Hoe faillissementsfraudeurs alles en iedereen oplichten

Ze richten de ene firma op nadat de andere tot de laatste druppel is leeggezogen. Hun slachtoffers zijn niet alleen de RSZ of leveranciers, maar ook hun eigen personeel. Soms laten ze een spoor van meer dan twintig ter ziele gegane bedrijven na.

Maak kennis met de seriële ondernemer in failliete bedrijven.

Op 28 oktober 2011 belde de zieke vrachtwagenchauffeur Oumar Chagaev na lang aarzelen naar zijn baas bij de transportfirma JPF-Trans. “Ik voelde me al een hele maand zo ziek als een hond en slikte zware medicijnen, maar ik durfde niet thuis blijven”, vertelt Chagaev (56). “Ik wist dat mijn baas geen fan was van zieke werknemers. Een paar jaar eerder had de dokter me twee weken ziekteverlof geschreven. Vlak nadat ik me bij de secretaresse op kantoor ziek gemeld had, hing de baas aan de telefoon. ‘Als je morgen niet in je vrachtwagen zit, bezorg ik je je C4.’”

Maar nu lukte het Chagaev echt niet om te gaan werken. “Ik was aan het einde van mijn Latijn en moest van de dokter minstens een maand thuis blijven.” Dus tikte hij het nummer van JPF-Trans met knikkende knieën. “In november zit ik ziek thuis. Sorry.”

Op 8 november belde de postbode bij de Chagaevs aan. “Samen met met het loonbriefje van oktober, overhandigde hij me mijn aangetekende ontslagbrief. Ik was niet echt verrast, maar het kwam toch hard aan.” Toen Chagaev later die week zijn rekening checkte, merkte hij dat het loon voor oktober en zijn opzeggingsvergoeding niet gestort waren. “Ik belde met een oud-collega. Hij vertelde me dat hij een nieuw contract had moeten tekenen met daarop een andere firmanaam en als vanouds met de vrachtwagen reed. ‘Een formaliteit’, had de baas gezegd. Zijn loon van oktober was wel gestort.”

Chagaev stapte naar zijn vakbond en hoorde tot zijn grote ontzetting dat JPF-Trans op 8 november de boeken had neergelegd. “Naar mijn loon en opzegvergoeding kon ik fluiten. Zolang ik in mijn opzegperiode zat, kreeg ik van de mutualiteit geen uitkering. Mijn vrouw werkt deeltijds, we hebben drie opgroeiende kinderen waarvan er twee nog studeren en we hebben een lening lopen voor de afbetaling van ons huis. Ik heb meer dan 5000 euro te goed van het failliete JPF-Trans.”

Van zonnebankcenter tot transportfirma

Als Oumar Chagaev die 28e oktober niet ziek geworden was, reed hij nu misschien nog met zijn oude vertrouwde vrachtwagen voor zijn oude vertrouwde baas voor een voorlopig nog springlevend bedrijf. “Ik weet niet hoeveel collega’s er samen met mij op straat gezet zijn”, zegt Chagaev. “Als chauffeurs hadden we sowieso weinig contact met elkaar. Ik heb acht jaar voor dezelfde baas gewerkt. De eerste jaren heette de firma Dys-Trans.” Tot Chagaev In de vroege ochtend van 16 november 2010 gewekt werd door een rinkelende telefoon. “De baas. Of ik zo snel mogelijk langs het kantoor kon passeren, in een deelgemeente van Ternat, om een vers contract te tekenen, want de firma had een nieuwe naam gekregen: JPF-Trans.”

Brein achter Dys-Trans en JPF-Trans is Francis Van Lil uit Affligem. In de loop der jaren heeft Van Lil zich bekwaamd in het bankroet laten gaan van een met schuld overladen transportbedrijf, om onmiddellijk daarna een nieuw bedrijf als een feniks uit de as te laten herrijzen. Zo blijkt uit de gegevens uit de balanscentrale van de Nationale Bank, en de rechtspersonendatabank van het Belgisch Staatsblad.

