"Facebook-generatie wil doorsnee loon en zekerheid"

Als één man in Jordanië zich een vertegenwoordiger van de Facebook-generatie mag noemen dan is het wel Naseen Tarawnah. Hij wacht ons op in een koffiebar in een wat duurdere buitenwijk van Amman, laptop op tafel en iPhone in de hand. Naseen is amper 28, heeft een diploma politieke wetenschappen op zak en ontpopte zich de voorbije jaren tot een van de belangrijkste en meest invloedrijke critici van het regime. Hij was er ook bij toen er eind maart enkele doden vielen bij de tot nog toe meest gewelddadige protestacties tegen het regime. Zijn blog ‘Black Iris’ – genoemd naar de nationale bloem van Jordanië – levert dagelijks zowat 5.000 hits op, en brengt bijzonder rake analyses van de politieke crisis en sociale uitdagingen waar het land vandaag mee geconfronteerd wordt.

“We moeten niet flauw doen, uiteraard voelen heel wat jonge Jordaniërs zich vandaag aangesproken door wat er in de buurlanden gebeurt. Nogal wat van de wantoestanden waartegen de jongeren daar in opstand gekomen zijn, doen zich hier ook voor, maar telkens in mindere mate. We hebben hier ook af te rekenen met armoede en corruptie, maar in vergelijking met de Egyptenaren mogen we op dat vlak niet klagen. Een echte democratie kan je Jordanië bezwaarlijk noemen, maar als je ziet hoe de bevolking in Syrië of Libië onder de knoet wordt gehouden, dan kunnen we ons best gelukkig prijzen. De bevolking, of minstens een gedeelte daarvan mort, maar de sociale toestand is niet zo schrijnend dat we hier niets meer te verliezen hebben. Daarin schuilt meteen ook het grootste verschil met heel wat andere Arabische landen, en de westerse media begaan dan ook een grote fout door al die landen over eenzelfde kam te scheren.”

Afhankelijkheidscultuur

Daarnaast is er de politieke factor. Jordanië is, we kregen het in Amman tot vervelens toe te horen, al jarenlang een baken van politieke en militaire stabiliteit in een regio die bol staat van de spanningen en conflicten. “Wij, Jordaniërs, zijn doordrongen geraakt van dat besef. We zullen ons heus niet zomaar halsoverkop in een wild avontuur storten. Daar komt nog het grenzeloze respect voor de monarchie bovenop, en de veiligheidsdiensten spelen daar handig op in door de monarchie ook tot inzet te maken van elke vorm van protest voor te stellen. Strategisch is dat bijzonder slim bekeken, omdat zelfs jongeren die niet tegen de monarchie gekant zijn maar wel een aantal essentiële hervormingen eisen zo nooit op massaal veel steun zullen kunnen rekenen.”

Dat de Jordaanse regering het de voorbije jaren ook een stuk handiger heeft aangepakt dan de regimes in pakweg Syrië of Egypte mag ook blijken uit het aantal Jordaniërs dat vandaag in de openbare sector werkt, en dus min of meer met handen en voeten gebonden is aan het huidige regime. “Ik omschrijf het altijd als een afhankelijkheidscultuur”, stelt Naseen. “Zelfs die behoorlijk opgeleide jongeren die men vandaag wereldwijd gemakshalve als de ‘Facebook-generatie’ afschildert, hebben hier maar één ding voor ogen als ze afgestudeerd zijn: een baantje in de openbare sector. Goed voor een doorsnee loon, zekerheid op lange termijn en toegang tot gratis gezondheidszorg voor jezelf en je familie. Geen wonder dus dat ruim 40 procent van de Jordaniërs voor de overheid werkt. In tegenstelling tot heel wat andere landen verleent het je ook een zeker prestige als je hier ambtenaar bent: het betekent dat je iemand bent met voldoende connecties. En dat geeft meteen ook aan hoe diep het probleem hier wel geworteld zit. Corruptie neemt hier heel andere vormen aan dan wat jullie daar in het Westen doorgaans onder verstaan: het gaat niet om één iemand die iemand anders omkoopt, het gaat om een heel netwerk. Je moet heel wat mensen in je netwerk ‘onderhouden’, die op hun beurt dan weer afhangen van heel wat anderen. Dat alles versterkt die afhankelijkheidscultuur alleen maar en maakt de plaag ook zo moeilijk uit te roeien. We hebben nood aan een ander systeem en aan een leider die bereid is om echt komaf te maken met dat soort netwerken. Alleen is het hoogst twijfelachtig of de brede massa ooit bereid zal gevonden worden de zo aanbeden stabiliteit en bepaalde voorrechten op te offeren, in ruil daarvoor. Niet voor niets is de eerste raad die ouders hun kinderen hier meegeven als ze naar de universiteit trekken ‘hou je zo ver mogelijk weg van de politiek’.  En de meeste jongeren slikken dat ook, in naam van de heilige stabiliteit. Met die mentaliteit raak je natuurlijk niet bijzonder ver (glimlacht).”

