De vuile hoekjes van de schoonmaak

In crisistijd is de schoonmaak één van de eerste besparingsposten voor bedrijven. En de sector voelt de gevolgen. Vacature dook in een bedrijfstak die steeds meer in de greep is van bikkelharde competitie, fraude, sociale uitbuiting, louche onderaannemers en mensenhandel. “We zien de misbruiken, maar we kunnen er praktisch niets aan doen.”

Mitică (schuilnaam) heet hij, en hij wandelt rond halfelf ‘s avonds rond in een groot Brussels station. Hij heeft een geel fluohesje aan, zoals NMBS-medewerkers dat doorgaans dragen. Hij werkt hier met enkele Roemeense collega’s als schoonmaker. “Illegaal? Nee, zeker niet. Perfect legaal. Alles is in orde”, zegt hij in gebrekkig Frans. “Ik werk als zelfstandige, voor Local Cleaning. Ik maak hier zeven dagen op zeven schoon, acht uur per dag. Van tien uur ‘s avonds tot zes uur ‘s ochtends. Voor tien euro bruto per uur.” Mitică betaalde bijna 4.000 euro om naar België te komen, vertelt hij. Net als twee vrienden van hem, waarvan er één ook schoonmaakt in een Brussels NMBS-station. “We betaalden dat geld voor het transport naar België en voor onze papieren.” Met zijn job verdient hij minder dan het minimumloon in de schoonmaaksector: 11,275 euro per uur. Daar komen nog vergoedingen voor zon- en feestdagen, zaterdagwerk en nachtwerk en verplaatsingskosten bij. Voor zijn nachtwerk zou Mitică in totaal minstens 13,275 euro moeten krijgen. Maar extra vergoedingen krijgt hij niet. Hij verdient netto 5 à 6 euro per uur.

Niet dat de brave man daar zelf om maalt. “Ik verdien niet veel, maar het is wel nog altijd veel beter dan wat ik kan verdienen in Roemenië. Ik ben er tevreden mee. Tot ik iets anders vind. Zeven dagen op zeven werken, dat vinden mensen hier misschien hard, maar ik vind het normaal.” Twee maanden later, half februari, is Mitică nog altijd schoonmaker, in hetzelfde station. Kort nadat ik hem de eerste keer sprak en ik Local Cleaning contacteerde, werd zijn statuut omgezet naar dat van loontrekkende. Al heeft hij nog geen contract gezien.

4 à 5 euro per uur

Dominique Fervaille van de Franstalige socialistische vakbond ACCG kent het probleem van Roemenen en andere buitenlanders die als schoonmakers ingezet worden in de Brusselse spoorwegstations. Ze zijn met een veertiental, vertelt ze, verspreid over de zeven stations in de hoofdstad. Sommigen zijn illegaal in het land, anderen werken als schijnzelfstandigen. En de rol van de NMBS en schoonmaakbedrijf Gom is op zijn minst dubieus te noemen (zie ook kaderstuk). Dominique Fervaille: “Iedereen is ervan op de hoogte: de spoorwegen, Gom en het bedrijf dat in onderaanneming werkt. Eerst werkten die Roemenen in het zwart, later als schijnzelfstandigen. Ik heb het uitgerekend: de Belgische overheid heeft over vier jaar tijd 1,7 miljoen euro aan sociale lasten misgelopen, met dank aan de NMBS.”

