Deel 2: Waarom landen Brazilianen in België?

'Waarom landen Brazilianen in België?' en 'Waarom spreken we van de Belgo-Braziliaanse bouwmaffia?' Op deze vragen en nog meer krijg je nu een antwoord. 

Waarom landen Brazilianen in België?

Economische migratie vanuit Brazilië naar ons land neemt vooral de laatste jaren een hoge vlucht. De Brazilianen sijpelden al binnen na de economische crisis in Brazilië begin jaren negentig. Maar pas na de vliegtuigaanslagen van 11 september 2001 en vier jaar later de metro-aanslagen in Londen zwelt hun aantal serieus aan. Brazilianen hebben het net als andere migranten sindsdien veel moeilijker om klassieke topbestemmingen als de VS en het Verenigd Koninkrijk binnen te raken. Verschillende bronnen in de Belgische Braziliaanse gemeenschap schetsen hetzelfde traject. Het gros landt eerst op de Parijse Charles de Gaulle-luchthaven. Een Thalysrit later staat de Braziliaan aan het Brusselse-Zuidstation, al decennialang de thuishaven van de Portugese en nu ook groter wordende Braziliaanse gemeenschap. Wie een Portugees of Braziliaans bier achterover wil slaan, tikt best ‘Sint-Gillis’ in in zijn gps. Frankrijk en België behoren tot de Schengenzone, stuk voor stuk landen waarvoor Brazilianen geen visum hoeven aan te vragen. Ze kunnen perfect drie maanden met een toeristenvisum in ons land verblijven. Hoewel hen in theorie kan gevraagd worden bewijzen aan te leveren hoe ze hun verblijf zullen financieren (via een kredietkaart, bijvoorbeeld), gebeurt dat in de praktijk hoogstzelden.

Valse Portugese paspoorten

Over het aantal illegale Brazilianen in ons land lopen de cijfers uiteen. Tussen de 40 à 50.000, dat is de grootste gemene deler bij tal van officiële instanties. Een ding staat vast: amper 4.000 Brazilianen duiken op in onze gemeentelijke registers. De meeste Brazilianen in ons land komen uit twee staten: Goias en Minas Gerais. Uit vers onderzoek van de Internationale Organisatie voor Migratie (OIM) blijkt dat 7 op 10 informeel aan de slag zijn in ons land: de meeste mannen in de bouw, de vrouwen doorgaans in de schoonmaaksector. De Braziliaanse Monica Pereira verleent in Sint-Gillis met haar vzw Abraço (Portugees voor ‘omhelzing’) juridische, sociale en medische hulp aan landgenoten in ons land. “Sommigen komen via mond-op-mond reclame, haast allemaal passeren ze via malafide reisbureaus.” De Internationale Organisatie voor Migratie (OIM) spreekt letterlijk over die ‘migratie-industrie’ in haar rapport. Net als het Centrum voor Racismebestrijding en Gelijke Kansen in haar laatste jaarverslag (daarover meer in deel twee, volgende week).

Bij aankomst in Brussel hoesten sommige Brazilianen 3.000 tot 4.000 euro op om valse – doorgaans Portugese – identiteitsbewijzen op de kop te tikken. Alleen al om die schuld terug te kunnen betalen, werken ze de eerste maanden gratis. Omdat Portugese papieren tegenwoordig bij de Belgische politiediensten extra goed gecontroleerd worden, zijn ook Spaanse of Italiaanse documenten bijzonder populair. De Braziliaanse Joanna Donato werkt als politie-agente in België: “Het gebeurt dat de Brazilianen in Portugal volledig blanco documenten aankopen bij corrupte Portugese ambtenaren.” Een gelijklopend verhaal fluistert ons een anonieme informante uit de Portugese gemeenschap in Antwerpen in. “In Portugal hebben ambtenaren 10 à 15 procent van hun loon moeten inleveren. Ze zijn vatbaar voor corruptie en verkopen identiteitsbewijzen tegen betaling.” Het vervolg laat zich raden. Ivan Grootaers, secretaris bouw van de vakbond ABVV in de regio Antwerpen: “Van dan af gaan die Brazilianen zogezegd als Portugezen door het leven, met een officieel verblijfsadres in Portugal. Met het grote voordeel dat ze zich vrij kunnen bewegen in de Europese Unie. Ze schrijven zich zelfs als Europeanen in bij de stad Antwerpen. In theorie verblijven ze hier dus legaal. Zijn het nu Portugezen of Brazilianen, dat is niet altijd duidelijk.”

