Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Hoe meer hooggeschoolden, hoe florerender het bedrijf

U heeft een fraai ingenieursdiploma op zak en u wil wat, een baan in een financieel gezond en stevig groeiend bedrijf bijvoorbeeld. De kans dat u als ingenieur om de oren geslagen wordt met verleidelijke aanbiedingen is niet bepaald gering, maar welke bedrijven bieden u ook op langere termijn het beste perspectief?

En in welke mate bestaat er in dan een verband tussen bedrijven die economisch goed presteren en tegelijk ook zwaar inzetten op hoger geschoolden? De redactie van Vacature en Graydon sloegen de handen in elkaar en trachten u vier weken lang– opgesplitst in evenveel functiedomeinen - een antwoord te bieden op beide vragen.

Aantal hooggeschoolden speelt mee

Eric Vandenbroele, researchverantwoordelijke bij Graydon: “Wat mij na deze oefening heel sterk opvalt, is het rechtstreekse verband tussen de rekrutering van hooggeschoolden en de economische prestaties van de toppers uit de verschillende sectoren. Anders gesteld: de bedrijven die algemeen economisch gezien het sterkst groeiden de voorbije jaren hebben in verhouding doorgaans ook het hoogste aantal hoogopgeleiden aangeworven of behouden. Omgekeerd blijkt binnen die bedrijven het aantal arbeiders of lager opgeleiden eerder stabiel te blijven of zelfs af te nemen.

Als we nagaan in welke mate die hoger opgeleiden ook kader- of directiefuncties innemen bij die groeibedrijven (een extra parameter die door Graydon onderzocht werd, nvdr), dan valt het op dat vooral het aantal directieleden niet bepaald spectaculair toeneemt bij de best presterende bedrijven. Bij de kaderleden daarentegen zien we wel een systematische stijging. Met andere woorden: de bedrijven die het in de periode 2006-2009 opvallend goed deden, investeerden fors in hoger opgeleiden en breidden hun kader ook stevig uit, maar op directieniveau bleef alles eerder stabiel.”

Cashflow boven omzet

Er bestaan minstens evenveel meningen als misverstanden over de parameters waaraan je het ‘goed presteren’ van een bedrijf kan afmeten. Klassiek wordt daarbij doorgaans gekeken naar de omzet: als een bedrijf jaar naar na jaar een hogere omzet boekt, zou dat in theorie ook moeten aangeven dat het bedrijf gezond is en goed presteert. “Terwijl dit puur economisch gezien een misvatting is”, aldus nog Vandenbroele. “Als aandeelhouder ben ik strikt genomen niet geïnteresseerd in een omzetgroei van mijn bedrijf. Wat mij daarentegen wél aanbelangt, is de mate waarin het bedrijf in staat is waarde te creëren: het is best mogelijk dat de omzet gestegen is, terwijl mijn winst stabiel blijft of zelfs daalt. Daarom ga ik uit van twee andere factoren: enerzijds het bedrijfsresultaat dat aantoont in welke mate de core-activiteit van een onderneming echt winstgevend is, anderzijds de cashflow die ook de rentabiliteit meet die geen winst is maar die ik wel in mijn bedrijf houd als een soort buffer. In die zin is de mate waarin de cashflow evolueert dus een veel betere waardemeter om in te schatten of een bedrijf al dan niet goed beheerd wordt. Als ik dat alles vertaal naar de arbeidsmarkt, dan zou ik me ook als sollicitant veel meer laten leiden door een goed evoluerende cashflow dan door de pure omzet. Vanuit de redenering dat bedrijven met een stijgende cashflow ook waarde creëren en me dus goed kunnen betalen. Als ik enkel afga op de omzet daarentegen loop ik het risico een verkeerd beeld te krijgen van de financiële situatie van een bedrijf.”

