Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Het Jordaanse anti-revolutierecept: iedereen ambtenaar

De revolutie? Daar liggen ze in Jordanië niet echt wakker van. Met dank aan de centen uit het buitenland, en in naam van de koning. Wat de Facebook-generatie er écht wil: een dikke slee, een hippe smartphone en… een baantje als ambtenaar.

Books@Café, een boekenwinkel annex bar-restaurant hartje Amman, is de perfecte samenvatting van alles wat je niet verwacht aan te treffen in de hoofdstad van een conservatief moslimland. Luide basdreunen vullen het hip aangeklede interieur, weinig subtiel gedecolleteerde meisjes en opzichtig geklede jonge homo’s lurken er samen aan de waterpijp en het aantal iPhones en Blackberries valt amper te tellen. En toch ligt Oost-Amman, de krioelende volksbuurt waar je al flink wat moeite moet doen om één vrouw zonder hoofddoek te vinden, amper een kilometer verderop. Tomesha, een even welbespraakte als intelligente architecte van 25, glimlacht even wanneer we haar met die bevinding confronteren. “Trap niet in de val waarin de meeste toeristen trappen als ze hier belanden, met de Lonely Planet als leidraad. Of wanneer ze een weekje doorbrengen in een ultramodern en gigantisch hotelcomplex aan de Dode Zee, afgewisseld met een bezoekje aan Petra. De jongeren die je hier ziet, zijn allesbehalve een staalkaart van de Jordaanse jeugd. Het zijn haast allemaal verwende fils à papa. En de openheid en verdraagzaamheid die hier geëtaleerd worden, zijn zonder meer uitzonderlijk. Als de meisjes die je hier ziet in deze outfit op straat lopen, komen ze gegarandeerd in de problemen. Maar de revolutie, die zal hen worst wezen.”

Niets is wat het lijkt in Jordanië, en als het land tot vandaag gespaard gebleven is van al te zware of gewelddadige protesten tegen het regime, dan is dat net zo goed dankzij als ondanks het complexe machtsspel dat zich hier achter de schermen afspeelt. Het is een verhaal dat ik tijdens onze trip door Jordanië meer dan eens te horen zal krijgen: dit is een heel ingewikkeld land, boordevol precaire evenwichten, dat niet zomaar op eenzelfde lijn als Egypte of Tunesië kan worden geplaatst. Palestijnen - die haast 50 procent van de bevolking uitmaken - versus ‘echte’ Jordaniërs, de ene stam tegen de andere, de oerconservatieve rurale bevolking versus de beter opgeleide hoofdstedelijke bevolking (goed voor 35% van het totale aantal inwoners). Of nog: de ambtenarij, goed voor 40 procent (!) van alle officiële banen en hoofdzakelijk bevolkt door Jordaniërs, versus de privésector, die vooral op ondernemende Palestijnen draait.

Daarboven, als uniek bindmiddel, de koning, die door iedereen op handen wordt gedragen en waarop iedereen zich om de haverklap beroept. Internationaal wordt Jordanië al jarenlang beschouwd als een oase van stabiliteit in de regio, een land dat goed ligt bij het Westen en tegelijk alom gerespecteerd wordt door de Arabische buren. Voor wat hoort wat, en dus belonen de VS koning Hoessein en zijn entourage jaarlijks met een blanco cheque van 1 miljard dollar, naast nog eens voor honderden miljoenen projectsubsidies. Ter plekke wordt gefluisterd dat koning Hoessein ook enkele keren per jaar op de thee mag bij de rijke buren uit Saoedi-Arabië, waarna hij terugkeert met een koffertje bomvol contanten. En natuurlijk doet ook de EU haar duit in het zakje. Dankzij al die centen kon het Jordaanse regime de sociale vrede in eigen land jarenlang ook min of meer afkopen. Niet enkel via een gigantisch ambtenarenapparaat maar net zo goed met subsidies die de voedsel- en brandstofprijzen op een aanvaardbaar niveau moesten houden. Dat werd de voorbije maanden almaar moeilijker, en nu het land dit jaar tegen een begrotingstekort van drie miljard dollar aankijkt, houden almaar meer buitenlandse waarnemers in Amman hun hart vast. Wat zal er gebeuren als de centen op zijn, en de bevolking de economische malaise ook echt in de portemonnee zal voelen?