Helaas: het is niet het enige schrijnende of opmerkelijke verhaal dat vandaag opduikt in de schoonmaaksector. En dan hebben we het voor alle duidelijkheid over klassieke schoonmaak, in kantoren en bedrijfsgebouwen waar u en ik dag in dag uit in werken. In 2010 werden niet minder dan 829 buitenlandse werknemers betrapt, tegenover 48 het jaar ervoor en 61 het jaar daarvoor. 69 procent van de betrapte werknemers had de Braziliaanse nationaliteit, al was dat voor een groot deel gelinkt aan één specifiek dossier, waarbij 400 Brazilianen naar België gelokt werden door een Italiaanse priester, die hen uitbuitte onder de dekmantel van een dienstenchequebedrijf, waarmee hij hen beloofde alle nodige papieren voor hen in orde te brengen. Maar zelfs zonder dat opmerkelijke dossier is de toename tegenover vorige jaren opvallend. Niet zonder reden besliste toenmalig staatssecretaris van coördinatie van fraudebestrijding Carl Devlies (nu is dat John Crombez, nvdr) vorig jaar om de schoonmaak aan extra controles te onderwerpen, naar aanleiding van ernstige misbruiken bij schoonmaakpersoneel in McDonald’s en Quick-restaurant in het Brusselse.

Schrijnende verhalen zijn er te over. Niet in het minst op plaatsen waar je het niet zou verwachten. Zo werkten Braziliaanse schoonmaaksters enkele jaren geleden illegaal in het politiecommissariaat van Leuven. Nog in Leuven werkten toen ook illegale Brazilianen in een sporthal en in gebouwen van de KULeuven. Of het dan ook bij u op kantoor gebeurt? Die kans is op zijn minst reëel. Het probleem is met voorsprong het meest nijpend in Brussel. In de hoofdstad heb je een hoge concentratie laaggeschoolden, al dan niet illegale buitenlanders die bereid zijn om voor een hongerloon te werken, een bijzonder groot aantal kantoren en in verhouding een bijna duizelingwekkend laag aantal sociale inspecteurs. Een ideale mix voor wie uit is op misbruik. Bedrijven kiezen vaak zonder meer voor de laagste prijsofferte. Zo ook de Europese Commissie voor zijn gebouwen in Brussel. Een teken dat er iets fout is? Niet noodzakelijk, maaar vaak wel. Al doet het probleem zich voor in kantoren over het hele land. Zo werkt de Roemeense Dorina (schuilnaam) als zelfstandige poetsvrouw in verschillende kantoren in West-Vlaanderen. Ze werkt officieel als zelfstandige, maar eigenlijk werkt ze voor één schoonmaakbedrijf. “Ik vertel liever niet bij welke bedrijven ik werk, ik wil anoniem blijven. Ik werk voor enkele advocatenbureauss, maar ook voor grote bedrijven. Ik verdien zo’n 9 euro per uur bruto (netto tusssen 4 en 5 euro per uur, nvdr). Dat is bijna niets, maar wat moet ik anders?”

De reden van de toenemende misbruiken? Niet moeilijk: de crisis. Bedrijven besparen als het moeilijk gaat, en één van de eerste en meest evidente besparingsposten is de schoonmaak van de kantoren en gebouwen. Dat betekent: schoonmakers moeten meer oppervlakte afwerken in dezelfde tijd, gaan gebukt onder een bijna onmenselijke werkdruk, worden tot zwartwerk gedwongen, verplicht tot tijdelijke werkloosheid in vakantieperiodes, … . Tegelijk halen schoonmaakbedrijven het onderste uit de kan om opdrachten naar zich toe te trekken. Tegen prijzen die hen vaak dwingen om hun toevlucht te zoeken tot schimmige onderaannemingen, die op hun beurt een beroep doen op illegalen, schijnzelfstandigen en zwartwerk. Nieuw is het fenomeen niet: in 2005 al stelde schoonmaakfederatie ABSU dat misbruik voorkomt bij 4 op 10 schoonmaakbedrijven. “Dat cijfer was enkel gebaseerd op de klachten die de federatie doorkreeg van zijn leden: wellicht ligt het reële cijfer dus een pak hoger. Wij vertegenwoordigen zo’n 10% van het aantal bedrijven, die in grootte wel 80% van de sector vertegenwoordigen. Heel veel kleine bedrijven ontsnappen aan controle. Je mag er vanuit gaan dat er bij minstens de helft van de bedrijven misbruiken zijn, gaande van schijnzelfstandigheid, niet respecteren van loonvoorwaarden tot sociale fraude. Er zijn een heleboel kleine bedrijven die aan alle controle ontsnappen”, zegt Hilde Engels, gedelegeerd bestuurder van de ABSU. “En door de crisis is het probleem er niet kleiner op geworden, dat is duidelijk. Er moét iets gebeuren. Crombez wil nu de fraude aanpakken, onder meer met een weerlegbaar vermoeden van ondergeschiktheid (waarmee de staatssecretaris schijnzelfstandigheid wil aanpakken, red). Daar staan we achter. We ijveren ook voor een minimumprijs per uur. Over de solden wordt in de pers veel heisa gemaakt, maar dat er in de schoonmaak elke dag met mensen gebradeerd wordt, is blijkbaar niet zo belangrijk. Dat onze sector zelf boter op het hoofd heeft? Laten we niet veralgemenen. Er zijn misbruiken, maar je moet niet beginnen met iedereen over dezelfde kam te scheren.”

