Het Duitse mirakel

De voorbije jaren hebben de Duitse werknemers zich veel opofferingen getroost om hun baan te behouden. Maar zo legden ze wel de basis voor het nieuwe ‘Wirtschaftswunder’. Maak kennis met het vernieuwde Duitse arbeidsmarktmodel.

Is er een nieuw Duits Wirtschaftswunder in de maak? Met de term ‘Wirtschaftswunder’ werd het herstel van de West-Duitse economie na de Tweede Wereldoorlog aangeduid. Duitsland weerstond niet alleen goed aan de jongste crisis, ook de werkgelegenheid bleef op peil. De voorbije maanden daalde de werkloosheid zelfs onder drie miljoen, tot 6,75 procent. In totaal verminderde het aantal Duitse werklozen de voorbije vijf jaar met 2,5 miljoen. Daarnaast zet de economie voor dit jaar een groei van 3,25 procent neer en boomt de uitvoer. De Duitse economie heeft de economische schokken als de integratie van Oost-Duitsland, de invoering van de euro en uitbreiding van de EU naar Oost-Europa meer dan goed verteerd. De Belgische werkgevers kijken met jaloezie naar dit nieuwe Duitse Wirtschaftswunder.

Bijna tien jaar geleden werden de bouwstenen gelegd voor deze nieuwe Duitse dynamiek. In maart 2003 ontvouwde kanselier Gerhard Schröder zijn hervormingsplannen. Onder de vlag van ‘Agenda 2010’ wou hij de kosten voor arbeid drukken en de arbeidsmarkt flexibeler maken. Het kernstuk van zijn hervorming werd Hartz IV, waardoor het recht op werkloosheidsteun werd teruggebracht tot een jaar. De rood-groene regering van Schröder wilde haar burgers zelf meer verantwoordelijkheid laten dragen voor hun eigen welzijn. Met Agenda 2010 sloeg de Duitse sociale politiek een nieuwe richting in.

Betalen voor toekomstig werk

Maar niet alleen deze hervormingen legden de basis voor de Duitse heropstanding. Ook het subtiele samenspel van werkgevers en vakbonden, die perfect inschatten waar hun gemeenschappelijk belang lag, was cruciaal. Zij zorgden voor een ongekende flexibiliteit in de bedrijven op het vlak van werkorganisatie. Ook toomden de sociale partners de lonen in.

Professor Matthias Knuth van het Institut Arbeit und Qualifikation aan de universiteit van Duisburg volgt al twintig jaar de arbeidsmarkt. In zijn ogen heeft vooral de enorme interne flexibiliteit van de Duitse ondernemingen het economische mirakel bewerkstelligd. "Op dit vlak is Duitsland de wereldkampioen: onze bedrijven ontslaan geen mensen, maar wel werkuren." Hij verwijst naar het systeem van 'Konto's', uurrekeningen, dat vele bedrijven hanteren. Werknemers die overuren presteren, krijgen positieve uren op hun rekening. Die uren kunnen ze over verschillende jaren opsparen. Wanneer de crisis in september 2008 in alle hevigheid toesloeg, hadden vele werknemers tot 200 en 300 uren op hun rekening staan. Bedrijven konden daarom deze medewerkers voor eenzelfde maandloon enkele uren per dag minder laten werken: die uren gingen van hun rekening af. "Sommige bedrijven lieten die de rekeningen zelfs negatief gaan: dat werden dan uren die een werknemer later moest inhalen, opnieuw voor eenzelfde maandloon. Dat was revolutionair: het bedrijf betaalt vandaag voor toekomstig werk.”

Daarnaast hanteerden ze nog andere flexibiliteitsformules. Zo lieten de sociale akkoorden tijdelijke werktijdverkortingen toe met een lager loon. “Vooral kmo’s die er minder goed voorstonden, gebruikten dit systeem. Dat was niet comfortabel voor de medewerkers, maar ze behielden hun baan.” Bovenop al deze mogelijkheden, breidde kanselier Angela Merkel het systeem van tijdelijke werkloosheid (‘Kurzartbeit’) uit.
Ze verlengde de periode van zes tot achttien maanden. Dit systeem is perfect vergelijkbaar met de Belgische technische werkloosheid.
Volgens Mustafa Coezmez van de ondernemingsraad van Ford Werke was 'Kurzarbeit' de sleutel om een echte ontslaggolf te vermijden: "De crisis heeft hier veel minder wonden geslagen dan in de andere Europese landen, vooral omdat werkgevers en vakbonden samenwerkten. Vele werknemers werden tijdelijk in de 'Kurzarbeit', de technische werkloosheid, geparkeerd." Zo zaten midden 2009 bijna een miljoen metaalarbeiders in de Kurzarbeit.  

