Een job in de farmasector: droom of potentiële nachtmerrie?

Het liefst van al verlangt u naar een job bij GlaxoSmithKline. Een bedrijf met een naam als een klok, net als alle andere bedrijven uit de Top 20 van de ‘Most Wanted’. Opvallend: heel wat bedrijven uit de farmasector scoren bijzonder hoog. Maar is een job bij zo’n farmagigant wel zo aantrekkelijk? En is het flatterende beeld dat u van uw toekomstige werkgever hebt wel realistisch?

19 mei 2010. De Amerikaanse farmareus én wereldmarktleider Pfizer (54 miljard euro omzet) maakt bekend dat het wereldwijd acht fabrieken zal sluiten en 6.000 banen wil schrappen. Met een beetje geluk blijven de fabrieken in Puurs (1.300 werknemers) en Bornem (485 werknemers) gespaard, maar over wat er met de vestigingen in Louvain-La-Neuve (200 mensen), Zaventem (340), Elsene (480) en Anderlecht (50) zal gebeuren, is heel wat minder duidelijkheid. De herschikking van haar productiecapaciteit moet de groep 4 tot 5 miljard dollar aan besparingen opleveren. In september 2009 schroefde Pfizer de productie in Louvain-La-Neuve al met 17 procent terug.
17 mei 2010. Bij geneesmiddelenproducent Janssen Pharmaceutica uit Geel start voor de vierde maal sinds 2001 een ingrijpende herstructurering. Over een periode van drie jaar zullen 446 jobs sneuvelen. Het bedrijf trekt 82 miljoen euro uit om de pil voor de ontslagenen te verzachten. Een jaar eerder maakte het moederbedrijf Johnson & Johnson nog 9 miljard dollar winst. De herstructureringen bij Pfizer en Janssen Pharmaceutica waren de voorbije jaren geen alleenstaande gevallen. Ondernemingen met klinkende namen als UCB en Solvay Pharma gingen hen voor. Toch prijkt de farmasector hoog op het lijstje favoriete werkgevers van de Belgische werknemers. Terecht of, in het licht van de recente herstructureringen, een vergissing?

Herstructureren & aanwerven

“Helemaal terecht”, vindt Leo Neels, algemeen directeur van pharma.be, de belangenvereniging van de Belgische farmaceutische industrie. “Er wordt in onze sector niet alleen geherstructureerd, maar ook aangeworven. Dat laatste krijgt helemaal geen media-aandacht, het eerste wel. Ik begrijp mensen die voor farmabedrijven willen kiezen heel goed, want het is en blijft een fascinerende sector. De zoektocht naar nieuwe en betere geneesmiddelen is ongewoon boeiend, net als het gevecht om ze tot bij de patiënt te brengen. De farmasector heeft nu behoefte aan andere profielen dan vroeger, want de moeilijkheidsgraad van het vak is spectaculair toegenomen. We hebben vooral nood aan superopgeleide mensen. Dat heeft als gevolg dat ondernemingen uit onze sector niet anders kunnen dan zeer aantrekkelijke voorwaarden aan potentiële werknemers aanbieden. Bij de aanwerving van hoogopgeleiden staat een in België gevestigd bedrijf altijd in concurrentie met buitenlandse ondernemingen. Het is trouwens niet altijd even vanzelfsprekend om de juiste krachten te vinden. Er zou veel meer geïnvesteerd moeten worden in hoogtechnologische opleidingen zoals die van industrie-apothekers of artsen voor de industrie. De numerus clausus in de artsenopleiding werkt contraproductief voor ons. Die numerus clausus is er gekomen omdat de overheid bang was dat er te veel artsen zouden afstuderen die geneesmiddelen zouden kunnen voorschrijven. Het gevolg is dat de industrie nu geen dokters vindt.”

