Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Ex-politici, witte raven voor je bedrijf?

Politici die hun mandaat opgeven voor een job buiten de politiek, zoals Sven Gatz, zijn een zeldzaamheid. Hoe komt het dat het water tussen politiek en bedrijfsleven zo diep is? En welke troeven kunnen politici uitspelen?

Veel aandacht voor de aankondiging van Sven Gatz, eind vorige week. De Open VLD-fractieleider in het Vlaams parlement ruilt na de zomer zijn politiek mandaat in voor een job als directeur van de Belgische Brouwers. Een carrièremove zoals we die in onze contreien zelden zien. Uiteraard zijn er politici die na een verkiezingsnederlaag noodgedwongen op zoek moeten naar een andere broodwinning. Er zijn er ook die na een politieke loopbaan terugkeren naar hun advocaten- of dokterspraktijk. Maar zij die uit vrije wil de politieke bühne de rug toekeren en andere professionele oorden opzoeken, zijn dun gezaaid.
Daan Schalck kreeg een déjà-vu gevoel bij de berichten over Gatz. Schalck zetelde voor Sp.a in het federaal parlement, toen hij in 2004 afscheid nam van de politiek en aan de slag ging bij Ernst & Young als consultant voor de publieke sector. Een onverwachte zet, want Schalck verzaakte aan een mandaat dat op dat moment nog 3 jaar liep. “Ik had voor mezelf uitgemaakt dat ik niet mijn hele leven in de politiek wilde blijven. Ik was toen 40 en vond dat een goed moment om de stap te zetten. Als je nog elders een carrièrre wilt uitbouwen, dan moet je niet wachten tot je 50ste.” Een beetje de overweging die Gatz ook maakte, en een raadgeving die overigens geldt voor iedereen die een belangrijke carrièreswitch overweegt.

Bij Schalck is het alvast goedgekomen met die tweede carrière. Na drie jaar Ernst & Young verkaste hij naar de haven van Antwerpen, waar hij directeur was van de Maatschappij voor het Haven-, Grond- en Industrialisatiebeleid van de Linkerscheldeoever. Ondertussen is de ex-parlementair ceo van het Gentse Havenbedrijf. Spijt van zijn overstap heeft Schalck nooit gehad. “De maatschappelijke betrokkenheid die mij dreef in de politiek, vind ik ook terug in mijn huidige job, die toch vrij dicht bij de politiek staat.” Precies daarom was het wellicht een goede zaak dat Schalck al een tijdje weg was uit het politieke bedrijf, en dat hij drie jaar in een 100% prive-bedrijf had gewerkt. “Mijn periode bij Ernst & Young kan je zien als een soort “ontluizingsperiode”. Na een politieke carrière ben je in de ogen van velen toch een beetje verbrand, omwille van de politieke kleur die je draagt.”

Meer inhoud

Kleur of geen kleur, feit is toch dat politici ervaring kunnen voorleggen die ook elders bruikbaar is? “Die ervaring wordt veel te weinig aangewend in de privésector,” vindt Schalck. “Het bedrijfsleven en de politiek kunnen veel van elkaar leven. Er zijn trouwens heel wat parallellen tussen de twee werelden,” stelde Schalck vast. “Tegenstrijdige belangen die moeten worden verzoend, coalities die worden gesmeed, schaarse budgetten die verdeeld moeten worden,.....Wie denkt dat politiek niet bestaat in het bedrijfsleven, is eraan voor de moeite. De mechanismen zijn precies dezelfde.” Wat Schalck leerde in de politiek kan hij als havenbaas nog altijd gebruiken: “Onderhandelen, compromissen zoeken, het is ook nu dagelijkse kost. Ook mijn media-ervaring speelt in mijn voordeel. Ik weet hoe je het moet aanpakken als er slecht nieuws te melden valt, bijvoorbeeld.”
Heel wat parallellen dus. Maar ook verschillen. “Het opvallendste verschil: dat ik nu het grootste deel van mijn tijd met mijn eigenlijke jobinhoud bezig ben, terwijl je in de politiek nogal wat tijd spendeert aan 'randverschijnselen' zoals lijstvorming of aanwezigheidspolitiek. Wat ik nu doe is ook veel concreter dan wat ik in het parlement deed. Daar breng je dingen in beweging, maar het gaat allemaal traag. In de politiek  heb je de ook maar voor 25% zelf in de hand. In het bedrijfsleven is die verhouding naar mijn aanvoelen omgekeerd. Gelukkig maar.” Dat het harder werken is in de politiek, zou Schalck niet durven beweren. “Je bent meer uren bezig, dat wel. Maar of die tijd daarom productiever is? Nu werk ik ook hard, maar mijn weekends en vakanties zijn echt vrij. Een verademing na de politiek, waar het 7 op 7, 24 uur op 24 doorgaat.”

