Deel 2: Hoe u carrière maakt in...

Hoe maak je promotie in Japan? Welke studies lanceren je carrière in El Salvador? Welke carrièroffers breng je in de VS? En hoe timmer je aan je carrière in India? 4 door de wol geverfde buitenlanders over carrière maken in hun thuisland.

Jim Cheng (31), Amerikaan en business consultant bij BNP Fortis Paribas

Uit de startblokken: “In Europa halen veel jongeren een academische master. In Amerika studeer je gewoonlijk vier jaar tot bachelor. Tijdens je studies doe je al stages – vooral die in de zomer voor je laatste jaar is belangrijk. Een grote bank in New York zal niemand aanwerven op basis van een cv, ze rekruteren uitsluitend onder hun stagairs. Voor de crisis hadden sterke studenten met hoofdvakken als rechten, consulting of finance een job nog voor ze afstudeerden. Nu moeten ze soms een jaar bijstuderen. Je moet het solliciteren combineren met iets anders: een gat in je cv is not done.”

Offers: “Wie een goedbetaalde en prestigieuze job in New York wil, moet daar zijn privéleven aan opofferen. Toen ik bij een investeringsbank werkte, klopte ik weken van 120 uur. Op papier had ik vier weken vakantie maar ik kon amper twee dagen per jaar opnemen. Je moet overal je Blackberry bijhebben en paraat staan. Het werk is niet bijzonder moeilijk, het komt alleen in enorme hoeveelheden op je af. Ik had er snel genoeg van maar uit de tredmolen stappen is niet evident. Mijn vrouw werkt bij Godiva en kreeg een mooie kans in Brussel. De verhuis bood mij een elegante uitweg.”

Succesingrediënten: “Als bankier moet je bereid zijn om ellenlange uren te kloppen. Je moet stressbestendig en precies zijn en vlot in de omgang. Je moet het kunnen vinden met je baas en cliënten aan je weten te binden. Een diploma van de juiste universiteit helpt. Het inschrijvingsgeld bedraagt gemiddeld zo’n 30.000 dollar per jaar, maar met een bruto jaarsalaris van 120.000 dollar als starter verdien je dat wel terug.”

Eduardo Jule (35), El Salvadoriaan en senior manager bij Pfizer

Uit de startblokken: “In Latijns-Amerika gaat veel talent verloren, dat is onze tragedie. Slechts 15 à 20 procent van de bevolking heeft de middelen om hogere studies aan te vatten. Het inschrijvingsgeld varieert in functie van het familiale inkomen, maar volledig gesubsidieerde beurzen zijn schaars. Om een managementpositie te bemachtigen heb je een MBA nodig en dat is helemaal onbetaalbaar. Met een ingenieursdiploma vind je gemakkelijk werk en krijg je een netto startsalaris van zo’n 2.000 dollar per maand.”

Offers: “Wie heeft kunnen studeren, heeft de moeilijkste carrièrehorde genomen. De werk-privébalans in El Salvador is uitstekend. Begrijp me niet verkeerd, wij werken hard. Maar we zijn ook echte familiemensen die professionele zorgen op kantoor achterlaten wanneer we ’s avonds naar huis gaan. Werkgevers zijn heel flexibel wat betreft thuiswerken. Op dat vlak hinkt Europa achterop. Het helpt je carrière wanneer je familie een groot persoonlijk netwerk heeft, maar geldt dat niet overal? Op eigen kracht kun je er echter ook komen.”

Succesingrediënten: “Om hoger te klimmen in een bedrijf moet je blijk geven van leiderscapaciteiten en managementtalent. Bedrijven proberen hun werknemers daarin te coachen en beschouwen een MBA als een grote meerwaarde. In El Salvador krijg je weinig belangrijke promoties louter op basis van anciënniteit. Energieke, jonge managers van hoogstens veertig liggen goed in de markt. Hun maandsalaris loopt op tot zo’n 4.000 dollar netto.