Tot 2005 leek Van Lils transportbedrijf Dys-Trans behoorlijk te functioneren. Met bijna 40 personeelsleden in dienst maakte het een bescheiden winst. In 2006 ging het plots, ondanks een gelijk gebleven omzet en evenveel personeelsleden, spectaculair slecht en stapelden de verliezen zich in sneltreinvaart op. Dys-Trans betaalde zijn leveranciers niet en op 16 november 2010 werd het bedrijf na dagvaarding gedwongen de boeken neer te leggen. Blijkbaar had Van Lil de bui een jaar eerder al zien hangen, want in mei 2009 timmerde hij de vennootschap achter zonnebankcenter Cibo uit Asse om tot transportbedrijf JPF-Trans. Op de dag dat JPF-Trans de boeken neerlegde, 8 november 2011, verklaarde de Brusselse rechtbank van koophandel het faillissement van Dys-Trans voor eens en voorgoed gesloten.

Spil in het bedrijvenkluwen van Van Lil is zijn managementvennootschap Ceisser Management & Investment, dat als zaakvoerder de andere bedrijven leidde. Hoe roder de eindcijfers bij Dys-Trans en JPF-Trans werden, hoe meer Ceisser Management & Investment floreerde. Werden Dys-Trans en JPF-Trans uitgemolken door Ceisser Management? “Ceisser Management had met die andere bedrijven niets te maken”, reageert Van Lil. “Het is geen transportfirma, maar een managementvennootschap. Waar Ceisser haar inkomsten vandaan haalt? Ik heb geen transportfirma meer en ik heb ook geen personeel meer in dienst. Ik ben u helemaal geen uitleg verschuldigd.”

‘Een kei kun je niet stropen’

De curator van dienst bij de faillissementen waar Francis Van Lil verantwoordelijkheid voor draagt, is Ronald Parys, advocaat en tevens burgemeester van Ternat. Over de zaak-Van Lil wil hij het liever niet hebben; over faillissementsfraude in het algemeen wel. “Het komt vaak voor en neemt de laatste jaren alleen maar toe”, zegt hij. “Maar er is een onderscheid tussen degenen die er hun handelsmerk van maken en degenen die er tegen beter weten in rollen. De echte oplichters stichten vennootschappen met de bedoeling snel rijk te worden. Ze volstorten slechts een deel van het kapitaal, leveren een aantal prestaties, innen de inkomsten maar betalen hun schulden niet. Wanneer de schuldeisers zich ervan bewust worden dat er een probleem is, zijn ze allang met de noorderzon vertrokken. Vaak maken ze gebruik van stromannen en geven ze een terminaal zieke, werkloze of asielzoeker het statuut van zaakvoerder. Er zijn ook mensen die het wel goed menen bij de oprichting van hun vennootschap. Alleen proberen ze hun zaak zo goedkoop mogelijk op te richten, met een minimum aan kapitaal, waardoor ze na de kleinste commerciële of financiële tegenslag kopje onder gaan. De banken zijn niet meer zo gul met kredieten, dus eigenen die zaakvoerders zich een krediet toe waar ze eigenlijk geen recht op hebben: ze betalen hun schuldeisers niet meer, of ‘vergeten’ de Rijksdienst Sociale Zekerheid of de bedrijfsvoorheffing van hun werknemers te storten. Als ze vervolgd worden, blijken ze vaak onvermogend te zijn; een kei kun je nu eenmaal niet stropen. Wie zaakvoerder of bestuurder is geweest in zo’n vennootschap en verschoonbaar is verklaard, kan op geen enkele manier wettelijk gestopt worden om een nieuwe activiteit te starten. De correctionele rechtbank kan voor sommigen wel een verbod uitspreken, maar dat gebeurt zelden of nooit. Mensen hebben trouwens ook recht op een nieuwe kans.”
Volgens Stefaan Van Hecke van handelsinformatiebureau Credit-Consult duiken vaak dezelfde namen van zaakvoerders of bestuurders bij verschillende faillissementen op. “We houden er geen statistieken van bij, maar toch valt dat heel sterk op. Het is niet uitzonderlijk dat ze een paar weken voor hun ene bedrijf failliet gaat, het andere al hebben opgestart of een vennootschap hebben omgetimmerd. Ik ga regelmatig bij klanten langs om de mogelijkheden van onze databank te tonen. Vaak wordt dan de vraag gesteld: ‘Zoek dat bedrijf eens op, want ze betalen niet meer.’ Soms gaat er bij mij dan een belletje rinkelen, en ja hoor: de zaakvoerder van dat bedrijf blijkt dan al verschillende faillissementen achter zijn naam te hebben staan.”

