Hoe betalen we in de toekomst onze pensioenen?

De gemiddelde pensioenleeftijd ligt vandaag op 59 en dat terwijl de officiële pensioenleeftijd 65 is. Willen we het systeem betaalbaar houden, dan moet er dringend een en ander veranderen. Wat staat er op de planning van de partijen?

asset/31130

1. Wettelijke pensioenleeftijd omhoog? Nee

2. Meer ouderen op de arbeidsmarkt houden? We willen zorgen voor periodes van minder intensief werk en voor mogelijkheden om andere taken aan te vatten. Jobs willen we toegankelijker maken voor oudere werknemers: daartoe willen we werkgevers stimuleren en ondersteunen.

3. Finaciering pensioenen? We verhogen de link tussen wat werknemers bijdragen en wat ze terugkrijgen. We versterken de eerste pijler en we voegen er een component aan toe, die de aantrekkelijke aspecten van de huidige tweede pijler koppelt aan het efficiënte, het veilige en het solidaire karakter van een publiek gefinancierd stelsel.

In de eerste fase richten we een publieke tweede component in onder paritair beheer. Met een gezamenlijke inspanning door overheid, werkgevers en werknemers in het kader van het sociaal overleg kunnen we de pensioenen op middellange termijn met 5 tot 10 procent laten stijgen. Ook op korte termijn verbeteren we op die manier de pensioenen gevoelig. En we zetten een mechanisme in de steigers waar de jongere generaties op lange termijn van zullen genieten. Voor hen wordt deze publieke tweede component een substantiële component van het wettelijk pensioen.

Het Zilverfonds blijft de beste manier om de uitgaven van de federale overheid onder controle te houden en tegelijk de sociale zekerheid voldoende te financieren. We stoppen er het geld in dat we van de banken terugkrijgen en we gebruiken het om de tweede component een goede startbasis te geven.

Lees de volledige verkiezingstekst.

asset/31131

1. Wettelijke pensioenleeftijd omhoog? Nee

2. Meer ouderen op de arbeidsmarkt houden? Groen! pleit onder meer voor uitgroeibanen, waarbij oudere werknemers via extra vakantiedagen en vormen van deeltijds werk hun arbeidstijd gradueel kunnen verminderen. Via systemen van mentorschap kunnen oudere werknemers jongere collega’s coachen en opleiden.

3. Finaciering pensioenen? Het huidige repartitiestelsel voor de wettelijke pensioenen blijft: de huidige werknemers en belastingplichtigen betalen de huidige pensioenen, de werknemers en belastingplichtigen morgen betalen de pensioenen morgen.

Aanvullende pensioenen blijven aanvullend. Ze kunnen er toe bijdragen dat ouderen meer financiële middelen hebben om hun gewenste levensstijl te kunnen financieren en zich voldoende ‘zeker’ voelen wanneer medische of andere kosten opduiken op het einde van de levensloop. Voor Groen! is het onwenselijk dat aanvullende pensioenen noodzakelijk zouden worden om een waardige oude dag te kunnen beleven. De partij wil dat een wettelijk pensioen daar oor instaat, want niet iedereen heeft de mogelijkheid (gehad) om te kunnen sparen. Daarom is voor Groen! de versterking van het wettelijk pensioen prioritair.

De sociale partners spelen een cruciale rol bij de verdere uitbreiding van de tweede pijler, zodat de ongelijkheid tussen sectoren met en zonder tweede pijler verdwijnt. Dit gebeurt in de eerste plaats via sociaal overleg: de aanvullende bedrijfspensioenplannen maken immers deel uit van de loononderhandelingen.

Meer uitleg.

asset/31132

1. Wettelijke pensioenleeftijd omhoog? Nee. We raken niet aan de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar. Voor een volledig pensioen zijn 45 gewerkte of gelijkgestelde jaren nodig.

2. Meer ouderen op de arbeidsmarkt houden? CD&V wil alle mechanismen aanpakken die ertoe leiden dat oudere werknemers minder kansen krijgen op de arbeidsmarkt. Zo wil de partij het brugpensioen met grote terughoudendheid inzetten. Volgens CD&V is het systematisch uit de arbeidsmarkt stoten van oudere werknemers geen duurzaam beleid. Het is een verspilling van menselijk kapitaal, verhoogt het risico op armoede op latere leeftijd en verhoogt de druk op de financiering van de sociale zekerheid. We houden daarom vast aan de evaluatie opgenomen in het Generatiepact.