Hoog tijd voor een frisse Portugese pint. Plaats van afspraak: een Portugees café in Sint-Gillis. Toninho woont hier al 10 jaar, de goedlachse Braziliaan kent de gemeenschap van binnen en van buiten. De eerste acht jaar werkte de man zelf zonder papieren in de bouw. “Elke dag nog duiken er nieuwe Braziliaanse gezichten op in het straatbeeld. Je vindt Brazilianen op alle werven, de meesten met valse Portugese papieren. Ik schat dat er van elke 1.000 Brazilianen hier er amper 50 legaal aan de slag zijn. In kleine Portugese dorpen verkopen nogal wat inwoners hun identiteitspapieren voor 30 à 40 euro. Je hebt in België een Braziliaanse maffia die in die Portugese dorpen identiteitsbewijzen opkoopt om ze nadien in Brussel aan illegale Brazilianen te verpatsen voor 900 euro. Tel uit je winst.”

Waarom zijn het de nieuwe Polen?

Illegale Braziliaanse bouwvakkers doen niet zomaar om het even wat op de Belgische werven. Ze verrichten nichetaken: plafonnage (plak- en pleisterwerk) en het plaatsen van gyproc. Ten eerste omdat je dergelijke welomlijnde taken makkelijk kan uitbesteden. Ten tweede omdat het over activiteiten binnen in gebouwen gaat: minder opvallend, en dus minder kans op controle. Handig als je veelvuldig beroep doet op arbeiders zonder papieren. En ten derde omdat het over arbeidsintensieve taken gaat: de winst die je kan maken, is gigantisch. Politie-agente Joanna Donato legt uit waarom de Belgische bouw populairder is dan de Portugese en de Spaanse. “De lonen liggen hier een stuk hoger.” Monica Pereira: “De Brazilianen zijn de nieuwe Polen.”  Bruno Devillé vult aan.: “Vroeger was dit het geliefkoosde actieterrein van de Polen, maar zij pikken die arbeidsvoorwaarden vandaag niet meer. Waarom zouden ze, ze kunnen als EU-burger perfect legaal aan de gangbare tarieven werken? Zowat alle Brazilianen die we op een bouwwerf al bij de kraag konden vatten, hadden totaal geen ervaring in de bouw alvorens ze naar België afzakten. De jobs die ze hier nu uitvoeren zijn relatief snel aan te leren en dus eerder laagdrempelig. Vergeet ook niet dat er zelfs op de kleinste bouwwerf al vlug tientallen uren plak- en pleisterwerk moet worden uitgevoerd. Het is dus een branche waarin de opdrachtgevers heel snel echte megawinsten kunnen opstrijken als ze voor dat soort jobs mensen aanwerven die zwaar onder de marktprijs én alle loonbarema’s gaan. En die bereid zijn om desnoods ook tien uren per dag en zes of zelfs zeven dagen per week te werken. Laat daar geen twijfel over bestaan: alle grote Belgische bedrijven in deze branche, zijn minstens op de hoogte van deze praktijken en werken er vaak ook actief aan mee.”

Race to the bottom

Volgens Ivan Grootaers (ABVV) doen de meeste opdrachtgevers, grote Belgische bouwbedrijven,  alsof hun neus bloedt. “Natuurlijk weten die dat er illegale arbeid is op de werven, ze zien dat aan de prijzen. Hoe gaat dat op een grote werf? De hoofdaannemer besteedt zaken uit. Die onderaannemers besteden op hun beurt taken uit. En iedereen pakt zijn percentje. De allerlaatste in de rij verdient er amper nog iets aan. Tenzij je in het zwart of illegaal bezig bent. Soms zien onze délégués illegale Brazilianen of Bulgaren, of schijnzelfstandigen. Als ze hun werkgever daarover aanspreken, krijgen ze op hun donder. Die wil dat potje gedekt houden. Vandaag zijn er grote bouwwerven waar geen enkele Belg werkt. Bouwondernemingen zitten de voorbije tien jaar in een neerwaartse spiraal. Als een concurrent met een erg lage offerte afkomt, moeten ze wel zelf met niet zo koosjere onderaannemers in zee gaan. Willen ze een kans maken om de job binnen te halen. Ze sleuren elkaar mee naar beneden. Onze leden worden op die manier vandaag in de economische werkloosheid gezet, terwijl er tegelijkertijd dergelijke onderaannemers in hun plaats bezig zijn. Zo zetten ook die Brazilianen  de lonen en arbeidsvoorwaarden van Belgische bouwvakkers onder druk.” Joanna Donato weet hoeveel die Brazilianen zonder papieren verdienen. “Het startloon schommelt tussen de 6 à 8 euro per uur. De hoofdaannemers in België gaan bij hun offertes aan klanten gewoon ook uit van die tarieven.”

