Een Iron Man als ultiem visitekaartje

Tweemaal de Mont Ventoux op met de fiets, voor minder doen ze het niet. Een marathon, dat staat al mooier op het cv. Maar een volledige triatlon, daarmee dwing je pas echt respect af. Ondernemer of manager lijkt almaar vaker te rijmen op extreem sporten, maar waarom slaan zoveel drukbezette dertigers en veertigers plots aan het sporten? En vooral: moet het zo nodig zo extreem?

Met zowat 1.500 zijn ze, de Vlaamse sportievelingen die zich dit weekeind opnieuw de tanden stuk zullen bijten op de taaie Mont Ventoux, in het gezelschap van een obligate stoet BV’s. En vorig weekeind nog toverden 30.000 lopers van allerlei pluimage Brussel een hele dag lang om in een bezette stad naar aanleiding van de ‘Twintig kilometer door Brussel’. Om over het succes van andere stratenlopen of de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen nog maar te zwijgen. Stellen dat individuele duursporten zoals lopen en fietsen in ons land aan een opmars bezig zijn, lijkt dan ook een understatement van formaat. “Dat klopt”, bevestigt ook professor Jeroen Scheerder (K.U.Leuven), die de voorbije jaren flink wat onderzoek deed naar de sportbeoefening in Vlaanderen.

“Al moeten we dat meteen ook in de juiste context plaatsen: daar waar in 1969 amper 22 procent van de 12- tot 75-jarigen in Vlaanderen een of andere vorm van sport bedreef, was dat percentage in 2007 al opgelopen tot ruim 66 procent. Met andere woorden: sportbeoefening in het algemeen zit in Vlaanderen al jarenlang stevig in de lift.”
Tegelijk blijken fietsen en lopen de laatste jaren effectief stevig aan populariteit gewonnen hebben. Terwijl in 1999 17 procent van de Vlaamse volwassenen fietste en 4 procent liep, verdubbelden die percentages in 2006 tot respectievelijk 32 en 9 procent.

En hoewel hij niet zo ver wil gaan om de loopsport als een elitesport te omschrijven, bevestigt het onderzoek van professor Scheerder ook het vermoeden dat vooral hoger opgeleiden almaar vaker de loopschoenen aantrekken. “Zowat 39 procent van de lopers in Vlaanderen heeft tegenwoordig een diploma hoger onderwijs op zak. Bij de fietsers is dat 21 procent. Let wel, onder het etiket “fietsen” vallen zowel de pure recreanten als de fietstoeristen die maandelijks vele honderden kilometers afmalen. Ik twijfel er niet aan dat in die laatste categorie de ceo’s, politici en ondernemers ook relatief sterker vertegenwoordigd zijn.”

Flandrien

Enkele kilometers gaan joggen of een ontspannende fietstocht op zondag is één ding, driemaal daags de Mont Ventoux op, een marathon lopen of wekelijks tien tot vijftien uren trainen voor een triatlon is nog heel andere koek. Nochtans lijkt net dat soort extreme sportieve uitdagingen de laatste jaren almaar aan populariteit te winnen, en dan vooral bij hoger opgeleiden en mensen die in het bedrijfsleven een stevige, vaak leidinggevende positie bekleden. Jeroen Scheerder: “Managers, bedrijfsleiders en kaderleden zijn het gewoon de lat hoog te leggen en steeds nieuwe uitdagingen aan te gaan, het zit haast in hun genen. Dat vertaalt zich nu ook in de wijze waarop ze sport gaan beoefenen. Daar komt nog bij dat je met extreme sportprestaties – of je nu enkele malen de Ventoux op en af rijdt of een echte Iron Man loopt - onvermijdelijk ook meer in de kijker loopt. Je kan er mee uitpakken, wat in een competitieve managersomgeving ook altijd leuk meegenomen is.”

“Daarnaast is vooral fietsen ook een sport met heel wat ‘commercieel’ potentieel: het laat je toe vlot contacten te leggen en te netwerken, ons ziet ons, zeg maar. Er worden de laatste jaren almaar meer grote fietstochten en -evenementen georganiseerd die de sport heel visibel en tastbaar maken, bomvol technische snufjes, blitse producten en mooie pakjes. Dat is al iets heel anders dan het beeld van de noeste, zwoegende Flandrien, dat gelukkig ook nog bestaat. En ook het competitieve mag je uiteraard niet onderschatten: tijden, afstanden, prestaties, je kan het allemaal vergelijken en verbeteren.”

Iron managers

Unizo heeft z’n eigen ‘Cycling team’, een wielerploeg die trainingsritten met heuse klassiekers afwisselt en voornamelijk op ‘drukbezette ondernemers’ mikt. Er is de Managers Marathon Club, die onlangs haar twintigjarig bestaan vierde en waar – we citeren - ‘bedrijfsleiders, kaderleden, uitoefenaars van vrije beroepen, zelfstandigen en andere 'in-tijdnood-verkerenden' elkaar vinden, elkaar steunen en vooral, lopen’. Hun ultieme ambitie? Een marathon uitlopen, of wat had u gedacht? En als het nog iets meer mag zijn, dan kan u terecht bij de Iron Managers. Tenminste, als u er stiekem van droomt om ooit een echte Iron Man, een volledige triatlon dus, uit te lopen én over de juiste adelbrieven beschikt.

