Freelancers die wereldwijd aan dumpingprijzen werken, leggen bom onder onze arbeidsmarkt

Ze weet niet of ze moet huilen of lachen, Belinda uit Zuid-Afrika. “Enkele dagen geleden zag ik een aanbieding voor het uittikken van een gesproken tekst, waarop vijf mensen 0,01 dollar per uur geboden hebben. Odesk is een van de betere websites die er te vinden is. Legitiem. Maar dit kan toch niet? Hoe kan je in godsnaam een bod doen van 0,01 dollar per uur? Is er geen manier om het bieden enigszins te regelen en dit soort biedingen te bestraffen”, vraagt ze zich af op het forum van Odesk. Ze krijgt bijval van andere gebruikers van de website die ook geërgerd zijn door de soms bespottelijk lage tarieven waarvoor sommigen hun diensten aanbieden.

Dit soort klaagzang duikt af en toe op het forum van de website op. Want hoe onwaarschijnlijk extreem het voorbeeld ook is, lage tarieven komen er wel vaker voor. Even rondneuzen op Odesk leert dat opdrachtgevers (al dan niet zelfverklaarde) specialisten kunnen inhuren voor een schamele vijf dollar per uur. En in sommige gevallen nog minder. Zo schreef Shafiul Amin Rimon, een ingenieur uit Bangladesh, voor een opdrachtgever in Portugal in oktober vier technische artikels voor de luttele som van 3 dollar. Rimon biedt zijn diensten aan voor 2,2 dollar per uur, zo leert zijn profiel.

5 dollar per artikel

Om lamentabele kwaliteit af te leveren? Nee, toch niet. Of toch zeker niet altijd. Rimons opdrachtgevers gaven hem in het verleden telkens de maximumwaardering voor het werk dat hij afleverde. En hij is allesbehalve een alleenstaand geval. Een vertaler Portugees-Engels is voor het Braziliaanse bedrijf Tiago Gama bereid aan de slag te gaan voor 5 dollar per uur. En zo zijn er talloze andere voorbeelden op Odesk. Niet alleen de uitvoerders, ook bedrijven doen gretig mee aan de lage prijszetting. Ofwel laten ze kandidaten tegen elkaar bieden tot er bodemprijzen bereikt worden, ofwel stellen ze gewoon zelf een extreem lage prijs voorop. Zoals immobiliënbedrijf Harrtstone uit de VS, dat voor het maken van een rapport van 10 pagina’s – inclusief research – niet meer dan 50 dollar veil heeft. Of een Frans bedrijf dat perfect geschreven artikels voor 5 dollar per stuk vraagt. De cijfers die Odesk zelf bijhoudt in zijn maandelijkse rapporten spreken voor zich: al zitten er ook freelancers tussen die 30 euro per uur vragen, het gemiddeld betaalde uurloon bedroeg in december 2011 ongeveer 10,5 dollar. Omgerekend een slordige 9 euro, minder dan het minimumloon van een schoonmaker in België.

Even verbazend als de soms enorm lage tarieven is de diversiteit aan opdrachten die je op het virtuele platform – een globale arbeidsmarkt in de meest letterlijke zin van het woord – kan laten uitvoeren. Het gaat niet alleen om it-jobs, zoals al jaren via klassieke outsourcing al gebeurt, maar ook om het maken van vertalingen, het schrijven van reclameteksten schrijven, het ontwerpen van websites ontwerpen, het geven van juridisch advies, het opmaken van een boekhouding, het in elkaar zetten van video’s enzovoort. Jobs die bij ons uitgevoerd worden door hoogopgeleiden, maar in de verdrukking dreigen te raken doordat in India, Bangladesh, Brazilië, de Filippijnen en andere delen van de wereld diezelfde hoogopgeleiden bereid zijn voor vaak véél lagere prijzen te werken. En het gaat ook niet alleen om kortlopende, eenmalige taken, maar ook over opdrachten die door een interimkracht zouden kunnen uitgevoerd worden.

Dit soort websites zijn in opmars. Odesk werd in 2003 opgericht en is sindsdien een laaiend succes. Op de website hebben zich, volgens Odesk zelf, vandaag meer dan 1 miljoen freelance specialisten ingeschreven. En jaar na jaar neemt de activiteit op de website toe, meldt het bedrijf: bedroeg in 2008 het aantal gewerkte uren per week nog 50.000, twee jaar later was dat al 200.000 en vorig jaar steeg het tot boven 400.000 uren per week. De meest actieve specialisten van Odesk woonden volgens het maandrapport van december 2011 in India, de Filippijnen, de VS, Oekraïne en Rusland. Andere websites die freelancers en bedrijven bij elkaar brengen schieten intussen als paddenstoelen uit de grond. Voortrekkers zijn Amerikaanse websites als Odesk, Elance, Freelancer, Mechanical Turk, Hire The World, LiveOps, Vworker en vele andere, maar intussen volgt ook Europa. Zo is er Twago, een in Duitsland opgericht virtueel platform dat sinds zijn ontstaan in augustus 2009 uitgroeide tot een website waar naar eigen zeggen voor 17 miljoen euro aan opdrachten uitgevoerd wordt door meer dan 130.000 freelancers.