Waarom spreken we van Braziliaanse bouwmaffia?

De almaar groeiende aanwezigheid van illegale Brazilianen in de Belgische bouw begint pas echt op te vallen wanneer de voormalige arbeidsauditeur van Brussel, de sociale inspectie en diverse politiediensten begin jaren 2000 de handen in mekaar slaan. Tussen ruwweg 2002 en 2007 controleren ze grote werven over het hele land. Luc Falmagne, toen arbeidsauditeur van Brussel en vandaag in dezelfde functie aan de slag in Luik, speelde een sleutelrol: “We controleerden onder andere het nieuwe justitiepaleis in Antwerpen, gebouwen van de politie en justitie. Niet alleen in Brussel, maar ook bijvoorbeeld in Antwerpen en Bergen. Telkens werven met honderden werknemers. Gemiddeld werkte 15% op elke gecontroleerde werf in het zwart. Enorm is dat. Systematisch vonden we onder hen een grote groep illegale Brazilianen. En zeker niet altijd dezelfden.” Rechterhand van Luc Falmagne bij die operaties was… Bruno Devillé. “Bij controleacties op die grote werven stootten we almaar vaker op valse Portugese identiteitspapieren. In bijna alle gevallen bleek het niet om Portugezen maar om Brazilianen te gaan, die zich dankzij de gemeenschappelijke taal uiteraard moeiteloos voor Portugezen kunnen uitgeven. Voor de politiediensten is het niet zo eenvoudig om echte van vervalste documenten te onderscheiden. In geval van onverwachte controle op een werf kunnen die documenten de houder ervan dus vaak redden van repatriëring.” Doorgaans liggen de illegale Braziliaanse bouwvakkers er trouwens niet echt wakker van dat ze bij elke (werf)controle door de mand kunnen vallen. Joanna Donato: “In het slechtste geval worden ze uitgewezen, maar niets belet hen om binnen enkele maanden opnieuw naar België te vliegen.” Bovendien vergt een controle op dergelijke werven heel wat voorbereidingstijd en coördinatie. Devillé: “Je hebt minstens 100 agenten nodig. Daar houdt het niet op: we kunnen dan misschien wel vijftig illegalen oppakken, maar die werken allemaal onder een valse naam of hebben helemaal geen papieren. Ook hun baas kennen ze enkel onder een fictieve naam, zodat we er niet of maar heel moeilijk in slagen om ook de verantwoordelijken op een hoger niveau bij de kraag te vatten.”

Nepbedrijfjes als dekmantel

Die handel in valse documenten bracht Brazilianen met een neus voor zaken gaandeweg op nog lucratievere ideeën. Devillé: “Naarmate er meer Brazilianen in Brussel neerstreken, zagen we er ook almaar meer die hier op basis van hun valse Portugese identiteit een bedrijf opkochten, bedrijfswagens gingen leasen of leningen afsloten. De auto’s verdwenen na een tijdje, de leningen – afgesloten onder een valse identiteit – werden niet langer terugbetaald. Zo belandden sommige illegale Brazilianen stilaan in het echt criminele circuit, waarbij iedereen binnen de bende een duidelijk afgelijnde verantwoordelijkheid kreeg. Van de goedkope arbeider op de werf tot de vervalser die zich om alle papieren moeten bekommeren.”

Al gauw fungeren valse facturen als dekmantel in de Braziliaanse netwerken. “Heel wat Belgische ondernemers willen immers wel in zee gaan met een goedkope Braziliaanse onderaannemer, maar dekken zich vooraf zorgvuldig in. Ze eisen dus papieren die kunnen bewijzen dat ze zogezegd met een perfect wettelijk en officieel bestaand Braziliaans bedrijf in zee zijn gegaan. Terwijl ze, op basis van de ongewoon lage prijsofferte, natuurlijk maar al te goed beseffen dat het om zwartwerk gaat. Zo hebben we hier in Brussel al verschillende bureaus kunnen ontmantelen waar een handvol Brazilianen de hele dag niets anders deden dan facturen opstellen en verkopen om illegale activiteiten te dekken. Ze kopen legale bedrijfjes op, enkel en alleen met de bedoeling om een legaal contract en officiële facturen te kunnen bezorgen aan hun Belgische opdrachtgevers. Die nepbedrijfjes zijn uiteraard met niets in orde – ze betalen geen sociale bijdragen, geen BTW – maar na twee jaar, als er effectief controle dreigt te komen, worden ze systematisch opgedoekt. In ruil voor een dergelijke valse ‘officiële’ factuur rekenen ze doorgaans zowat 10 procent van het gefactureerde bedrag aan. Om in België officieel een bedrijf te kunnen runnen, moet je ook over een verblijfsvergunning beschikken. Een illegale Braziliaan kan dus wel aan de slag in de bouw, maar kan zelf geen facturen uitschrijven. Vandaar dat ze beroep moeten doen op derden. Dat systeem heeft hen toegelaten om zich bijzonder snel in de Belgische bouwsector in te werken. Voor zover ik weet zijn de Brazilianen ook zowat de enigen die zo te werk gaan.”

