Hoe scoren kinderen uit Freinet- of Steineronderwijs op universitair niveau?

Hoe zit het met de slagingspercentages op universitair niveau van leerlingen die op een Steiner- of Freinetschool op de banken zaten? Het is een pertinente en op het eerste gezicht ook niet eens echt moeilijke vraag. Helaas, niemand kon er ons een antwoord op geven.

Noch bij de overkoepelende organisatie van Freinet en Steiner, noch bij universiteiten en ook niet bij het ministerie van Onderwijs. Eén van de betrokkenen vroeg ons zelfs de cijfers aan hen door te spelen, mochten we die te pakken krijgen. Niet dus. Of toch: de Middelbare Steinerschool Vlaanderen bleek wél interessante gegevens te hebben, meer bepaald over welke studies leerlingen volgden na hun middelbare schoolloopbaan. “We hebben navraag gedaan bij onze oud-leerlingen en kregen informatie van zowat 90% van hen”, zegt Paul Buyck, pedagogisch directeur Middelbare Steinerschool Vlaanderen. “55% van hen koos voor het hoger onderwijs van het korte type (bachelor) en ruim 45% van hen voor het lange type (master). Hun voorkeur blijkt te gaan naar de sociaal-agogische, de psychologische en pedagogische richtingen én de lerarenopleidingen, met een totaal van bijna 40%. Ruim 20% van hen kiest voor de eerste drie takken en ruim 16% voor de onderwijsloopbaan. Daarna volgen de meer artistieke en toegepaste artistiek-technische richtingen, zoals muziek, podiumkunsten, audiovisuele en beeldende kunsten, én architectuur. In totaal zit 26 % van onze gediplomeerden onder deze categorieën.

Economie, handelswetenschappen, industriële, technologische en toegepaste wetenschappen zijn samen goed voor 15%. Telkens 10% van de gediplomeerde oud-leerlingen kozen voor taal- en letterkunde, geschiedenis, godsdienst, moraal en wijsbegeerte enerzijds of voor gezondheidszorg en geneeskunde anderzijds. Heel laag scoren de exacte wetenschappen én de politieke en sociale wetenschappen, rechten en criminologie. Elk slechts goed voor een paar procentpunten.”

Tekst Dominique Soenens