Dossier Luxemburg: goed wonen, werken, verdienen

Nergens springt de prominente Europese aanwezigheid in het Groothertogdom zo in het oog als langsheen de Boulevard Konrad Adenauer in Luxemburg-stad. Het hoofdkwartier van de Europese Investeringsbank – een futuristisch ogende mix van glas, staal en hout - kijkt er uit op de benedenstad, geflankeerd door de vlaggen van de Europese lidstaten.

Alleen hier al buigen zowat 2.000 hoogopgeleide ambtenaren uit de gehele Unie zich over investeringsprojecten en ontwikkelingsprogramma’s wereldwijd. Iets verderop vonden de voorbije decennia onder meer ook het Europese Hof van Justitie, het Rekenhof en de centrale vertaaldiensten onderdak. Goed voor naar schatting nog eens 8.000 banen. Luxemburg ademt dus Europa, maar ook de bank- en verzekeringssector zijn al vele jaren lang kind aan huis in het ministaatje.

Sinds kort doet de lokale overheid er ook alles aan om Luxemburg te profileren als een nieuwe, centraal gelegen technologiehub in Europa, en dat lijkt nog aardig te lukken ook. Onder meer Skype en eBay brachten er hun regionale hoofdkwartier onder. In tegenstelling tot het gangbare clichébeeld is het land ook veel meer dan een wat grijs ogend plekje waar saaie Eurocraten, financiële bollebozen en lokale dienstverleners tot elkaar veroordeeld zijn.

Het charmante platteland en het stadscentrum gaan er haast naadloos in elkaar over, files moeten er nog worden uitgevonden en de levenskwaliteit ligt er bijzonder hoog. Toegegeven, dat laatste geldt evenzeer voor de woningprijzen. Voor een fraaie gezinswoning met tuin en drie of vier slaapkamers even buiten het echte stadscentrum flirten de prijzen al vlug met het ronde bedrag van 1 miljoen euro. En dus schuilt er toch minstens een stevige grond van waarheid in dat andere cliché dat al jarenlang de ronde doet: wie in Luxemburg zijn boterham verdient, mag zich doorgaans verheugen in een meer dan goed gevuld loonzakje. Geen wonder dus dat er intussen al enkele honderdduizenden buitenlanders een baan en een optrekje vonden in ons kleinste buurland.

 

De liefde en de fiscus

De liefde, de inhaligheid van de Belgische fiscus en het internationale klimaat. Niet noodzakelijk in die volgorde waren dat de drie factoren die Waaslander Marc D’hooge goed twintig jaar geleden al richting Luxemburg dreven. Vandaag denkt hij er zelfs niet meer aan om ooit nog terug te keren, al brengt zijn werk hem wel haast wekelijks in België. “Met een licentie politieke wetenschappen op zak besloot ik in Louvain-la-Neuve ook nog een MBA te halen. Dat was goed voor mijn Frans en voor de liefde, want ik ontmoette er mijn huidige vrouw, die uit Luxemburg afkomstig is”, grijnst Marc.

We zitten in een gezellige brasserie op het plateau van Kirchberg, net buiten het stadscentrum, en mochten we niet beter weten, we waanden ons moeiteloos in de Elzas of in de Moezelstreek. Enkel het publiek, voor het merendeel deftig in het pak gestoken, laat enigszins vermoeden dat dit niet in de eerste plaats een toeristische trekpleister is.

“Ik kon hier beginnen bij Ernst & Young, heb toen enkele jaren bij ABN Amro gewerkt als interne auditor en nu ben ik al vijftien jaar aan de slag bij de Europese Investeringsbank. Ik zocht een baan in de financiële sector en ook in die tijd al was Luxemburg een financieel Mekka. Het kostte me weinig moeite om hier een goede baan te vinden. Vandaag blijven de banken natuurlijk een heel belangrijke werkgever, maar de laatste jaren zijn ook de investeringsfondsen en de pensioenverzekeraars hier massaal neergestreken."

"Daarnaast doet de overheid ook flink wat moeite om nieuwe sectoren aan te lokken, van de grote internetspelers over de filmindustrie tot bedrijven uit de biotechnologie. Het feit dat men die bedrijven hier een aanlokkelijk fiscaal regime kan voorschotelen, helpt natuurlijk wel wat. Net zoals de centrale ligging en het internationale karakter dat hier onmiskenbaar heerst.”