Waarom spelen Belgische boekhoudkantoren een sleutelrol?

Bruno Devillé legt uit hoe Belgische boekhoudkantoren een sleutelrol spelen in de constructie van die Braziliaanse netwerken. “Ik kan je in Brussel meteen vijf gespecialiseerde boekhoudkantoren aanwijzen waar je bestaande bedrijven kan opkopen: 5.000 euro op tafel en je bent de trotse eigenaar van een officieel bedrijf, alles erop en eraan. Dat gaat behoorlijk eenvoudig. Neem een winkeleigenaar die er wil mee kappen en zijn kledingzaak wil verkopen. Een gespecialiseerd kantoor krijgt daar lucht van en koopt zijn bedrijf op. Waarna de boekhouder in kwestie het sociaal oogmerk van het bedrijf aanpast. Met andere woorden: een bedrijf uit de kledingsector wordt – volledig officieel – een bouwbedrijf. Dat bedrijf kan dan volledig legaal aan de slag op om het even welke bouwwerf. Natuurlijk weet die boekhouder wel hoe de vork in de steel zit, maar strikt genomen doet hij niets illegaals.”

Het grote probleem voor de sociale inspectie is dat die activiteiten meestal niet traceerbaar zijn. “Omdat de bedrijfjes officieel op een postbusadres gevestigd zijn. De Agora-galerij in hartje Brussel was op dat vlak een vaste waarde: de Brazilianen huurden er een postbus, maar gaven een fictieve naam of vals telefoonnummer op.  We liepen dus telkens opnieuw met de neus tegen de muur. Voor de bankrekeningen eenzelfde verhaal: van het geld dat de Belgische opdrachtgevers op de rekening van de zogenaamde Portugese onderaannemers doorstorten, houden tussenpersonen en koeriers gemiddeld 10 procent af voor zichzelf. De rest verdwijnt binnen het uur van die rekening en wordt witgewassen. Naar Brazilië of elders, via Western Union of Moneytrans of anderen. Telkens in bedragen kleiner dan 2.500 euro, om geen argwaan te wekken. Via de Cel voor Financiële Informatieverwerking kunnen we de geldstromen van op de werven dan wel relatief eenvoudig natrekken, de verantwoordelijken achter de schermen vallen haast niet op te sporen.”

