Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Drie topambtenaren bekennen (geen) kleur

Alle camera’s richtten zich de voorbije weken op de nieuwe burgemeesters en schepenen. Ze legden de eed af en herhaalden hun beloften. Maar het zijn de lokale topambtenaren die zich achter de schermen uit de naad werken om die beloften te realiseren. Hoe beleven zij de aflossing van de macht?

Een zeer groot deel van de 7.464 nieuwe gemeenteraadsleden – onder wie 1.594 schepenen en 308 burgemeesters – zijn groentjes in de gemeentepolitiek. De lokale topambtenaren gooien dan ook al hun ervaring in de strijd om hen zo snel mogelijk in te werken, om het nieuwe beleid voor te bereiden en uit te voeren. Spilfiguur is zonder uitzondering de stadssecretaris. In die hoek vind je dan ook de verhalen die de recente aflossing van de wacht perfect samenvatten. Drie stadssecretarissen in het bijzonder hebben hun handen vol aan een opmerkelijke wissel: Roel Verhaert zag hoe Bart De Wever (NV-A) Patrick Janssens (sp.a) schaakmat zette in Antwerpen, Johan Coens zat op de eerste rij toen Renaat Landuyt (sp.a) met amper 163 stemmen won van Dirk De fauw (CD&V) in Brugge, en Geert Hillaert was er getuige van hoe Vincent Van Quickenborne (Open VLD) aftredend burgemeester Stefaan De Clerck (CD&V) buitenspel zette in Kortrijk. Meer nog, Verhaert, Coens en Hillaert krijgen voor het eerst in hun jarenlange carrière een burgemeester met een andere politieke kleur. Ze blijven er opvallend rustig onder. “Het is niet aan ons om een oordeel te vellen”, klinkt het in koor.

Boeiende tijden

Hun telefoon staat dan ook geen ogenblik stil, hun agenda puilt uit van de vergaderingen en dubbele shifts zijn geen uitzondering. “Het zijn zeer drukke tijden”, zegt de Brugse stadssecretaris Johan Coens, zonder te willen dramatiseren. Zijn Antwerpse collega nuanceert: “Het is altijd druk en onze dagen zijn altijd lang, maar dat geldt voor elke grote organisatie.”

De echte werkpiek begon op 15 oktober, één dag na de verkiezingen. “Toen begon de nieuwe politieke ploeg informatie in te zamelen, ideeën op te doen en feedback te vragen”, vertelt Geert Hillaert. In zijn thuisbasis Kortrijk hebben zeven van de negen nieuwe schepenen nog nooit in een college gezeten. “Om hun opdracht goed te kunnen uitvoeren en om de juiste beslissingen te kunnen nemen, zoeken ze stabiliteit en zekerheid. Dat is dan weer de verantwoordelijkheid van de lokale ambtenarij.”

Ook in Antwerpen zijn er heel veel nieuwe schepenen, raadsleden en districtsraadsleden onder de 264 rechtstreeks verkozen raadsleden. Daar doen Roel Verhaert en zijn medewerkers er alles aan om de inwerkperiode zo kort mogelijk te houden, met infosessies, persoonlijke begeleiding, tot en met een iPad voor elk raadslid.”

Onze drie stadssecretarissen zijn het er roerend over eens dat de wissel van de macht erg boeiend is. Geert Hillaert (Kortrijk): “Je kunt het vergelijken met de wissels binnen het directiecomité van een bedrijf. De mannen en vrouwen die de hoofdlijnen uittekenen, krijgen plots een ander gezicht. Daardoor worden een pak routines opnieuw in vraag gesteld en bijgeschaafd, tal van nieuwe suggesties worden geformuleerd. Een kritische blik in de spiegel, met andere woorden.”

De grootste impact, zowel op het beleid als op de manier van (samen)werken tussen politiek en ambtenarij, heeft zonder twijfel de vaak andere visie van de nieuwe burgemeester. “Het grootste verschil tussen Landuyt en zijn voorganger zit hem in de voorbereiding van de colleges”, vertelt Johan Coens (Brugge). “Vroeger moesten alle diensthoofden met al hun dossiers eerst langs de burgemeester passeren. Landuyt wil enkel de belangrijkste dossiers persoonlijk bespreken met de diensthoofden.”

Dat nieuwe werkmethodes en prioriteiten een beetje onzekerheid in de ambtelijke organisatie laat doorsijpelen, beschouwt Coens niet als obstakel.