Vuile werk voor buitenlanders

De helft van de Jordaanse bevolking is jonger dan dertig, en in theorie ook behoorlijk goed opgeleid. Haast allemaal dromen ze van een lucratieve baan in één van de Golfstaten, maar ruim één op vier zit zonder werk. In combinatie met de almaar stijgende levensduurte en de weinig florissante economische vooruitzichten lijkt dat de ideale cocktail voor een revolte naar Tunesisch of Egyptisch model, maar op een stevig uit de hand gelopen betoging eind maart na bleef het tot vandaag opvallend rustig in Jordanië.

Tomesha: “We zijn hier nog altijd veel beter af dan in de meeste Arabische landen. Daarnaast moeten we de waarheid onder ogen durven te zien: heel wat jongeren hier halen de neus op voor bepaalde jobs, en dus importeren we massaal arbeidskrachten uit het Verre Oosten of Egypte voor het vuilere werk. Met andere woorden: we organiseren onze grote jongerenwerkloosheid voor een deel ook zelf. Je moet al die universitaire diploma’s overigens met een stevige korrel zout nemen: ik werk zelf al enkele jaren als architecte, in een internationale context, en ik kan je verzekeren dat ik zelfs nog niet zou overwegen om iemand die hier in Amman afgestudeerd is als architect aan te werven. Heel veel zogenaamde universitairen hier zijn van een bedroevend laag niveau, en ze dromen haast allemaal van het snelle geld, verblind door de enkelingen die het in de Golfstaten maken. Het klinkt hard, maar ik vrees dat dit voor heel wat jongeren in de gehele Arabische wereld geldt: ze halen hun neus op voor een ‘minderwaardige’ baan, zijn in een internationaal perspectief niet goed genoeg opgeleid en dromen vooral van een mooie slee en een dikke villa.

Natuurlijk zijn er economische en politieke hervormingen nodig, maar vergelijk Jordanië niet met Tunesië, Egypte of, erger nog, Syrië. We hebben hier geen wrede dictator, en letterlijk niemand hier wil de koning weg. Meer democratie is mooi, maar je moeten ook voldoende mensen hebben die in staat zijn om hun verantwoordelijkheid op te nemen en het spel proper te spelen. Daaraan ontbreekt het hier, vrees ik, we zijn gewoonweg niet klaar voor een echte democratie naar westers model. Ik vrees dat we eerst zelf onze mentaliteit en aanpak moeten veranderen. Want de mensen die ambitie en hersenen genoeg hebben, die trekken hier gewoonweg weg. Nee, ik ben niet bepaald optimistisch (lacht). Als atheïste maak ik me eerlijk gezegd nogal wat zorgen over een aantal groepen die mee achter de protesten van eind maart zaten (en waarbij toen ook een dode viel, nvdr). Mensen worden dom gehouden met religie, maar voor wie handig op die religie inspeelt zou net dat wel eens het enige bindmiddel kunnen zijn om de massa uiteindelijk toch massaal op straat te krijgen. Jordanië is altijd een heel conservatief denkend maar tegelijk ook behoorlijk verdraagzaam land geweest. Vandaag wint het extremistische gedachtegoed terrein, niet bij de machtshebbers maar bij een deel van de groepen die zogenaamd hervormingen willen, en dat maakt me heel erg bang. Als de economische toestand verder achteruit boert, zijn heel wat mensen bereid om achter om het even welke vlag aan te lopen, alleen maar om deel uit te maken van een groep en om de – vaak simplistische – antwoorden te krijgen waarop ze hopen.”

Een westerse bron in Amman wijst ook op de gespletenheid en dualiteit van de Jordaanse maatschappij. “Er heerst hier gigantisch veel hypocrisie op alle vlakken, van vrouwen over gastarbeiders tot het alcoholgebruik. Met een gemiddeld inkomen van 300 euro kan je moeilijk van een economisch succesverhaal spreken, maar ironisch genoeg is de arme massa net niet arm genoeg om massaal in opstand te komen. Tegelijk is er een walgelijke rijke elite, met kasten van huizen en vijf luxewagens in de garage. Ook zij zullen het revolutionaire vuur niet snel aan de lont steken, want ze hebben veel te veel te verliezen. En last but not least is er natuurlijk het leger: de soldaten worden grotendeels gerekruteerd bij de arme stammen uit het platteland, ze betalen amper belastingen en kunnen na een carrière van hooguit twintig jaar officieel met pensioen, mét behoud van loon. Ook zij eten dus uit handen van de koning.”