Schijnzelfstandige schoonmakers

De crisis is niet de enige reden voor de toename van misbruiken. De gebrekkige wetgeving is een minstens even groot probleem. Fraude is in de schoonmaak een veelkoppig monster: gesjoemel met het systeem van tijdelijk werk, zwartwerk, illegalen, schijnzelfstandigheid, nepdetachering en andere valse statuten tot mensenhandel. Maar vooral schijnzelfstandigheid is de jongste jaren een populair statuut, zeker voor buitenlandse schoonmakers. “Schijnzelfstandigheid is één van de ergste distorties op onze arbeidsmarkt”, zo zegt Philippe Vanden Broeck van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten, onomwonden. “Het is om evidente redenen populair: het is makkelijk te organiseren en het laat toe veel wettelijke bepalingen te omzeilen, zoals minimumlonen en arbeidsvoorwaarden. Alleen is het natuurlijk moeilijk te rechtvaardigen in de schoonmaaksector: je kan niet zelf je uren kiezen om schoon te maken, en bovendien heb je een werkleider. In principe is dat dus vrij makkelijk te doorprikken.” In principe, maar in praktijk is het een heel ander paar mouwen. Oost-Europeanen en andere buitenlanders kunnen hier makkelijk als zelfstandigen aan de slag, of kunnen zichzelf desnoods detacheren nadat ze in hun thuisland een (nep)bedrijf opstartten.

Philippe Vanden Broeck: “Het probleem is dat er weinig te doen valt tegen schijnzelfstandigheid, een feit waar criminele organisaties zich heel goed van bewust zijn. In het Belgische recht primeert de wil van de partijen, die kunnen volhouden dat ze zelfstandige vennoten zijn. Bovendien is de controle op detachering en schijnzelfstandigheid in een Europese context uiterst moeilijk. Met het Europese formulier E101/A1 toont een buitenlandse zelfstandige in welk land hij sociaal verzekerd is. Probleem is dat landen als Roemenië en Bulgarije dat document vrij makkelijk afleveren. En wij kunnen dat niet zomaar aanvechten. Je moet er een zéér omslachtige procedure voor door. De huidige onzekerheid in de wetgeving is sowieso dodelijk, in een markt die heel snel evolueert en geen enkele opportuniteit onbenut laat om geld te verdienen. Trouwens: hoogopgeleide mensen hebben de voordelen van dat statuut, en worden niet uitgebuit of aan een slavenregime onderworpen, zoals bij de NMBS het geval is. Alleen wordt dat statuut nu steeds meer gebruikt voor laaggeschoolde arbeid. Het is een truc die malafide lui ontdekt hebben. Onze mensen zien die misbruiken, maar het is praktisch onmogelijk om er iets tegen te doen. En als je al iets kan doen, dan moet je justitie nog meekrijgen, natuurlijk.”