3. Finaciering pensioenen? De klemtoon blijft liggen op de eerste (wettelijke) pensioenpijler. Dit sluit niet uit dat we de nodige stimulansen geven om de tweede pijler verder te verbreden. Door een hogere werkzaamheidsgraad na te streven zullen we uiteindelijk komen tot meer inkomsten en minder uitgaven voor de sociale zekerheid. Voor ons is een hervorming van de pensioenen geenszins een synoniem van besparen op de pensioenuitkering.

Het volledige verkiezingsprogramma van CD&V.

asset/31135

1. Wettelijke pensioenleeftijd omhoog? Nee. Wil je een volledig pensioen, dan hoor je 45 jaar te werken.

2. Meer ouderen op de arbeidsmarkt houden? Vervroegde uittreding is pas mogelijk na 40 loopbaanjaren. Brugpensioen willen we op termijn afschaffen. In een eerste fase maken we het brugpensioen duurder voor werkgever én werknemer. Daarnaast moet de leeftijdsvoorwaarde voor collectief brugpensioen naar omhoog (elk jaar komt er 2 jaar bij). In lijn met het Generatiepact wordt individueel brugpensioen vóór 60 jaar onmogelijk gemaakt. Tenslotte moeten ook bruggepensioneerden niet alleen beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt, ze moeten ook mee ingeschakeld worden in het activeringsbeleid.

3. Finaciering pensioenen? We willen meer werknemers een aanvullend pensioen geven. Om het systeem aantrekkelijker te maken wil Open Vld de sociale bijdragen verlagen. Tot een bepaald bedrag zullen de stortingen volledig vrijgesteld worden van sociale bijdragen. Momenteel betalen werkgevers een sociale bijdrage van 8,86% op de stortingen die zij doen voor de financiering van de tweede pijler van hun werknemers. De werknemers betalen geen bijdragen.

Een tweede probleem met het huidige systeem van aanvullend pensioen is dat de bedragen die ingelegd/gespaard worden, nog vaak te laag zijn. Om dit te verhelpen wil Open Vld dat in de toekomstige loononderhandelingen voor de private sector, een gedeelte van de loonmarge gereserveerd wordt voor stortingen in de tweede pijler. Voor de individuele werknemer moet het bovendien mogelijk zijn om in het eventuele pakket van extralegale voordelen ook te kunnen kiezen voor pensioenopbouw.

Naar het volledige programma.

asset/31134

1. Wettelijke pensioenleeftijd omhoog? Nee, de feitelijke uittredingsleeftijd wel. De loopbaan moet een periode van 40 tot 45 jaar dekken waarin werk en dus bijdragebetaling is gebeurd. Dit laat ook meer flexibiliteit toe, waarbij de tijdspaarrekening onderdeel uitmaakt van de pensioenberekening die rekening houdt met het al dan niet volmaken van het traject 65/40-45 jaar.

2. Meer ouderen op de arbeidsmarkt houden? Het brugpensioen en andere stelsels van vroegtijdige uittreding willen we afbouwen. Vanaf de leeftijd van 60 jaar moet het elk jaar aantrekkelijker worden om te blijven werken. We willen onder andere afstappen van een leeftijdsgebonden loonvorming die oudere werknemers uit de arbeidsmarkt prijst. De loonvorming moet beter aansluiten bij de toegevoegde waarde van werknemers.

3. Financiering pensioenen? De N-VA blijft uitgaan van het wettelijk pensioen, de zogenaamde eerste pijler, als basis voor het behoud van de levensstandaard op de oude dag. Iedere gewerkte dag moet tellen, zeker in de berekening van de wettelijke pijler. De N-VA pleit voor de afschaffing van het loonplafond in de pensioenen. Door de ‘splitting’ van de socialezekerheidsbijdragen tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden wordt het mogelijk de gevallen waarin teruggevallen wordt op een minimumpensioen aanzienlijk te beperken. Immers, elk van de echtgenoten zal dan een eigen pensioen opbouwen.

De tweede pijler-regelingen die voorzien in een aanvullend pensioen voor groepen werknemers of zelfstandigen willen we van een goed wettelijk kader voorzien en aanmoedigen. Hetzelfde geldt voor het individueel pensioensparen, de derde pijler. Wel moet erover gewaakt worden dat de financiële ondersteuning niet leidt tot omgekeerde herverdeling. Het overlevingspensioen zal geleidelijk uitdoven. In de plaats ervan komt de individuele pensioenrekening die wordt opgebouwd uit de ‘splitting’ van de bijdragen van gehuwden of wettelijk samenwonenden. Ook wordt voor wie een partner verliest sowieso voorzien in een overbruggingsuitkering van een jaar zodat men zich makkelijker aan de gewijzigde gezinssituatie kan aanpassen.

Lees ook de andere standpunten van N-VA.

Naar de andere thema's.