De war for talent woedt hevig in China

De Chinese economie groeit lang niet meer zo snel als enkele jaren geleden, maar de zoektocht naar toptalent is er volop aan de gang. Almaar meer jonge Chinezen kiezen resoluut voor hun carrière. Ook jobhoppen wordt een echte trend, en de plaatselijke ondernemingen moeten noodgedwongen hun sterk hiërarchische cultuur aanpassen. Welkom bij de ‘war for talent’, Chinese stijl.

Sally Zheng (34) moet zowat de droomwerknemer van heel wat bedrijfsleiders in China zijn. Ze heeft een opleiding internationale handel gehad, blaakt van ambitie, spreekt vlot Engels en is marketing manager bij Microsoft in Sjanghai. Een profiel waar heel wat ondernemingen bij watertanden. Vooral multinationals stellen tot hun spijt vast dat toptalent dun gezaaid blijft in China, ook al studeren er elk jaar in China miljoenen studenten af. In 2010 berekende consultant McKinsey dat er in China nood was aan liefst 75.000 topmanagers met ervaring in het buitenland, terwijl er maar 5.000 beschikbaar bleken. Het probleem blijft bestaan, ondanks de remmende invloed van de crisis – ook in China.

De reden voor het tekort aan Chinees talent is vooral te zoeken bij het lokale onderwijssysteem, vertelt Diana Lu, HR-directeur Azië voor Barco. “China legt de nadruk op kennis en van buiten leren, terwijl veel minder aandacht gaat naar creativiteit. We zijn goed in wiskunde en theoretische kennis, maar niet in het aanpakken van praktische problemen. Bovendien is taal nog vaak een struikelblok. Engels spreken, is niet evident voor Chinezen. Leidinggeven en initiatief nemen, zit de Chinezen evenmin in het bloed. Omwille van al die factoren kan een heel hoog aantal van de afgestudeerden aan Chinese universiteiten niet bij een multinational aan de slag.”

Headhunters rukken op

Het gebrekkige onderwijs is niet de enige reden waarom multinationals worstelen met het vinden van jong en hoogopgeleid talent. China kampt om te beginnen met een alarmerend snel oprukkende vergrijzing: in 2010 was één op de tien Chinezen 60-plus, tegen 2045 wordt dat één op de drie. En er is meer. Tot voor kort bleven werknemers in Azië vaak hun leven lang bij dezelfde werkgever. Vandaag liggen de kaarten anders. Door de laatste recessie beseffen Chinese werknemers meer dan ooit dat een job niet noodzakelijk voor altijd is.

“Voor specifieke profielen als ingenieurs en leidinggevenden zijn het héél interessante tijden,”, vertelt Heather Richie, communicatieverantwoordelijke voor Alcatel-Lucent in China. “Als ze ook vlot Engels spreken, de juiste expertise in huis hebben en creatief uit de hoek komen, is hun broodje helemaal gebakken. China heeft dan wel een gigantische bevolking, maar de talentvijver valt in verhouding erg klein uit. Voor de vele multinationals en bedrijven ter plaatse wordt het dus moeilijk om de juiste mensen aan te trekken en te houden, zeker nu ambitieuze jonge Chinezen het jobhoppen hebben ontdekt.”

Of ook Sally Zheng die situatie herkent? “Ik word regelmatig gecontacteerd door headhunters. Niet zo vreemd natuurlijk, met mijn achtergrond. Maar ik hou de boot af. Ik ken wel generatiegenoten die graag van het ene bedrijf naar het andere bedrijf hoppen om het onderste uit de kan te halen, maar dat is niet aan mij besteed. Ik wil vooral kansen krijgen om mezelf te ontwikkelen en een mooie carrière te maken. Daarom ben ik ook vanuit mijn thuisstad Wuhan naar Sjanghai getrokken (een kleine 850 kilometer oostwaarts, DS),toen ik een mooie jobaanbieding kreeg bij een internationaal transportbedrijf. Loon en extralegale voordelen zijn niet het belangrijkste voor mij. Bij Microsoft krijg ik vaak de gelegenheid om in het buitenland te werken. Die ervaringen vind ik veel belangrijker. Bedrijven die mooie carrièremogelijkheden bieden, hebben een streepje voor. En ik ben hier lang niet de enige die dat vindt. Ik ken zelfs mensen die liever voor een lager loon werken bij een groot bedrijf als Google of Apple, omdat het beter staat op hun cv.”