Luc Drieghe is Director Public Sector bij Hudson Belux. “Nee, cv’s van politici krijgen we bij Hudson zelden toegestuurd,” lacht hij. “Waarom niet meer politici het voorbeeld van Schalck en Gatz volgen? Ik denk dat de meesten politiek toch als een roeping zien, en er daardoor moeilijk afstand van kunnen nemen. Bovendien hebben politici vaak een dikke huid. Ze kunnen nogal wat incasseren voor ze er de brui aan geven. En als ze al uitkijken naar een andere job, dan denk ik dat ze eerder hun netwerk zullen aanspreken dan dat ze openlijk zullen solliciteren.” Op zich jammer, meent de rekruteringsspecialist. Want politici kunnen een nuttige inbreng hebben in het bedrijfsleven. “In de Angelsaksische landen en in Nederland is zo’n overstap trouwens minder ongebruikelijk. Kijk maar naar Wouter Bos, die in 2010 overstapte naar KPMG.”

Goeie lobbyisten

Hudson heeft wel wat ervaring met politici. “Wij hebben een aantal  outplacementtrajecten gedaan voor politieke partijen na verkiezingsdébâcles, onder andere voor hun politiek personeel. Als je kijkt naar het competentieprofiel van de doorsnee politicus, dan is die sterk in drie zaken. Ten eerste in alles wat te maken heeft met interpersoonlijke relaties: netwerken, beïnvloeden, onderhandelen, communicatie. Daarnaast zijn goede politici bedreven in strategisch en beleidsmatig denken op lange termijn. Last but not least zijn het vaak gedreven en geëngageerde mensen. Als je al politici ziet opduiken in het bedrijfsleven, dan is dat vaak in jobs waarbij precies die sterktes belangrijk zijn. Public relations, public affairs, lobbying, ... . Of belangenverdediging, zoals in het geval van Sven Gatz.”
“In het algemene management van bedrijven of organisaties zie je ex-politici dan weer zelden opduiken,” stelt Drieghe. “Omdat ze vaak te kort schieten als het op managementcompetenties aankomt. Om de eenvoudige reden dat ze tijdens hun politieke carrière weinig kans krijgen om managementervaring op te doen. Want netwerken, onderhandelen en beïnvloeden is één ding, people manangement en het aansturen van een organisatie is nog iets anders. Die laatste competenties zijn bij de meeste politici veel te weinig ontwikkeld, tenzij ze het bijvoorbeeld tot minister schoppen.” Maar laat het nu net niet die mensen zijn die de overstap maken. “Misschien moeten politieke partijen wat meer aandacht besteden aan talentmanagement en aan de professionele ontwikkeling van hun politiek personeel,” suggereert Drieghe.

En in welke sectoren zijn politici het meest gegeerd? Drieghe: “Ietwat voor de hand liggend: alle sectoren die met de overheid te maken hebben: consultancybedrijven die overheidsorganen adviseren bijvoorbeeld. Zoals in het geval van Daan Schalck, die bij Ernst & Young verantwoordelijk was voor de publieke sector. Hij had zijn netwerk, was vertrouwd met de politieke cultuur, kende de instellingen en beslissingprocessen,...dat was uiteraard een groot voordeel voor die job. Ook in bedrijven die in  hun activiteiten sterk geconfronteerd worden met de impact van reglementering en sectoren waar er veel lobbywerk nodig is, zoals de energiesector of de telecommunicatie, kunnen ex-politici een grote toegevoegde waarde betekenen.”
Dat ze, naast die waardevolle netwerken en kennis, ook een politieke kleur meebrengen, hoeft volgens Drieghe niet zo’n probleem te zijn. “Al zal je hier en daar wel een bedrijfsleider tegenkomen die zich liever niet associeert met een bepaalde partij. Het hangt er ook vanaf in hoever de betrokkene nog politiek actief blijft.” Dat de loonvoorwaarden politici tegenhouden om de overstap te maken naar de privésector, gelooft Drieghe niet. “Tenzij ze natuurlijk komen met de verwachting dat ze in de privésector veel méér gaan verdienen én bovendien een aangenamer leven gaan hebben. Dan zullen ze snel inzien dat die gouden bergen niet bestaan.”

Tekst: Karin Eeckhout