Fiscus, het hoge woord is er uit. De befaamde – of waren het beruchte – ‘couponnetjestreinen’ mogen dan al stilaan tot de folklore behoren, Luxemburg blijkt niet enkel de bedrijven zelf maar ook hun  buitenlandse werknemers toch een en ander te bieden te hebben. Katharina Jacobs, voorzitster van de Vlaamse Club Luxembourg, is niet te beroerd om dat ook ronduit toe te geven. “Mijn man en ik hadden er al een redelijk internationaal parcours opzitten toen we hier tien jaar geleden met het gezin neerstreken. Daarvoor zaten we in onder meer in Londen en Ierland, maar eerlijk gezegd heb ik me de verhuis naar hier nooit beklaagd. Je zit amper in het buitenland, vlakbij de familie, en tegelijk geniet je toch het voorrecht om in een heel internationale omgeving te wonen. Ik vind dat bijzonder verrijkend, niet in het minst voor de kinderen. Ook het verenigingsleven en het cultuuraanbod zijn goed ontwikkeld, saai wordt het hier nooit. Daarnaast, daar moeten we niet flauw over doen, is er natuurlijk het financiële plaatje. Wie hier voor de Europese instellingen werkt, valt niet onder het Luxemburgse belastingssysteem, maar inzake loon mogen die ambtenaren zeker niet klagen. Dat heeft alles te maken met het feit dat het eerste gedeelte van dat loon onbelast is, waardoor je netto heel wat meer overhoudt. Wie elders woont en hier een job kan versieren, krijgt daar ook nog eens 16 procent buitenlandpremie bovenop."

"Ook wie niet voor de EU werkt mag hier niet bepaald klagen: de belastingsdruk ligt een stevig stuk lager dan in België. Daar staat wel tegenover dat de woningprijzen niet bepaald van de poes zijn: om een huis met drie of vier slaapkamers te huren in de stad, moet je minstens 3.000 euro op tafel leggen. Wijzelf wonen buiten de stad in het groen, voornamelijk om die reden, en je zal me niet horen klagen over de levensstandaard. Dat vertaalt zich ook in het aantal buitenlanders dat intussen in Luxemburg woont: ruim 200.000, tegenover zowat een zelfde aantal ‘echte’ Luxemburgers. Toch leidt die massale instroom aan buitenlanders op de arbeidsmarkt volgens Katharina niet tot ergernissen of wrevel. “Hoe je het ook draait of keert, ze hebben ons hier gewoon ook nodig om de business draaiende te houden. Bovendien zitten we hier zo dicht bij Vlaanderen, Frankrijk, Nederland of Duitsland en zijn de handelscontacten zo intens dat heel wat bedrijven ook echt verlegen zitten om goed gekwalificeerde meertalige werkkrachten die liefst ook Nederlands spreken.”

Dienstensector aan de macht

Ook Marc D’hooge bevestigt dat de personenbelasting in Luxemburg een stuk lager ligt dan in België, maar hij wil niet zo ver gaan om Luxemburg als een fiscaal paradijs voor loontrekkenden te omschrijven. “Ik vermoed dat de hoogste belastingsvoet hier rond 40 procent schommelt. Dat is een stuk minder dan in België, maar niet spectaculair veel minder dan het Europese gemiddelde. En ja, ook met een BTW-tarief van 15 procent hebben we het hier beter getroffen scoren dan in België."

"Interessant om weten is ook dat buitenlanders die in Luxemburg komen wonen en werken er ook onder de lokale sociale zekerheid vallen. Dat betekent dat ze, mochten ze hun baan verliezen, recht hebben op een lokale werkloosheidsvergoeding: die begrensd is in de tijd maar maandelijks wel twee- tot driemaal hoger dan wat je in België zou vangen. Dit geldt niet voor de EU-ambtenaren. Wij vallen onder een apart sociaal statuut en hebben bij ontslag zelfs geen recht op een werkloosheidsuitkering. Nu, de kans dat je als ambtenaar op straat wordt gezet is niet zo groot, en voor dat soort profielen is er hier doorgaans werk bij de vleet.”

Anno 2011 is Luxemburg meer dan ooit een trefpunt voor hoogopgeleiden. Daar waar de staalindustrie twintig of dertig jaar geleden nog een relatief belangrijke rol speelde, is de lokale economie vandaag quasi totaal afhankelijk geworden van de dienstensector en van de Europese instellingen. Dat lokt hooggeschoold talent uit heel Europa, niet in het minst omdat het aanbod aan sommige profielen op de lokale arbeidsmarkt volledig is opgedroogd.

“Dat alles zorgt voor een heel internationale sfeer, en eigenlijk is het vooral dat aspect dat me hier het meest aanspreekt”, klinkt het. “De stad leeft ook op cultureel vlak een heel stuk meer dan pakweg twintig jaar terug. Koppel dat gegeven aan de bijzonder centrale ligging en je beseft meteen dat het cliché alsof we hier in een verloren gat zitten totaal niet meer opgaat. En vooral: het is hier heel aangenaam wonen. Openbare voorzieningen en dienstverlening zijn van bijzonder hoog niveau, filestress is haast onbestaande, de criminaliteitsgraad ligt bijzonder laag en ook de natuur mag er best zijn. Het is geen toeval dat heel wat mensen hier ook na hun pensionering gewoon blijven wonen. Je hebt hier de voordelen van een internationaal centrum zonder de nadelen van een echte grootstad. Wat wil je dan nog meer?”