Op die manier konden de bedrijven hun personeelsbestand op peil houden. Maar waarom wilden ze dat per se? “Het was een historische breuk met het streven naar ‘shareholder value’, naar meerwaarde voor de eigenaars”, meent professor Matthias Knuth. “In de vorige recessieperiodes werd een ontslagronde vertaald als goed nieuws, waardoor de beurskoers omhoog schoot. Na die recessies kregen de ondernemingen problemen om weer goede medewerkers te vinden. Onder Merkel ontstond een nieuw klimaat: een groepsontslag werd slecht nieuws. Onze bedrijven beseften dat de conjunctuur weer zou verbeteren. En inderdaad, als de Chinezen midden 2009 massaal machines bestelden, konden de Duitse bedrijven leveren want hun mensen stonden klaar. Ze gokten en wonnen. Duitsland is weer op het exportpad.” Dit jaar stijgt de uitvoer met 17 procent en bereikt ze eenzelfde hoogtepunt als voor de recessie.

Ingetoomde salarissen

Deze week publiceerde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zijn tweejaarlijkse loonstudie voor België. In ons land stegen de lonen opnieuw 0,5 procent sneller dan bij de buurlanden. Dit verschil is volledig te wijten aan de Duitse loonbeperking.
Inderdaad, de Duitse lonen bleven de voorbije tien jaar redelijk stabiel. De gemiddelde Duitse werknemer kreeg in 2000 een bruto maandloon van 2.096 euro, in 2009 was dat loon amper aangegroeid tot 2.312 euro. Zijn koopkracht brokkelde zelfs lichtjes af. Twee factoren spelen hier een rol. Enerzijds stelden de Duitse vakbonden zich tevreden met een beperkte salarisaangroei. Anderzijds explodeerde het aantal laagbetaalde jobs in uitzendwerk en de tijdelijke contracten.

De gematigde loonakkoorden tussen werkgevers en vakbonden zorgden
ervoor dat de Duitse ondernemingen hun concurrentiepositie versterkten. Econoom Michael Grömling (Institut der deutschen Wirtschaft): "De afspraak is dat de lonen in eenzelfde grootorde mogen stijgen als de productiviteit, die jaarlijks ongeveer met 2% stijgt. Geloof niet dat de vakbonden zo zwak zijn: in 2007 wisten ze een salarisverhoging van 4 tot 5 procent uit de brand te slepen. Ook heeft Duitsland nog steeds hoge arbeidskosten. Alleen heeft de loonmatiging ervoor gezorgd dat het kostenverschil met andere Europese landen niet zo groot meer is."
“Op die manier werd onze concurrentiepositie niet aangetast door een overdreven stijging van de loonkosten, een kwaal waar we vroeger onder te lijden hadden”, zegt ondernemer Arndt Kirchhoff van de gelijknamige bedrijvengroep. “Vakbonden en werkgevers voelen zich samen verantwoordelijk voor de bedrijven. Want het afremmen van de lonen gebeurde zuiver op basis van onderhandelingen. De overheid kwam hier niet tussen. Tijdens de crisis in 2008 wilden de bedrijven vooral hun medewerkers behouden, omdat ze zich realiseerden dat ze die later heel moeilijk zouden kunnen vervangen. De vakbonden stemden in met heel beperkte loonstijgingen en eisten van de bedrijven meer opleidingen.”
In de grotere bedrijven en de sectoren waar ze sterk staan, konden de vakbonden de lonen op peil houden. Maar hun positie is wel verzwakt. Dit liet zich vooral voelen in de uitzendsectoren en in de tijdelijke banen.
Hier heeft 'Agenda 2010' van de regering Schröder zich echt laten voelen: er ontstond een sector met laagbetaalde banen.

Dr. Witich Rossmann, de baas van de vakbond IG Metall Köln, schetst de situatie: "Ons grootste probleem is de expansie van de jobs in de
slechtbetaalde dienstensector, zoals veiligheid, logistiek en reiniging. Vooral deze sector gebruikt een uitzonderingsclausule op de Europese richtlijn die stelt dat eenzelfde functie eenzelfde loon moet geven. Wij als vakbond hebben die uitzondering toegelaten omdat we geloofden dat ze positief zou uitdraaien voor de tijdelijke contracten. Maar omdat de kleine vakbond CMW akkoorden sloot met een uurloon van 7,20 euro tegenover het normale tarief van 10 tot 12 euro, expandeerde het aantal tijdelijke en goedkope contracten heel snel.”  

6,5 miljoen werkende armen

De Duitse statistieken spreken over 6,5 miljoen werkenden die moeten overleven met een brutoloon onder de 1.500 euro. Een flink deel van deze ‘werkende armen’ heeft een lager inkomen dan een gezin dat van de sociale voorzieningen leeft. Niet te verwonderen dat die liever thuis op de sofa blijven zitten of iets bijverdienen in het zwart.
Mustafa Coezmez van de ondernemingsraad van Ford Werke vult aan: "Er zitten gaten in het Duitse arbeidsmarktmodel. De Duitse export boomt en de officiële werkloosheidscijfers zijn laag, maar tegelijkertijd groeit het aantal werkenden met een laag loon, die niet genoeg verdienen om er van te leven. Die zoeken dan een tweede job of ontvangen een beetje steun van de overheid. Op onze arbeidsmarkt is de nadruk verschoven naar lage loonjobs. Die mensen betalen minder belastingen. Kan onze sociale zekerheid verder met lagere inkomsten? Ik verwacht grote problemen."

Verschenen in Vacature Magazine op 13/11/2010

Terug naar coververhaal