie dagen huiswerk op één avond. Dan heb ik volgende avonden vrij. Het eerste jaar als Purple Talent had ik moeite op school. Maar ik heb toen een déclic gemaakt: je moet gewoon volhouden. Wat ze je op school vertellen, moet je onthouden. Net zoals de tactische richtlijnen van de trainer.”

Jean Kindermans: “Vorig jaar hebben we alle Purple Talents bevraagd. En ondanks de propvolle agenda, wil geen een uit het project stappen. De planning vinden ze heel druk, maar tegelijk beseffen ze dat ze die offers moeten brengen.”

De Purple Talents-formule blijkt een grote troef om jonge toppers te overhalen voor RSCA te spelen?

asset/32961

Jean Kindermans: “Dat klopt. Heel wat ouders zijn er terecht om bekommerd wat er gebeurt als hun zoon geen profvoetballer wordt. Hier stomen we hun kinderen tegelijk klaar voor de arbeidsmarkt, want we hebben niet de pretentie te beweren dat elke Purple Talent een profvoetballer wordt. Talent is enkel de basis. Arbeid, geduld en geluk zijn andere parameters. Je hebt spelers die het hier maken. En je hebt anderen die het net niet halen hier, maar wel elders in eerste klasse spelen of in het buitenland. Sommigen hebben te weinig geduld. Anderen hebben het geduld, maar niet het geluk. Neem de 19-jarige Badibanga, die steekt nadrukkelijk de neus aan het venster. Maar hij speelt op de positie van Gouden Schoen-winnaar Mbark Boussoufa, de ster van het elftal. Dat is ontzettend lastig voor hem. We praten veel op hem in. Jongens die het uiteindelijk niet halen, dat zie je veel meer dan het omgekeerde. Die op 10, 11-jarige leeftijd Europese klasse hebben, overal de titel ‘beste speler van het tornooi’ wegkapen. Plots stagneert hun ontwikkeling, zijn ze bijvoorbeeld gekwetst. Precies omdat ze te snel opgehemeld werden tot vedette door hun entourage, zijn ze het niet gewoon om met tegenslagen om te gaan.”

Loopt het dan zo vaak fout met die talentvolle jeugdspelers die naar het buitenland vertrekken?

Jean Kindermans: “Het is echt heel ontmoedigend. We zitten ondertussen aan dertien jeugdvoetballers die de laatste zes jaar naar het buitenland zijn vertrokken. Naar Frankrijk, Nederland, Duitsland of Italië. Amper één van die dertien doet het niet zo slecht. Al de rest speelt al terug bij een Belgische club. Ze vertrekken te vroeg, denken dat ze al een stervoetballer zijn. Kijk: als je hier slaagt, verdien je veel geld. Daarom concentreer je je best op slagen, de rest komt later vanzelf. Maar om dat jongens van 14, 15 jaar te doen inzien die zot gemaakt worden door allerlei managers...Wanneer ze toevallig in een dipje zitten, op de bank zitten, of niet op hun beste positie spelen, zijn ze daar. ‘Dit zou nooit gebeuren in Spanje’. Het kost erg veel energie om onze spelers daar tegen te beschermen. Ik ben meer bezig met people management, met het inpraten op jongens, dan met voetballen zelf. Gelukkig kan ik de slechte ervaringen van die dertien al vertrokken spelers voorleggen: ‘waar staan ze nu? Zeker niet verder dan bij ons’. We kunnen spelers pas contractueel vastleggen in België vanaf zestien jaar. Maar we wachten liever tot ze zeventien, achtien jaar zijn. (Lukaka kreeg op zijn zestiende wel al een profcontract, nvdr) Om te zien of het talent zich daadwerkelijk ontbolstert. RSCA krijgt enkel een opleidingsvergoeding als zo’n jonge speler vertrekt, een bedrag dat niets voorstelt als het om jongens van het kaliber Lukaku gaat.”

Romelu Lukaku: “Ik ben altijd nuchter geweest. Bij het Londense Chelsea heb je gasten die er al van hun achtste spelen. Je hebt er in het eerste elftal topspelers als Didier Drobga of Nicolas Anelka. Zouden ze mij daar opstellen? Natuurlijk niet. Daarom kan ik veel beter eerst hier rijpen, mijn school afmaken en mijn familie elke dag zien.”

Tekst: Nico Schoofs – Foto: Isabel Pousset

Lees het volledige artikel in Vacature Magazine.