Tatsuhiro Ishida (61) - Japanner en executive partner bij Acerta

Uit de startblokken: “Zo’n 90 procent van de Japanse jeugd haalt een universitair diploma. Om je te onderscheiden moet je afstuderen aan één van de zeven topuniversiteiten. De competitie bij de toelatingsexamens is enorm. Jongeren bereiden zich daar vanaf hun dertiende intensief op voor. In de huidige economische situatie combineren universiteitsstudenten hun studies met solliciteren. Bedrijven komen hen niet langer headhunten. Veel afgestudeerden beginnen noodgedwongen een eigen zaak. Alleen de 15 procent beste studenten kunnen bij grote bedrijven als Toyota en Sony terecht.”

Offers: “Vroeger behandelden Japanse bedrijven hun werknemers als familieleden. Als je ergens aan de slag ging, maakte je carrière binnen datzelfde bedrijf. Tegenwoordig geldt dat niet meer. Als werknemers voelen dat hun bedrijf slabakt, zoeken ze meteen een alternatief. Japanners kloppen langere dagen dan Europeanen, vooral omdat ze meer vergaderen. Vooruitstrevende bedrijven voeren acties om de werkuren omlaag en de productiviteit omhoog te krijgen. Als het hoofdkwartier een mannelijke werknemer tijdelijk naar een lokale afdeling stuurt, gaat zijn gezin vaak niet mee. Niet zozeer omwille van de carrière van de vrouw – Japan telt nog veel huisvrouwen – maar omwille van de mindere levenskwaliteit of de beperktere onderwijsmogelijkheden. Jonge koppels beschouwen zo’n gescheiden periode meestal niet als een offer. De man wint er immers professionele ervaring mee.”

Succesingrediënten: “Japan heeft een eigen hr-aanpak. Werknemers krijgen een uitstekend opleidingspakket binnen het bedrijf. Vroeger was het uiterst belangrijk dat je in de smaak viel bij de baas om promotie te maken. Tegenwoordig gebeuren evaluaties op een meer georganiseerde en open manier. Japanners hebben een eigen managementstijl waarover al bibliotheken zijn volgeschreven. Die verandert, maar dat gebeurt geleidelijk.”

Prakash Advani (34) - Indiër en head of corporates bij de Royal Bank of Scotland

Uit de startblokken: “De Indische middenklasse vindt het belangrijk dat haar kinderen Engels spreken als eerste taal en dat zij minstens drie jaar hoger onderwijs volgen. Om het echt te maken heb je nog een post-graduaat van opnieuw drie jaar nodig. De meeste studenten werken tegelijkertijd in callcenters of hebben administratieve jobs, waar ze behoorlijk verdienen. Ze studeren overdag en werken ’s nachts. Ingenieursstudies, it en finance zijn populaire richtingen. Indiërs zijn sterk in cijfers.”

Offers: “Met een goed diploma is het gemakkelijk om werk te vinden. De vraag is groter dan het aanbod, dus als werknemers geen jaarlijkse opslag van 15 procent krijgen veranderen ze van job. In de bankwereld zitten de salarissen op Europees niveau, in de it-sector liggen ze lager. Omdat het leven in India zo goedkoop is, hebben it’ers toch een mooie levensstandaard. Indiërs studeren graag in het buitenland om daarna thuis carrière te maken. Hun werkweek telt meestal zes dagen van ongeveer tien uur. Twintig jaar geleden was carrière maken nog iets voor mannen, tegenwoordig worden vrouwen positief gediscrimineerd. Zo worden alle belangrijke banken in India, ook de RBS, geleid door een vrouw!”

Succesingrediënten: “Er is veel werk voor hoger opgeleiden, maar voor de echt goede posities zijn er te veel kandidaten. De competitie is intens en het enige wat telt is je productiviteit. Om promotie te maken moet je de gevraagde resultaten boeken, welke inspanning dat ook vraagt. Indiërs zijn altijd beschikbaar. Niemand heeft een voicemail. Als je telefoon rinkelt, neem je hem op.”

Tekst: Barbara De Munnynck