Wat onderneemt curator Ronald Parys als hij vermoedt dat er faillissementsfraude in het spel is? “Dan signaleer ik dat aan het parket. Al gebeurt daar niet veel mee. Ik vind wel dat de Brusselse rechtbank van Koophandel haar best doet om tegen frauduleuze faillissementen op te treden.”

Stefaan Van Hecke is het daar niet mee eens. “Er zijn meer dan vijftig faillissementen per dag in België”, zegt hij. “De rechters van de handelsrechtbanken laten faillissementsfraude gewoon passeren. Vonnissen vellen over faillissementen is vooral in Brussel en Antwerpen lopende bandwerk. De rechters schenken geen aandacht aan de fraudegevallen omdat er te weinig druk is vanuit de politieke wereld en omdat de wetgeving het gewoon toelaat dat mensen met te weinig startkapitaal vennootschappen opstarten. Met 6000 euro kun je een bedrijf starten, zelfs al heb je tien faillissementen op je palmares.”

Betaald per kilometer

Faillissementsfraude wordt vaak geassocieerd met de transportsector. Volgens Jan Sannen, secretaris van de transportvakbond ACV-Transcom, is dat een mythe. “Het komt in alle sectoren voor. Als je ziet hoeveel bedrijven er in de transportsector aan de slag zijn, valt de faillissementsfraude er relatief goed mee.”
Vrachtwagenchauffeur Oumar Chagaev heeft nog 5000 euro te goed van het failliete JPF-Trans. Volgens een paar oud-collega’s van Oumar zet de vroegere baas zijn activiteiten verder met een andere firma, al ontkent die dat. Ziet Chagaev ooit nog zijn geld? Jan Sannen: “Bij faillissementen met een onvermogende werkgever kunnen werknemers voor hun achterstallige loon terecht bij het Fonds voor Sluitingen van Ondernemingen. Bij faillissementen zijn de tussenkomsten van het Fonds geplafonneerd tot ongeveer 6000 euro. Arbeiders met 20 jaar dienst en het maximum aan opzegvergoeding krijgen alles terug van het Fonds, maar een bediende die recht heeft op twee jaar vooropzeg zal slechts een klein deel kunnen recupereren. Veel malafide ondernemers proberen mensen te rekruteren die niet meer weten van welk hout pijlen te maken en die daarom bereid zijn om deels in het zwart te werken. Een tijd geleden kregen we de dossiers van koeriers te behandelen die voor een carrousel van minstens 23 bedrijven hadden gewerkt. De chauffeurs moesten ritten verzorgen tussen Herentals en Zaventem en werden niet per uur, maar per kilometer vergoed. De ‘zaakvoerders’ betaalden geen RSZ-bijdrage en factureerden hun klanten via een firma met een fictief adres. Ik heb die zaak toen aangekaart bij de arbeidsauditeur, de openbare aanklager binnen de arbeidsrechtbank. Binnen de week heeft hij samen met zijn inspectiedienst dat hele zootje opgerold.”

Moet een curator dan niet sneller de arbeidsauditeur inlichten als hij vermoedt dat er faillissementsfraude in het spel is? “Misschien wel. Al is een curator in eerste instantie door de rechter aangeduid om de boel op te ruimen en niet om detective te spelen.”

Lees het vervolg van het artikel: 'Kwart van alle faillissementen frauduleus?'