Hoe lanceer ik mijn eigen virtuele merk?

Toegegeven, het klinkt nogal plat opportunistisch, maar zo veel mogelijk informatie delen via sociale netwerken is in de eerste plaats een kwestie van eigenbelang. Vanuit het principe: hoe meer je jezelf blootgeeft, informatie deelt en links doorstuurt via sociale netwerken zoals Facebook, Twitter of LinkedIn, hoe meer interessante informatie je op termijn zelf ook zal ontvangen.

“Bovendien kom je zo ook op de radar bij mensen die je persoonlijk niet kent, maar die je professioneel misschien wel iets kunnen bijbrengen of je ooit ergens van nut kunnen zijn. En omgekeerd toon je natuurlijk ook waar je zelf zoal mee bezig bent, of waarin jouw expertise lig. En, minstens even belangrijk, je wekt minstens de indruk een ondernemend iemand te zijn”, stelt Karel Platteau, expert sociale media bij het Fonds Pascal Decroos.

“Al is een waarschuwing daarbij ook op zijn plaats: wie zich online professioneel wil profileren, moet daarbij wel duidelijke keuzes maken. Welke kanalen zijn voor professioneel gebruik bestemd, welke zijn puur privé? En wil ik via die sociale netwerken volledig mijn persoonlijke mening ventileren, of komt het er vooral op aan om de perceptie die collega’s, klanten of potentiële werkgevers van me krijgen te gaan sturen? Je zou soms vreemd opkijken wat een vergelijkende analyse van de profielen die iemand zichzelf via verschillende sociale netwerken profileert, kan opleveren. Uitkijken dus daarmee, en de knop om je privacy-instellingen aan te passen op Facebook of Google Plus staat daar niet zomaar.”

Hoe ga je nu best te werk om, zonder daar gigantisch veel tijd in te stoppen, je eigen virtuele ‘merk’ te lanceren en daarna ook in de schijnwerpers te blijven bij mensen die je professioneel van nut kunnen zijn? Karel Platteau onderscheidt drie belangrijke stappen:

1. Maak een eigen website, pagina of weblog aan, waarop je informatie, nieuws, links of eigen blogs bundelt die je graag wil delen met anderen.

Een soort marktplaats dus om geïnteresseerden via verschillende sociale netwerken naartoe te leiden. Tegenwoordig bestaan er ook websites zoals about.me of flavors.me die je toelaten om een soort pagina aan te maken met relevante info en een overzicht van alle sociale media waarop je actief bent.

2. Kies de sociale media die voor jou interessant zijn, en die je dus ook toelaten het publiek te bereiken dat je wil bereiken.

Facebook, LinkedIn en Twitter zijn de meest voor de hand liggende, maar er bestaan ook netwerken die meer nichegericht zijn, en voor jou misschien interessanter kunnen zijn. In dat opzicht is pipl.com een interessante webstek: je krijgt er meteen een overzicht van de sociale netwerken waarop mensen zoal actief zijn.

3. Kies de onderwerpen waarover je graag wil communiceren, en ga daarbij eventueel ook op zoek naar een specifieke niche waarbinnen je jezelf extra kan profileren.

Informatie aanleveren kan via eigen teksten, foto’s, slideshows of videolinks, maar je kan natuurlijk net zo goed informatie die jij binnenkrijgt verder gaan delen.

Die instroom aan nieuwe informatie kan je overigens ook deels automatiseren. Sommige RSS-feeds – abonnementen op websites zeg maar – kan je koppelen aan de verschillende sociale netwerken waarop je actief bent. Neem nu bijvoorbeeld Twitterfeed, een instrument dat je toelaat om de info binnen een bepaald vakgebied die je zelf doorgestuurd krijgt vanuit een website ook rechtstreeks naar anderen door te spelen via je eigen Twitter-account.

Al moet je daarmee ook niet overdrijven, het kan niet de bedoeling zijn dat je tienmaal per dag iets doorstuurt. Toch nog één gulden regel daarbij: het is stukken productiever wanneer anderen over jou spreken, of je ergens vermelden, dan wanneer je dat zelf doet. Sommige sociale netwerken laten je uitdrukkelijk toe om ‘aanbevelingen’ te vragen. Doe dat ook, maar enkel wanneer die ook passen in het beeld dat je wil verspreiden.