Al moet dat volgens voorzitter, projectontwikkelaar en multi-sporter John Geernaert nu ook weer niet overdreven worden. “Toen de club werd opgericht was het de bedoeling om mensen met een ‘verantwoordelijke functie’ te begeleiden bij de training en voorbereidingen voor het afwerken van een volledige triatlon. Het begrip manager moet dus met een korrel zout worden genomen, maar we mikken natuurlijk niet op Jan en alleman. Het jaarlijkse lidgeld, 600 euro, zorgt ook al voor een soort natuurlijke selectie. Daarnaast moeten kandidaat-leden ook eerst op de koffie bij onze coach Tim de Vilder, zelf een ervaren en succesvol triatleet, die zowel naar de professionele achtergrond als naar de sportieve verwachtingen peilt. In theorie is het de bedoeling om binnen drie jaar een triatlon te kunnen lopen, maar het staat iedereen uiteraard volledig vrij om finaal genoegen te nemen met een kwart- of halve triatlon. We mikken op een zeker nichepubliek, dat klopt, maar dat was nu eenmaal ook het opzet toen enkele mensen in 2006 besloten om dit initiatief te nemen. Vandaag zitten we aan een honderdtal leden en dat aantal groeit jaarlijks nog lichtjes aan, dat bewijst dus dat hier wel degelijk vraag voor was.”

John Geernaert: “Ik kan samen met jou enkel vaststellen dat almaar meer managers of mensen die in het bedrijfsleven een succesvol parcours hebben afgelegd vandaag ook niet vies zijn van een sportieve uitdaging meer of minder. Eens boven de 35-40 jaar moet je niet meer beginnen met krachtsporten of met sporten die veel explosiviteit eisen, en dan komen duursporten automatisch in de kijker. Nu, triatlon is sowieso een sport die de wind in de zeilen heeft, niet enkel in managerskringen. Het is dus een beetje de hype van het moment, en vandaag springen almaar meer sportievelingen op die kar. Als ik mag afgaan op wat ik bij ons in de club hoor, dan is de uitdaging toch de grootste trigger om zich op triatlon te storten. Een gezonde uitdaging dan ook. Al geef ik grif toe dat sommigen wel heel dicht tegen de grens van het ongezonde aanschurken, al is een volledige triatlon dan toch nog het minst ongezonde van alle ongezonde dingen (lacht).

Ik heb de indruk dat een vorm van extremisme in heel wat sporten stilaan de norm wordt, van lopen over wielrennen tot bergbeklimmen. Twintig jaar geleden was een marathon lopen een ronduit uitzonderlijke prestatie, vandaag ben je haast abnormaal als je nooit een marathon gelopen hebt. We trachten onze leden af en toe dus ook een beetje tegen zichzelf te beschermen. Mits de nodige training kan je de risico’s voor hart en bloedvaten meestal wel beperken, maar je mag niet vergeten dat je het lichaam wel een enorme mechanische belasting oplegt. Een kleine anekdote op dat vlak: de eerste lichting Iron Managers waren met 31 toen ze naar Florida afzakten voor hun allereerste volledige triatlon. Ze hebben allemaal de eindmeet gehaald, maar binnen de twee jaar is ruim een derde van die lichting geopereerd aan knieën of gewrichten. Het is dus geen goed idee om al te snel vooruit te willen gaan. Maar toch merk ik dat haast iedereen absoluut voor die volledige triatlon gaat, terwijl je puur sportief gezien net zo goed hele mooie prestaties kan laten optekenen op een kwarttriatlon. Alleen: daar kan je niet zo mee uitpakken, dat spreekt bij het grote publiek veel minder tot de verbeelding. Dus ja, status speelt ook een grote rol, daar moeten we niet flauw over doen, en de sfeer binnen een groep die zich samen voorbereidt op zo een prestatie is natuurlijk ook wel apart. Sommigen gaan samen op café zitten, wij trainen samen, niets mis mee toch? Al zou ik zeker niet zo ver gaan om dit te omschrijven als netwerken: uiteraard leg je wel wat contacten, maar dit is totaal bijkomstig in vergelijking met de sportieve uitdaging.”

Vrouwlief in de schaduw?

Lange werkdagen, vele trainingsuren, maar wat met moeder de vrouw die intussen braafjes thuis zit en er ook nog eens de zorg voor de kroost bovenop krijgt? John Geernaert, voorzitter Iron Managers: “Het aantal trainingsuren varieert sterk in functie van de sportieve doelstellingen die je jezelf oplegt, maar ik zal niet ontkennen dat heel wat van onze leden thuis soms stevige compromissen moeten sluiten. Bijvoorbeeld maximaal één Iron Man om de twee jaar, zodat het gezinsleven toch niet constant in de schaduw staat. Dit soort extreme sportbeleving kan zeker een potentiële bron van conflicten zijn, dat heb ik ook al gemerkt, maar het is een kwestie van geven en nemen. Anderzijds: welke vrouw wil haar echtgenoot het recht op die ene passie ontzeggen? We hebben overigens ook koppels die hier samen in de club zitten, en vandaag is zelfs de eerste ‘iron baby’ op komst.”