Islamisten

Buitenlandse donoren – van Arabische landen over de VS tot de EU – speelden de voorbije jaren een sleutelrol in dit verhaal. Zij zorgden voor de centen die het regime overeind hielden. “Ruim 6 procent van het overheidsbudget gaat naar militaire uitgaven alleen al. Dat is gigantisch veel, maar niet als je bedenkt dat militairen na een carrière van vijftien tot maximaal twintig jaar met pensioen kunnen, mét behoud van het volledig loon. Onbegrijpelijk en onbetaalbaar, maar geen haan die ernaar kraait. Ik maak me dan ook volstrekt geen illusies: er zullen wellicht nog protesten volgen, maar in dit land kunnen de jongeren nooit zoveel volk mobiliseren als in Tunesië of Egypte. Wel hoop ik dat er eindelijk een aantal nieuwe stemmen zullen opstaan, jonge mensen die het lef hebben om een afwijkende mening te verkondigen. Net daaraan ontbreekt het ons al decennialang: mensen die de gang van zaken in vraag durven te stellen, die aan de boom kunnen schudden en die lak hebben aan aloude maatschappelijke structuren en tradities. We hebben nood aan meer diversiteit op het publieke forum, en mogen de oppositie zeker niet aan de islamisten overlaten. Tot nog toe hadden we hier ogenschijnlijk maar twee strekkingen: de stammen en de islamisten. Heel wat jongeren voelen zich vandaag door geen van beide partijen meer vertegenwoordigd, en ook binnen het regeringscomité dat vandaag de beloofde hervormingen moet voorbereiden is de jongere generatie totaal afwezig: de helft van de bevolking is jonger dan dertig, maar in dat comité zijn de allerjongsten begin veertig. Het gevaar is dus niet denkbeeldig dat er nu, onder druk van de straat, wel wat hervormingen komen maar dat er tegelijk andere beperkingen komen die de zogenaamde hervormingen meteen neutraliseren. Zo is het tot nog toe altijd gegaan in dit land. Daarom ook zijn de sociale media zo belangrijk: niet omdat Facebook of Twitter ideale kanalen zijn om jongeren te mobiliseren – zo ver zijn we hier nog lang niet -wel omdat ze jongeren eindelijk de kans bieden om met elkaar te praten en te overleggen, iets wat hier in het verleden nooit gebeurde. En om informatie te delen en te becommentariëren zonder dat die eerst gefilterd wordt. Online politiek, zeg maar. Het regime laat voorlopig begaan, wellicht omdat ze er van uitgaan dat er toch nog te weinig jongeren echt online zijn om een grote impact te hebben, zeker buiten Amman. Misschien hebben ze daar ook wel gelijk in, maar je hebt gelukkig geen meerderheid nodig om fundamentele hervormingen te bewerkstelligen. Wel een significante minderheid, maar zelfs die hebben we hier voorlopig nog niet.”

Foto: Isabel Pousset