Dreigende oververhitting

Het gemiddelde loon in China is evenwel aan een opmars bezig. Volgens cijfers van consultant Mercer stegen de lonen in 2009 met 6,9 procent en met 7,2 procent in 2010. Volgens cijfers van verschillende regionale statistische bureaus in China zelf stegen de lonen in 2011 tussen 6,3 en 19,4 procent. Of er niet stilaan een oververhitting dreigt, zeker voor hoogopgeleide profielen? Diana Lu: “Dat is koffiedik kijken, maar het gevaar bestaat. De lonen van ingenieurs en managers zijn nu al even hoog als in Europa, en in sommige gevallen zelfs hoger. Ook de loonkosten nemen toe. Ik ben dus niet zo optimistisch, want zoiets valt niet vol te houden.”

Al dient daarbij gezegd dat de situatie verschilt van sector tot sector. En van stad tot stad. Diana Lu van Barco: “De schaarste op de arbeidsmarkt stelt zich het scherpst in grote steden als Peking en Sjanghai, omdat daar veel meer buitenlandse bedrijven en multinationals aanwezig zijn.” In sommige industrietakken loopt het verloop er dan ook behoorlijk hoog op. In de technologiesector, bijvoorbeeld, veranderde liefst 35 procent van het totale personeelsbestand vorig jaar van job. Volgens sommigen ligt dat cijfer in sectoren als farmaceutica en biotechnologie zelfs nog hoger. Vroeger waren vooral buitenlandse erg populair, maar sinds de crisis moeten lokale bedrijven niet onderdoen. Doordat ze staatssteun krijgen, voelen ze de crisis minder en moeten ze geen mensen ontslaan. Die stabiliteit is aantrekkelijk voor Chinese jongeren.

Toptalent moet je koesteren

De situatie zorgt voor aardverschuivingen in de vaak strikt hiërarchische Chinese bedrijfscultuur. Toptalenten verkiezen bedrijven waar ze meer vrijheid en inspraak krijgen. Dat vinden ze iets makkelijker vinden bij buitenlandse bedrijven, al volgen steeds meer lokale bedrijven op de voet. De situatie in de technologiesector, alweer, doet in meer dan één opzicht aan Silicon Valley denken – voor velen in China het voorbeeld van een nieuwe bedrijfscultuur. Videokanaalbedrijf Youku biedt extraatjes die zo vanuit Californië overgewaaid lijken: aandelenpakketten, een gratis massage, trendy bedrijfsruimtes en een spelletjesruimte. Ook e-commercebedrijf Alibaba Taobao experimenteert met aandelenpakketten voor elke werknemer.
Almaar meer bedrijven pakken uit met een bedrijfscultuur die op maat van jongeren – lees: jonge ingenieurs – gesneden is: doorgroeimogelijkheden, interessante technologie en een stimulerende bedrijfsomgeving. Zo voorziet Youku een keer per maand een namiddag waarop het topmanagement bij een kop thee antwoorden geeft op alle vragen van de werknemers.

Niet bijzonder? In een traditioneel sterk hiërarchische samenleving als China, waar eigen input van een werknemer soms nog beschouwd wordt als een belediging voor het gezag van de leidinggevende, is het een omwenteling die kan tellen. Bij Alibaba Taobao stromen werknemers op regelmatige basis door van de ene job naar de andere, om hen scherp en gedreven te houden. Het management heeft één ding voor ogen: beletten dat werknemers het bedrijf verlaten, zodra een concurrent met een handvol yuans extra zwaait. En zelfs met al die inspanningen blijkt het niet mee te vallen om werknemers te behouden: bij Youku ligt het verloop op 18 procent van het personeelsbestand. Het bedrijft beweert daarmee een van de laagste verloopcijfers te hebben van alle Chinese internetbedrijven.

Eerst leven, dan werken

Minstens even opvallend: Chinese jongeren hechten hoe langer hoe meer belang aan het evenwicht tussen werk en leven. Dat staat in schril contrast met het clichébeeld van de noeste werkers in China. Diana Lu (Barco): “In mijn ervaring zijn Chinese twintigers en dertigers die nu in het bedrijfsleven stappen, egoïstischer dan vroeger. Het is voor bedrijven niet makkelijk om ze te motiveren om harder te werken. Dat is ongezien. Sollicitanten schrikken er niet voor terug om me te vragen hoe het zit met overuren en werken tijdens het weekend. Toen ik zelf aan het begin van mijn carrière stond, durfde ik zoiets absoluut niet te vragen. In dat opzicht is er dus een grote mentaliteitsverandering aan de gang. Vroeger werkten Chinezen harder en schoven ze hun privéleven aan de kant. Goedopgeleide jongeren kijken daar nu helemaal anders tegenaan.”

Tekst Dominique Soenens