Geert Hillaert begrijpt dat sommige ambtenaren het moeilijk hebben met de machtswissel. Niet voor niets benadrukte hij in zijn nieuwjaarsrede hoe boeiend deze tijden zijn. “Het kan zijn dat door de verschuiving van prioriteiten de jobinhoud voor sommige mensen verandert, maar hun job zelf is allesbehalve bedreigd. Wel moeten ze in staat zijn om een andere bril op te zetten. Via onze directeurs laten we hen bijvoorbeeld weten dat ze moeten openstaan voor vragen, en dat ‘Ja, maar’ nooit een antwoord kan zijn.”

De drie stadssecretarissen zelf zullen evenmin geneigd zijn om ‘Ja, maar’ te antwoorden op een vraag van hun nieuwe burgemeester. Al is het maar omdat het hun job is om haalbare oplossingen te zoeken en omdat ze dag in dag uit moeten samenwerken met hun kersverse baas. “We hebben elkaar nodig om goed te kunnen functioneren”, zeggen ze alle drie over hun relatie met de nieuwe burgemeesters. “Dat kan enkel in een sfeer van vertrouwen. En niets doet uitschijnen dat het een probleem zal zijn om dat vertrouwen op te bouwen.”

In de schaduw van de macht

Transparant communiceren is cruciaal, klinkt het nog. Persoonlijke belangen laten de ambtenaren achterwege. Johan Coens (Brugge): “Zodra het duidelijk werd dat Landuyt burgemeester zou worden, is het evident dat je contact zoekt. Daarmee hebben we dus niet gewacht tot 2 januari. Verkennende gesprekken, elkaars gewoonten leren kennen … Na een tijdje gaat dat als vanzelf. Gezamenlijke autoritten, de vele vergaderingen en werkbesprekingen doen de rest. Om onze persoonlijke band te versterken, hoeven we dan ook geen speciale etentjes of activiteiten in te plannen.”

Om de tandem politiek en ambtenarij goed te laten draaien, is empathie en respect voor elkaars functie nodig, vult Coens verder aan. “De burgemeester maakt samen met zijn schepenen de nodige keuzes en rekent op ons voor de voorbereiding en uitvoering ervan. Wij kennen de machine van de administratie. Ik zorg voor de continuïteit. Van wat de afgelopen jaren gebeurd en beslist is, weet ik heel veel.” Hiermee bewijst het trio dat teamgeest bij uitstek een vereiste eigenschap is voor iedere (top)ambtenaar. Of zoals Roel Verhaert (Antwerpen) het aan zijn mensen leert: samenwerken is het tegenovergestelde van tegenwerken. “Dat begrijpt iedereen. Meer uitleg wordt er van mij niet verwacht. Ik ben nu eenmaal niet diegene die verkozen werd.”

Dat ze ondanks dit harde werk zelden zelf voor de camera verschijnen, deert Verhaert, Coens en Hillaert niet. Ze putten voldoening uit de realisaties van hun administratie. En ze beseffen maar al te goed dat de vlotte machtsovergang enkel mogelijk was door het vele werk achter de schermen. De stadssecretarissen hebben hun ambtenarenkorps vormgegeven, georganiseerd en versterkt. Met managementlessen, teambuildings, workshops, doorgedreven communicatie en hoogtechnische hulpmiddelen. “Je kunt een bijzonder ambitieus bestuursakkoord hebben, maar zonder een goede organisatie lukt het niet”, zegt Roel Verhaert. “Om een idee te geven: jaarlijks worden er binnen de Antwerpse administratie 25.000 besluiten voorbereid en uitgevoerd. Het nieuwe bestuursakkoord telt 62 bladzijden en 2.200 projecten. Als je weet dat een straat aanleggen al zeker één jaar in beslag neemt ... Ik daag iedereen uit dat allemaal te verwezenlijken zonder gemotiveerd ambtenarenkorps. We zijn de motor van de lokale politiek, maar niet het stuur. Meer nog, wanneer we als ambtenaren zelf een bestuursakkoord zouden schrijven, dan plegen we een moordaanslag op de democratie.”

Dankzij hun efficiënte machine heeft het trio zeker impact op de politiek. “Maar geen macht”, benadrukt Geert Hillaert. “Nu Kortrijk een college heeft met drie partijen zullen onze beleidsvoorstellen meer dan ooit objectief en goed onderbouwd moeten zijn. Het is vervolgens de taak van het bestuur om af te toetsen of die beleidsvoorstellen in lijn liggen met de wensen van de lokale bevolking en om een compromisvoorstel te maken dat een zo breed mogelijk draagvlak heeft.” We horen de drie stadssecretarissen duidelijk niet klagen dat ze te weinig te zeggen hebben. Dat ze vandaag voor een nieuwe burgemeester werken, beschouwen ze als de normaalste zaak ter wereld, eigen aan ons democratisch bestel.

Tekst: Hans Hermans