Minderwaardige jobs

Als oprichter en ceo van Vision International, een headhunterskantoor dat in het gehele Midden-Oosten jong talent rekruteert voor de financiële sector, is Ali Ghassan bijzonder goed geplaatst om het potentieel en de verwachtingen van de Jordaanse hooggeschoolden in te schatten. “Het leeuwendeel van mijn klanten komt uit Golfstaten zoals Koeweit of Qatar, maar ik plaats ook financiële specialisten hier in Jordanië zelf of in Noord-Afrika. In Jordanië en Libanon vind ik relatief vlot goede kandidaten, maar dat heeft alles te maken met het feit dat de banksector in deze landen een stuk beter ontwikkeld is dan pakweg in Syrië of Egypte. De bevolking wil ook hier verandering, maar de koning moet daarbij absoluut buiten schot blijven. In die zin kan je het protest hier maar moeilijk vergelijken met wat eerder in Egypte of Tunesië gebeurde. De Jordaniërs vragen wel economische en politieke hervormingen, maar kijken daarbij vooral naar de regering. Ons allergrootste probleem is de corruptie, zowel in de openbare sector als in de privé en – ere wie ere toekomt – de koning had in de strijd daartegen al stappen ondernomen alvorens de protesten in Tunesië losbarstten. Het tweede grote probleem is natuurlijk de werkloosheid: enerzijds zijn er de hoger opgeleide jongeren die geen baan vinden op hun niveau, anderzijds importeerden we hier de voorbije jaren zowat 1 miljoen goedkope arbeidskrachten uit landen als Egypte, Sri Lanka of Bangladesh. Zij werken als kelner in de vele hotels, verdienen hun boterham als schoonmaker of zijn actief in de bouw. Waarom moesten we hier zo nodig zoveel goedkope arbeidskrachten binnenhalen, terwijl we onze eigen bevolking zelfs niet aan het werk kunnen zetten? De werkloosheidgraad onder de jongeren schommelt hier rond 30 procent, maar velen onder hen halen hun neus op voor de zogenaamd minderwaardige jobs die door de buitenlandse arbeidskrachten worden uitgevoerd.”

“Afgaande op mijn eigen ervaringen met hoger opgeleide jongeren, verwacht ik niet dat het hier zo’n vaart zal lopen als in Syrië of Egypte. Je kan niet beweren dat Jordanië een democratie is naar westers model, maar ik denk dat jongeren wel vrede kunnen nemen met de relatieve vrijheid die ze hier genieten, op voorwaarde dat de corruptie steviger zou worden aangepakt. Het draait hier altijd en overal rond ‘wasta’: connecties, die je hebt of die je koopt, en die je overal en voor alles nodig hebt. Omgekeerd komen jongeren met een schitterend diploma maar zonder wasta helemaal niet aan de bak. Dat systeem moet eruit, willen we er economisch eindelijk op vooruit gaan. Jordanië heeft olie noch water en al evenmin andere grondstoffen, dus moeten we veel meer investeringen in de dienstenindustrie aantrekken. We hebben hier vijf openbare universiteiten en 25 privé-universiteiten, en dat voor een land met goed zes miljoen inwoners. Het gemiddeld opleidingsniveau ligt relatief hoog, en dus moeten we voluit inzetten op die dienstensector. De beste opgeleide mensen vertrekken nu al naar de Golfstaten, en net zij zorgen voor een flink gedeelte van onze inkomsten. Dat moet veranderen, we moeten hier zelf buitenlandse investeringen aantrekken. Dat hebben we zelf in de hand. Een nieuwe stijging van de voedselprijzen, of de olieprijs die verder de pan uitswingt daarentegen, daar heeft ook de regering weinig impact op. Terwijl net die factoren op termijn misschien wel de belangrijkste triggers kunnen zijn voor nieuw straatprotest.”

Tekst Filip Michiels, Amman - Foto Isabel Pousset

Verschenen in Vacature Magazine van 21 mei 2011