Getuigenis arm met een job: "Soms dacht ik 'Ik maak er een einde aan'"

Elf jaar lang stond Hendrik Hendrickx (46) aan het hoofd van een bloeiende bloemenzaak. Tot het bij een verbouwing in 2000 misging. Zijn bedrijf ging overkop en Hendrik probeerde te overleven door als uitzendkracht te gaan werken. Van welstellende ondernemer werd hij een werkende arme.

Begin 1989 startte Hendrik Hendrickx met 200.000 frank (5.000 euro) spaargeld een bloemenwinkel. De zaak groeide en bloeide: eind jaren negentig was Hendrik een welvarend ondernemer en gaf hij leiding over negen medewerkers. “De winkel was dringend aan een opknapbeurt toe”, vertelt hij. “In 2000 ging ik in zee met een architect en een aannemer. In twee maanden gingen ze de klus klaren. Maar de aannemer hield zich niet aan de afspraken.” De werken zouden uiteindelijk 14 maanden duren. Heel die periode moest Hendrik noodgedwongen zijn winkel sluiten. De inkomsten droogden op en de rekeningen stapelden zich op. Zijn bedrijf ging op de fles. “Van de ene op de andere dag was ik alles kwijt. Ik moest gaan aankloppen bij het OCMW. Daar werd ik met een scheef oog bekeken. ‘Je bent zelfstandige geweest? Dan zal je nog wel zwart geld in een schuif hebben liggen zeker?’ Maar ik had helemaal niets meer. Op een bepaald moment ging het zo slecht dat we weken lang zonder water en verwarming zaten. Door heel die toestand liep mijn huwelijk op de klippen. Soms dacht ik: ‘Nu is het genoeg geweest. Ik maak er een einde aan.’ Maar ik ben van nature een optimist en een vechter.

Ik schreef me in bij uitzendkantoren. Ik moest aaneensluitend meer dan 480 dagen werken om in aanmerking te komen voor sociale zekerheid. Van zodra er een paar dagen tussen twee opdrachten wegvielen, kon ik weer van vooraf aan beginnen. Acht jaar lang heb ik met tijdelijke contracten geprobeerd om al werkend aan die aaneensluitende dagen te geraken. Maar om een of andere reden eindigden de uitzendopdrachten altijd vóór die termijn. De langste opdracht die ik ooit gehad heb, duurde 384 dagen. Ik had de indruk dat het uitzendkantoor mijn ‘armenstatuut’ vooral misbruikte om subsidies in te pikken. Want een ‘leefloner’ aan werk helpen, leverde hen overheidsgeld op. Ze speelden daarvoor onder één hoedje met de supermarktketens die me als tijdelijke afdelingsmanager in dienst namen.”

Geen foefelaar

“Op het werk werd ik als bedreigend ervaren: sommige leidinggevenden zagen me met mijn kennis als ondernemer als een concurrent, anderen vonden me dan weer een loser. ‘Failliet gegaan? Hij zal wel een foefelaar zijn.’ Ik stond elke dag om half drie op om toch maar op tijd op mijn werk te geraken. Ik reed met de fiets, want ik kon me geen auto of busabonnement meer permitteren. Ik werkte acht uur per dag voor een leefloon. De rest ging naar alimentatie, gerechtskosten en advocaten.”

Na acht jaar armoedig ploeteren als uitzendkracht slaagde Hendrik erin zijn leven een nieuwe wending te geven. “Ik werk nu als consultant netwerkmarketing. Ik ben ook actief als vrijwilliger bij het Permanent Welzijnsoverleg Wetteren, een erkende vereniging waar armen het woord nemen. Een van de grote misverstanden is dat mensen hun armoede aan zichzelf te danken hebben. Dat is niet altijd zo. Je zou er versteld van staan hoeveel gewone, hardwerkende mensen door omstandigheden in armoede terecht gekomen zijn. Ze schamen zich ervoor. Met mijn getuigenis hoop ik hen een stem en een gezicht te geven.”

Tekst: Jan Stevens
Foto: Griet Dekoninck