Stefanie Kahls, woordvoerder van Twago: “Of we denken dat de markt nog zal groeien? We denken dat niet, we zijn het zeker. In de VS werkt 30 procent van de werkende bevolking als freelancer. In Duitsland is dat niet eens 5 procent. Het groeipotentieel is enorm. Dat zien we ook aan onze groei: elke maand bedraagt die 20 procent. In Europa worden bedrijven terughoudender in het aanwerven van mensen met een vast contract. het is goedkoper en makkelijker voor bedrijven specialisten enkel in te schakelen voor specifieke projecten. Europa loopt nog achterop, maar wees gerust: het komt.” Gary Swart, ceo van Odesk, beaamt: “De recessie heeft de voorbije jaren een rol gespeeld in onze groei: bedrijven willen meer doen met minder geld. En dat zal alleen maar toenemen eens bedrijven begrijpen welke competitieve voordelen deze manier van werken biedt. In de toekomst zullen ook steeds meer jobs online kunnen uitgevoerd worden, doordat de technologie evolueert. We richten ons in de eerste plaats op start-ups, maar grote bedrijven maken evengoed gebruik van onze diensten.”

Sociale wetgeving omzeilen

De vraag rijst wat de juridische grenzen zijn van dit soort websites. Kan een bedrijf in België of binnen Europa zomaar inschrijven op zo’n website en taken laten uitvoeren door een ingenieur uit Bangladesh of een tekstschrijver in India die bereid is voor een hongerloon aan de slag te gaan? “Wettelijk is daar geen enkel probleem mee”, zegt Willy van Eeckhoutte, professor sociaal recht aan de Universiteit Gent. “De kost van arbeid wordt normaal gezien bepaald door het land waar de arbeid uitgevoerd wordt. Maar het is heel makkelijk om de sociale wetgeving in het buitenland te omzeilen, door ze als zelfstandigen in te zetten. Dan geldt de bescherming van het arbeidsrecht niet en is de vergoeding van de arbeid vrij overeen te komen. Op vlak van sociale zekerheid is er dan alleen de bescherming die voor zelfstandigen geldt.” Roger Blanpain, professor emeritus arbeidsrecht aan de KULeuven ziet een ander juridisch probleem opduiken: “Dit soort websites doet aan arbeidsbemiddeling. In principe zouden ze daarom een aanvraag bij de Vlaamse regering moeten doen om als arbeidsbemiddelaar te mogen optreden, ook als het gaat om freelancers. Vraag is: is dat allemaal nog afdwingbaar? Wat kan je er juridisch tegen beginnen?”

Het gevolg is dat bedrijven in de praktijk voor heel wat taken een beroep kunnen doen op goedkope buitenlandse freelancers en op die manier druk zetten op onze arbeidsmarkt. Roger Blanpain: “Dat er bij ons jobs van hoogopgeleiden onder druk staan door dit soort websites, is een feit. Maar dat is ook de normaalste zaak van de wereld in een digitale maatschappij, en in een globale arbeidsmarkt. Het verbaast me veeleer dat dit soort initiatieven niet eerder op grote schaal georganiseerd werd. Deze evolutie is niet tegen te houden, en dat moeten we volgens mij ook niet proberen te doen. We moeten er wel aandacht voor hebben en er voor zorgen dat er bepaalde regels gerespecteerd worden. Daar ligt een taak voor internationale arbeidsorganisaties en vakbonden. Het zet bepaalde jobs onder druk, maar tegelijk creëert het ook kansen. Als gepensioneerde Belg krijg ik via zo’n website ook de kans om aan de slag te blijven, om iets bij te verdienen en voor bij wijze van spreken The New York Times te schrijven.”

Gevaar voor uitbuiting

Al geeft Blanpain meteen ook toe dat het gevaar op regelrechte uitbuiting en sociale dumping op dit soort virtuele platformen zeer reëel is. De websites worden door critici niet voor niets vergeleken met digitale sweatshops, waar prijzen betaald worden die gebaseerd zijn op derdewereldeconomieën. Roger Blanpain: “Net daarom is er nood aan elementaire regelgeving. Maar vergeet niet dat dit soort situaties al langer bestaat via outsourcing. Het stelt zich allemaal iets scherper, doordat het om zelfstandigen gaat en doordat de regelgeving veel minder duidelijk is. En vergeet ook niet dat er beperkingen zijn: als je in Vlaanderen juridisch advies zoekt, ga je dat wellicht niet vinden in Bangladesh of de Filippijnen. Het geldt dus niet voor zomaar om het even welke hoogopgeleide job. Bovendien denk ik dat Belgische bedrijfsleven zeker in het begin de kat uit de boom zal kijken. Uiteindelijk is het via het net niet evident om in te schatten wat voor vlees je in de kuip hebt.”

<< Terug naar het coververhaal