Havenluitenant Goele Boydens werkt in een mannenwereld

“Man of vrouw, maakt dat een verschil?”

De haven van Oostende begint aan de koppen van de strekdammen in de Noordzee en loopt tot aan de brug van Plassendale. Vorig jaar werd er ruim 5 miljoen ton goederen verscheept. Als havenluitenant is Goele Boydens verantwoordelijk voor orde en veiligheid. Ze stelt de planningen op en coördineert alle havenbewegingen.

Dat het een stresserende job is, je zal het Goele Boydens niet in zoveel woorden horen zeggen. Je moet er flexibel voor zijn, dat wel. En je moet rekening houden met heel veel parameters tegelijk: kaaien, ladingen, bolders, diepgang, sluizen en getijden. “Het is een puzzel met oplossingen die voortdurend veranderen”, zegt ze. “Afspraken zoals om 14.12 uur bestaan niet in een haven. Slecht weer en pannes daarentegen wel. Het enige wat helpt is een goede voorbereiding en een schema met voldoende ruimte.” Maar stresserend? Niet dus. “Je leert ermee omgaan”, zegt de havenluitenant. “Als je in de haven met motorraces zit, een olielek in het vuurtorendok én een ro-roschip dat tegen het staketsel is gevaren, kun je je geen paniek permitteren. Op zulke momenten moet je vooruit, mensen in veiligheid brengen en aan het milieu denken. Ook cruiseschepen zijn belangrijk voor Oostende. Voor volgend jaar hebben we al 20 boekingen, wat een bijzondere werkwijze vraagt. Bovendien focussen we meer en meer op windmolenprojecten, zowel qua constructie, distributie en onderhoud.

Kortom, een havenluitenant is een multitasker, een typisch vrouwelijk beroep, zou je dan denken. Maar dat is het niet. Want de wereld waarin Goele Boydens opereert is een mannenwereld. “Van oudsher”, zegt de havenluitenant, “en historisch.” Want met het verschil tussen mannen en vrouwen heeft het volgens haar niets te maken. “Ik hou het graag comfortabel voor alle partijen, tenslotte is een haven een dienstverlenend bedrijf. Ik weeg mijn beslissingen af op langere termijn, maar of dat nu een vrouwelijke aanpak is... En of die nu beter is dan een zogenaamde mannelijke aanpak ... . Ik heb moeite met veralgemenen. Ik ga er liever van uit dat het een kwestie is van karakter, veel meer dan van geslacht of -nog gekker- van hormonen.  Uiteraard is mijn aanpak niet dezelfde als die van de havenkapitein. Hij reageert sneller. Hij gaat recht door zee. En hij durft meer risico te nemen. Soms is dat nodig. Soms ook niet. Net daarom geloof ik in een gemengde aanpak. De kapitein en ik werken uitstekend met elkaar samen. Hij is de rust in persoon en hij heeft alle respect voor mij. Op vergaderingen vertelt hij eerlijk wie de dossiers heeft voorbereid. Hij is niet iemand die andermans pluimen op zijn hoed wil steken. De structuur in de haven is een open structuur. Man of vrouw, wie weet waar hij mee bezig is, wordt aanvaard door alle havengebruikers, kapiteins, sluiswachters, dokwerkers, sluiswachters en machinisten. Ik geloof niet dat het veel nut heeft om stil te staan bij het verschil tussen mannen en vrouwen. Zeker niet in een haven. Alleen over mannenhumor ben ik vrij zeker. Die is anders. Ik weet niet waarom, maar ik vind hun moppen niet altijd grappig.” (lacht)

Luide bevelen

Goele Boydens draagt een uniform, een blauwe broek of een blauwe rok en een wit hemd met op de schouders een gouden band en een Nelson. Daarmee is voor iedereen duidelijk dat ze havenluitenant is. “Ik ben luitenant bij functie, niet bij nautische graad”, zegt ze. “Ik heb mezelf bijgeschoold in maritieme zaken, zonder nautisch geschoold te zijn. Ik draag een uniform omdat het makkelijk is. Kaaien inspecteren op fijne schoentjes is nu eenmaal minder praktisch. Maar de hoofdreden is respect, langs twee zijden. Het is belangrijk dat de kapitein van een schip weet waarom ik bepaalde dingen vraag. Wat ik doe doe ik uit hoofde van mijn functie. Het gaat me niet om de hiërarchie. Ik wil mijn job correct doen en liefst zonder luide bevelen. Ik vraag beleefd wat ik wil en ik vertel erbij waarom. Meestal levert dat het gewenste resultaat op. Bovendien voel ik me er zelf beter bij. Wat niet wil zeggen dat je mij niet kwaad krijgt. Het duurt  alleen wat langer, maar dan word ik ook écht kwaad.  Ook al probeer ik conflicten zoveel mogelijk te vermijden. Mannen hebben dat waarschijnlijk minder. Ze zijn minder bang om zich desnoods te verdedigen, denk ik. Om promotie vragen ligt niet in mijn aard. Ik zou er alleen maar ongemakkelijk van worden. Bovendien heb ik er mij bij neergelegd dat ik niet hogerop kan. Ik heb nu eenmaal nooit op de lange omvaart gevaren en het zal er ook nooit van komen. Het doet evenwel niets af aan mijn ambitie. Ik heb ambities en ik ben gedreven. Het verschil is misschien dat ik het niet zo laat merken. Ik vind het maar normaal dat ik mijn werk zo goed mogelijk doe. Wat een ander ervan vindt is minder belangrijk. Is dat typisch vrouwelijk dan?”

Financiële voordelen

Als mensen aan de havenluitenant van Oostende vragen wat haar beroep is, antwoordt Goele Boydens halfslachtig dat ze in de haven werkt. Gewoon in de haven. Zonder op te scheppen en alsof het vanzelfsprekend is. Ze lacht. “Het zou kunnen dat je gelijk hebt, ik ben me niet altijd  bewust van mijn status. Nu je het zegt, mijn zonen hebben dat wel. Ik weet nog hoe fier ze vroeger waren als ik ze in uniform van school haalde. Ze hadden niet liever. Terwijl ik gewoon de tijd niet had gehad om me om te kleden. Ik heb al gemerkt dat het reacties oproept als ik vertel dat ik havenluitenant ben. Ik begrijp niet goed waarom. Ik doe mijn job graag voor de inhoud. En ik ben blij dat  de directie me destijds heeft gevraagd om havenluitenant te worden. Ook voor de financiële voordelen. Ik heb tenslotte drie zonen die ik voldoende studiemogelijkheden wilde bieden. Ook daarbij heb ik geen verschil gemerkt tussen mannen en vrouwen, net zo min als in mijn eigen opvoeding. Mijn broers moesten mijn moeder helpen in het huishouden, terwijl mijn zus en ikzelf karweitjes opknapten met mijn vader. Desondanks kunnen mijn zonen me soms erg verbazen. Ze benaderen moeilijk situaties rationeler, zonder de gevolgen te wikken en te wegen, zoals ik doe. Wat niet wil zeggen dat het altijd een slecht idee is. In bepaalde gevallen kan ik gerust nog iets van hen leren.” (lacht)

Terug naar het coververhaal 'Testosteron'