Groeiende fraude, maar amper gegevens

Hoewel de OCMW’s jaarlijks voor 660 miljoen euro aan leeflonen uitkeren, beschikken ze over weinig concrete gegevens rond de omvang van uitkeringsfraude. Het Gentse OCMW besloot intussen wel een eigen controlecel op te richten.

“De bedoeling daarvan is de strijd tegen de sociale fraude op te drijven,” stelt Gents OCMW-voorzitter Geert Versnick. “Dat gaat van mensen die officieel deeltijds tewerkgesteld zijn maar in praktijk voltijds werken over zwartwerkers die bij het OCMW komen aankloppen tot domiciliefraude, waarbij koppels bijvoorbeeld twee aparte kamers huren om een dubbel leefloon op te strijken. Als samenwonende heb je vandaag recht op 500 euro leefloon, als alleenstaande loopt dat op tot zowat 700 euro. Dat verschil dikt dus aardig aan. Het OCMW is het allerlaatste vangnet, en enkel mensen die geen andere bestaansmiddelen hebben én zich bereid tonen te werken, komen in aanmerking voor dat leefloon. Als wij hen een job aanbieden of vragen om taallessen te volgen, moeten ze daar ook op ingaan. Wij krijgen op dat vlak natuurlijk ook de doorgaans ‘moeilijkste’ gevallen, en zeker in de grote steden is er de voorbije jaren een ware toestroom vanuit het buitenland op gang gekomen. In sommige gevallen maken zij gewoon handig gebruik van onze soepele regelgeving op dat vlak (de federale overheid wil daar nu wel paal en perk aan stellen, nvdr), in andere gevallen komen zij naar hier met de uitdrukkelijke bedoeling misbruik te maken van ons sociaal systeem. Het spreekt voor zich dat die grote instroom heel veel druk legt op de OCMW’s, vooral in de grootsteden.” Monica De Coninck, Antwerps OCMW-voorzitter, noemde op dat vlak onlang ook man en paard: “Zeventig procent van onze klanten is momenteel vreemdeling. Wie hier om steun komt aankloppen, moet ook bereid zijn de handen uit de mouwen te steken. De profiteurs halen we er dan ook uit.”

50% fraude

Volgens Geert Versnick is het fraudeprobleem de voorbije jaren ongetwijfeld toegenomen. “In zowat de helft van de verdachte dossiers die door onze maatschappelijke werkers aan de controlecel werden doorgespeeld, bleek er effectief fraude in het spel. Sinds maart dit jaar gaat het om 32 gevallen. Daarnaast stellen de maatschappelijke werkers zelf uiteraard soms ook fraude vast, zodat ze zelf de nodige conclusies kunnen trekken. Vooral domiciliefraude lijkt sterk in de lift te zitten, maar onze fraudecel is nog maar goed een half jaar opgestart, het is dus nog iets te vroeg om echte trends te ontwaren.” In Gent doen vandaag zowat 10.000 mensen een beroep op het OCMW, goed voor 50 miljoen euro aan financiële steun per jaar. De helft daarvan zijn ‘leefloners’, de andere helft kloppen af en toe aan, in functie van specifieke noden.

Alle Belgische OCMW’s samen keerden in 2010 voor 660 miljoen aan leeflonen uit, zo blijkt uit cijfers van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie. Niet bepaald een peulschil, maar opmerkelijk genoeg beschikt die dienst niet over cijfers rond sociale uitkeringsfraude ten nadele van de OCMW’s. “Dat valt deels te verklaren door het feit dat de nadruk binnen de OCMW’s vooral op het vermijden van sociale fraude ligt,” legt voorzitter Julien Van Geertsom uit. “Er wordt, alvorens daadwerkelijk steun te geven, altijd eerst een sociaal onderzoek uitgevoerd. Dat gebeurt vooral op basis van gegevens uit de verschillende overheidsdatabanken. Gegevens over controles ter plekke, die achteraf door de maatschappelijke werkers worden uitgevoerd, houden we evenwel niet bij.”

Terug naar het hoofdartikel 'Gesjoemel met sociale uitkeringen'