Uit de analyse van Graydon en Vacature blijkt dus een sterke band tussen goede bedrijfsresultaten en het aanwerven van hooggeschoolden. De hamvraag is: leidt het rekruteren van meer hoogopgeleiden op termijn naar betere resultaten? Of is het omgekeerd: moet een bedrijf eerst mooie resultaten neerzetten voordat het aandurft om meer hoogopgeleide werknemers aan boord te halen

"Dit is niet alleen een heel interessante vraag, het is ook de vraag waar onderzoekers zich vandaag over buigen", reageert professor Frederik Anseel, professor organisatiepsychologie Universiteit Gent. "Om daar een inzicht in te krijgen, gaan de economen meestal terug in de tijd en kijken ze of goede winstcijfers gevolgd worden door meer rekruteringen, of omgekeerd, voorspellen meer aanwervingen betere resultaten voor de jaren nadien? De onderzoekers zijn er nog niet helemaal uit wat de kip is en wat het ei. Waarschijnlijk is het zo dat een bedrijf zijn goede resultaten gebruikt om meer hooggeschoolden in te lijven, die dan op hun beurt zorgen voor nog meer winst. Noem het een Mattheuseffect: de goede bedrijven worden nog sterker.”

Het maakt onderdeel uit  van een brede investeringsinspanning in ‘human capital’. Die ondernemingen doen ook extra inspanningen op het vlak van training en opleiding, betere evaluatiegesprekken en de begeleiding en het verzelfstandigen van zijn werknemers ('empowerment').
Frederik Anseel: "Het is als een vliegwiel dat begint te draaien en versnelt. Sommige bedrijven slagen erin hun mooie resultaten om te zetten in een reeks van succesvolle jaren. Maar het kan ook omgekeerd: als het slechter gaat en de directie beslist te snoeien, dan belandt het bedrijf in een vicieuze cirkel naar beneden. Het aantal vacatures dat een bedrijf publiceert, is hier mogelijk één van de graadmeters. Grote beleggers volgen al langer of een onderneming zijn 'human capital' verzorgt, vooraleer ze er aandelen van kopen. Zo kan een sollicitant ook best nagaan in welke fase een werkgever zit, in een opwaartse of neerwaartse spiraal?”

Toegenomen concurrentie

"Ik geloof dat de echte 'trigger' voor het aanwerven van meer hooggeschoolden de toegenomen concurrentie is”, aldus econoom Joep Konings. De Leuvense professor plaatst deze evolutie in een globale context. “Toen de Vlaamse textiel de productie van T-shirts naar China zag vertrekken, zat er niets anders op dan uit te pakken met hoogtechnologische weefsels. Daarvoor hadden de textielbedrijven meer ingenieurs nodig. Dit is typisch voor de Belgische ondernemingen die opteren voor hightech en complexere productiesystemen. Omdat de loonkosten hier zo hoog oplopen, zoeken zij methodes om een hogere toegevoegde waarde te leveren, en dat met zo weinig mogelijk arbeid. Het aanwerven van hooggeschoolden is dus het gevolg van de technologie die ze daarvoor inzetten. Want ze hebben medewerkers nodig die in zo'n hoogtechnologische omgeving mee kunnen. Eenmaal de onderneming dit zoekproces voorbij is, is ze in staat nieuwe markten aan te boren en op een grotere schaal te opereren.”

Wanneer de bedrijven dat hoger niveau van productiviteit halen, stelt professor Konings twee effecten vast: een grotere overdracht van kennis en een efficiënte on-the-job-training. Konings: “In een omgeving met meer hooggeschoolden bevruchten de medewerkers elkaar met hun kennis en ideeën. Dat leidt tot meer innovatie, tot een hogere productiviteit en dus tot meer winst. Uit ons onderzoek blijkt dat on-the-job-training ook een grotere impact heeft op de performantie van bedrijven. Omdat die werknemers beter geschoold zijn, verwachten ze een hoger salaris, maar de stijging van de productiviteit in die bedrijven is hoger dan de toename van de loonkosten.”