Helaas loopt het pijnlijk genoeg al voor de gerechtelijke vervolging fout. Jean-Claude Heirman, directeur-generaal van de Sociale Inspectie bij de FOD Sociale Zekerheid, liet in de pers verstaan dat zijn diensten zich niet langer buigen over dossiers van schijnzelfstandigheid, behalve in zware gevallen. Iets waar heel wat sociale inspecteurs niet vrolijk van worden. Staat de deur naar misbruik helemaal open? Jean-Claude Heirman: “We moeten roeien met de riemen die we hebben, dat is nu eenmaal de realiteit. We proberen vooral slim te werken. Onze diensten zijn momenteel via datamining bezig met enkele grote dossiers waarin dubieuze onderaanneming een centrale rol speelt. Op die manier pakken we het probleem van de schijnzelfstandigheid wel degelijk aan.”

Het vinden van buitenlandse krachten die voor een bodemprijs willen werken, is in ons land niet moeilijk. Kleine schoonmaakbedrijven vinden die vooral via informele netwerken, mond-aan-mond, kleine advertenties en zoekertjes en heel soms op café. Bruno Devillé, inspecteur bij de federale sociale inspectie: “Voor veel buitenlandse vrouwen is de keuze simpel: werken in de prostitutie of in de schoonmaak. Of in beide, in sommige gevallen.” Gebrek aan werk en toekomstperspectieven en nog slechtere voorwaarden in hun thuisland, is de reden waarom velen naar hier komen. Maar het is niet de enige reden, ontdekte Devillé. “Wij dachten dat Brazilianen naar hier komen om vlug geld te verdienen en dan terug te keren naar hun vaderland. In werkelijkheid blijven ze hier lang genoeg om hun kinderen van ons onderwijssysteem te laten genieten. Zelfs als ze hier zonder papieren zijn, kunnen ze hun kinderen naar school sturen, want in België bestaat er leerplicht. En na al die jaren hebben die kinderen geen band meer met Brazilië. Dat ze hier blijven is niet vreemd: het onderwijs is hoogstaander en de omgeving is veel minder gewelddadig dan daar.”

Uitbesteden in het kwadraat

De hamvraag bij de dubieuze verhalen over sociale fraude, uitbuiting en mensenhandel die in de schoonmaak opduiken, is: welke rol spelen de rol van de opdrachtgevers die een beroep doen op schoonmaakbedrijven? In de wirwar van constructies en onderaannemingen is het dan wel moeilijk klaar te zien, toch steken veel schoonmaakbedrijven én klanten hun hoofd maar al te graag in het zand. Wie een schoonmaakbedrijf of onderaannemer onder de arm neemt dat aan dumpingprijzen werkt, weet of zou op zijn minst moet weten dat dergelijke schoonmaakbedrijven het zelden nauw nemen met ethiek, of met de wet. Bruno Devillé, inspecteur bij de federale sociale inspectie: “Je hebt in Brussel verschillende grote schoonmaakwerven, in bekende bedrijfsgebouwen, die uitbesteed zijn aan schoonmaakbedrijven die uitbesteden aan bedrijven die met illegalen werken. Ze sluiten daar liever de ogen voor. Het is nochtans simpel: als een bedrijf systematisch 10 à 15 procent onder der prijs van andere offertes duikt, heeft het ofwel een magisch recept gevonden, ofwel fraudeert het. Veel fantasie heb je daar niet bij nodig.” Hilde Engels: “Het is duidelijk dat sommige bedrijven boter op het hoofd hebben. Toch huiver ik van sommige maatregelen die staatssecretaris nu wil invoeren. Bij de hoofdelijke aansprakelijkheid bij onderaanneming – waarbij de hoofdaannemer verantwoordelijk is voor wat er in de keten van onderaanneming gebeurt - heb ik vragen. Als de onderaannemer niets doorgeeft, is het de hoofdaannemer die opdraait voor alles. Dat kan voor ons niet. Er zijn hoofdaannemers die weten hoe de vork in de steel zit, maar er zijn er ook die echt van niets weten. Nogmaals: laten we niet veralgemenen.”

<< Terug naar het coververhaal