Fons Leroy, arbeidsmarktspecialist en gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), vindt dat de farmaceutische industrie niet zoveel te klagen heeft over de berichtgeving. “Hun nieuwe verwezenlijkingen krijgen wel degelijk media-aandacht”, zegt hij. “Andere sectoren hebben meer reden om verongelijkt te zijn. De klassieke industriële sectoren komen tegenwoordig alleen maar met negatieve berichten over collectieve ontslagen in het nieuws. Ook al betalen ze misschien heel goede lonen, bieden ze een interessante jobinhoud, een goeie werksfeer en een op maat gesneden werk-privébalans. Het feit dat zoveel mensen hopen ooit in een farmabedrijf te werken, heeft veel te maken met ‘employer branding’: de manier waarop die ondernemingen zichzelf profileren. De farmaceutische sector scoort al jaren hoog in enquêtes zoals de ‘Beste Werkgever’. Ondanks alle herstructureringen van de laatste jaren, geven zij toch wel arbeidsomstandigheden die door huidige en toekomstige werknemers als zeer aantrekkelijk gezien worden. De lonen liggen hoog en veel van die bedrijven bieden zelfs op het moment van herstructureringen nieuwe uitdagingen aan. Er worden voortdurend nieuwe producten gezocht en ontwikkeld. Een overgroot deel van de respondenten in het ‘Most Wanted’-onderzoek is hoogopgeleid en jonger dan 44. De cijfers bevestigen eerdere onderzoeken die zich focussen op ‘Generation Y’ (geboren tussen 1976 en 1994) en ‘Generation X’ (geboren tussen 1966 en 1976): ze hechten veel belang aan de inhoud van een job en de verantwoordelijkheid die ermee gepaard gaat, net als aan het loon en de werk-privébalans.”

Blijft de vraag: hoe verstandig is het om als hoogopgeleide ingenieur of arts een job te zoeken in een sector die steeds meer de productie lijkt uit te besteden naar het buitenland? Dreigt de Belgische farmasector niet te eindigen als één groot sales- en marketingkantoor? Leo Neels: “Ik vrees dat ook dat een verkeerde voorstelling van zaken van de media is. Productie gebeurt deels hier en deels in het buitenland. Voor België is research het belangrijkste. Sales ook natuurlijk, want de farmaceutische industrie heeft de verplichting om de bevoorrading aan de patiënten te garanderen. Van elke euro die onze ziekteverzekering aan terugbetaling van geneesmiddelen besteedt, wordt de helft opnieuw in België geïnvesteerd in research en ontwikkeling van medicijnen. Wij willen die unieke rol in de wereld en de tewerkstelling die daarmee gepaard gaat, behouden. Een aantal politici en journalisten hoort het misschien niet graag, maar bij de publieke opinie is de waardering voor de farmasector en haar geneesmiddelen zeer groot.”

Geen jobzekerheid meer

Gijs Laureys, analist apparatuurbeheer bij Janssen Pharmaceutica en afgevaardigde voor de christelijke bediendenvakbond LBC, ziet de toekomst van de farmasector minder rooskleurig in. “In de loop der tijden zijn er in de farma-industrie heel goeie loonsvoorwaarden opgebouwd”, zegt hij. “Maar die staan nu onder druk. Er wordt steeds meer productie uitbesteed. Bij Janssen Pharmaceutica wordt dat het ‘campusmodel’ genoemd. Moederbedrijf Johnson & Johnson (J&J) is zijn activiteiten aan het opsplitsen in internationale groepen. J&J bestaat nu uit drie grote takken: Pharmacy, Consumer and Medical Devices en Diagnostics. Er wordt gewerkt aan één productiegroep voor de drie takken. Die groep zal in de toekomst beslissen wat waar geproduceerd mag worden. Een van de gevolgen is dat bij Janssen de ‘Steriele Productie’ gedoemd is te verdwijnen. Maar niet alleen de productie staat onder druk: ook voor research & development geldt het ‘campusmodel’ waarbij de internationale concurrentie volop speelt. Daardoor sneuvelen er ook binnen R&D jobs. Op een ondernemingsraad heeft het management duidelijk laten verstaan dat productie geen kernactiviteit meer is voor ons, maar dat we de markt moeten voorzien van medicijnen. Waar en hoe die geproduceerd worden, is van minder belang en behoort niet langer tot onze kerntaken. Telkens als we een nieuw medicijn ontdekken, moet onze productie-eenheid zich internationaal gaan verdedigen tegen alle andere productie-eenheden van J&J én tegen externe concurrenten. Ik vrees dat veel mensen die bij ons willen komen werken, niet echt goed begrijpen wat daar de consequenties van zijn. De toekomst oogt onzeker. Wie bij een farmabedrijf solliciteert omwille van de jobzekerheid, maakt een zware vergissing.”

Tekst: Jan Stevens

Lees ook:
- Most Wanted Companies: uw favoriete merken om voor te werken
- Sectoren die verleiden: media, toerisme en ngo's

Verschenen in Vacature Magazine van 19 juni 2010.