Stromannen in overvloed

Voorzitter van die Cel voor Financiële Informatieverwerking is Jean-Claude Delepière. Belgische banken zijn verplicht verdachte transacties te melden aan die CFI. De CFI verzamelt op haar beurt financiële inlichtingen en stuurt dossiers door naar de parketten. Delepière: “Vooral in 2009 kregen we veel meldingen van verdachte geldstromen in die Braziliaanse netwerken. We hebben na verloop van tijd een patroon herkend. Dergelijke malafide figuren starten tegelijk een hele rist aan bedrijven op. Dat kost hen quasi niets, net zo min als er een op de fles laten gaan. En als er eentje omvalt, blijven er nog genoeg andere bedrijfjes over. Meestal zijn het trouwens lege dozen. Ze hebben niemand in dienst. Ze betalen geen vennootschapsbelasting en sociale bijdragen. Soms hebben die bedrijven rekeningen bij verschillende banken. En de boekhouding is uiteraard niet in orde. Dat is natuurlijk een onderdeel van hun strategie: in zo’n morsdood bedrijf vind je niets meer. Eens de fraude heeft plaatsgegrepen, is het trouwens in 9 op 10 gevallen al te laat om nog iets te doen. Het is zoals de slang die haar oude huid ergens achterlaat. Je merkt aan die sporen dat ze er is geweest, maar ondertussen is ze al lang ergens anders. Die netwerken zijn erg vluchtig: we zien enkel bankrekeningen en een stroman. Een stroman die dikwijls niet eens op de hoogte is van het hele netwerk aan bedrijven, het bredere plaatje.” Er gaan miljoenen euro’s om in die Braziliaanse netwerken, aldus Jean-Claude Delepière. “Één circuit genereerde op acht maanden tijd 3 miljoen euro. Dan zijn er nog een hoop netwerken die wij niet onder ogen krijgen.” Het totale bedrag ligt met andere woorden pakken hoger. Bruno Devillé geeft een idee van grootte-orde. “De eerste criminele organisatie die we in dit milieu echt hebben kunnen ontmantelen, had in goed twee jaar tijd voor ruim 25 miljoen euro facturen uitgeschreven. Je kan er dus gif op innemen dat de totale fraude in de honderden miljoenen euro’s loopt. De netwerken die hier achter zitten weten natuurlijk ook dat ze relatief weinig risico’s lopen: een diepgravend onderzoek vergt veel tijd en veel mankracht. Zodra ze onraad ruiken, nemen ze de wijk naar Brazilië. Mét de centen, uiteraard.” Luc Falmagne stelt voor een eenvoudige rekensom te maken om de sociale fraude in te schatten. “Gemiddeld werkt 15 procent van bouwvakkers in het zwart. Bekijk eens hoeveel sociale zekerheid die sector afdraagt. Daar zou dus 15 procent moeten bijkomen.” Uiteraard laten de architecten van die Braziliaanse netwerken niets aan het toeval over. Bruno Devillé : “De bedrijven actief op een werf moeten wel in orde zijn met al hun sociale bijdragen, maar de Brazilianen en hun handlangers zijn natuurlijk ook niet van gisteren. Alle bedrijfjes zijn stuk voor stuk officieel geregistreerd. Op het moment van die officiële registratie is er ook nog geen vuiltje aan de lucht, en hebben ze nog geen enkel misdrijf gepleegd.”

Bruno Devillé en Luc Falmagne spelen tot slot de bal nadrukkelijk in de voeten van de politici. “Enkel door hoofdaannemers ook aansprakelijk te maken voor al de onderaannemers die op hun werf aan de slag zijn, kunnen we deze problematiek aanpakken. Helaas kan ik enkel vaststellen dat de politieke wil daarvoor volledig ontbreekt.” Luc Falmagne is duidelijk. “Met de regelmaat van de klok hoor je een politiek discours rond de aanpak van sociale en fiscale fraude. Maar men geeft niet eens de middelen om fraude effectief aan te kunnen pakken.

Minder cases, maar nog lang niet gedaan…

Toch is er (een beetje) goed nieuws te melden. De CFI en Jean-Claude Delepière hebben de laatste tijd minder verdachte meldingen zien binnenlopen uit Braziliaanse hoek. Delepière: “Ontradend optreden is één van onze bedoelingen. Maar: vergis u niet, die netwerken verdwijnen niet. Ze passen zich aan, organiseren zich op een andere manier. Of ze doen het ergens anders. Ze kunnen zich makkelijk doorheen de Europese Unie bewegen.” Bij Pag-asa, een erkende instantie voor de opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel, ziet directrice Heidi De Pauw een daling van het aantal Braziliaanse slachtoffers van mensenhandel in het kader van economische uitbuiting.  “Voor een stuk heeft dat te maken met andere prioriteiten bij de arbeidsauditeur. Maar de controles hebben die Braziliaanse netwerken ook slagen toegebracht.” Toch gelooft Heidi De Pauw net zo min als Jean-Claude Delepière dat die Braziliaanse netwerken uitgeroeid zijn. “Ze nemen even gas terug om nadien opnieuw te beginnen. Criminelen leren uit hun fouten. Ze hebben ook toegang tot gerechterlijke dossiers, lezen over de onderzoeksdaden. Denk aan de Albanese prostitutienetwerken. Daar is een tijd heel wat aandacht aan besteed, waardoor ze gas terugnamen. Nu zijn ze stilaan aan het terugkeren. Die Braziliaanse netwerken zijn erg goed georganiseerd, worden zeer goed juridisch geadviseerd door Belgische advocaten.” Met andere woorden: we hebben er het laatste nog niet van gezien…

Tekst: Nico Schoofs en Filip Michiels - Foto: Tim Dirven, Isabel Pousset, Sofie Van Hoof en Jonas Lampens