De serial dean van de businessscholen

Philippe Naert, de man die 3 internationale zakenscholen met succes leidde :

  • Studeerde af als burgerlijk ingenieur en behaalde nadien doctoraat aan Cornell University (New York)
  • 1970-1973: Docent M.I.T. Sloan School of Management (Boston)
  • 1973-1984: Gewoon hoogleraar Ufsia (Antwerpen) en oprichter van doctoraal programma en van fulltime MBA
  • 1984-1992: Onderdecaan research bij Insead (Fontainebleau, Frankrijk) en decaan vanaf 1986
  • 1992-1996: Decaan Nyenrode Business Universiteit (in Nederlandse Breukelen met Neelie Kroes als president)
  • 1996-2008: Decaan TiasNimbas Business School (Tilburg)
  • Sinds 2009: Waarnemend decaan Universiteit Antwerpen Management School (UAMS)
  • Naert bekleedt ook mandaten als onafhankelijk bestuurder: Boondoggle (voorzitter), Concordia Textiles, Brouwerij De Koninck, Jori, KBC (ook lid van het audit comité en van het remuneratiecomité) “Ik ben een echt werkbeest. Net zoals mijn vader, die huisarts was, heb ik weinig slaap nodig. Ik sta op om 4 uur en ga rond 22 uur slapen.”

Philippe Naert (66) was reeds decaan van drie belangrijke zakenscholen: Insead (Fontainebleau), Nyenrode (Breukelen) en TiasNimbas (Tilburg). Maar de energieke zestiger rust niet op zijn lauweren vooraleer hij de Antwerpse UAMS internationaal op de kaart heeft gezet.

    Philippe Naert (66) heet ons welkom in zijn huis in de bossen van Brasschaat, waar hij reeds dertig jaar woont. De ontvangstruimte is bijzonder sober ingericht. Alleen een wand vol netjes geklasseerde, klassieke cd’s doorbreekt het strenge interieur. Anno 2010 timmert hij vol enthousiasme aan zijn vierde businessschool. Als waarnemend decaan moet hij de University of Antwerp Management School (UAMS) internationaal op de kaart te zetten. “UAMS heeft de voorbije jaren veel kansen laten liggen”, analyseert Philippe Naert. “Ik trek de Antwerpse kaart en krijg de steun van de stad en de provincie. Heel wat van onze alumni werken nu bij BASF, Alcatel, KBC, C&A, Agfa en Janssen. Ze scharen zich achter mijn plan en willen het mee trekken. Bedrijven die UAMS wat vergeten waren, keren terug. Het is nog vroeg, maar ik voel dat het zal lukken.” Hij wil de omzet van 8 miljoen doen stijgen tot 16 miljoen euro tegen 2013. Tot eind 2010 wil Philippe de kar trekken. Dan geeft hij de fakkel door aan jonger bloed. Deze nieuwe opdracht betekent ook de terugkeer naar de oude stal: de Antwerpse universiteit. Tussen 1973 en 1984 doceerde hij aan het toenmalige Ufsia.

    Echtgenote als rechterhand

    Philippe Naert is een West-Vlaming die in Leuven zijn diploma burgerlijk ingenieur elektrotechniek haalde. “Maar ik heb nooit iets met techniek gedaan.” Hij studeerde verder: eerst in Manchester, waar hij de liefde voor marketing meekreeg van sir Roland Smith, toen corporate marketing directeur bij Unilever en de latere topman van British Aerospace Harrod’s. Daarna haalde hij aan de Cornell universiteit (New York) zijn doctoraat. Eenmaal terug in Antwerpen leerde hij de Vlamingen dat marketing ook met cijfers en modellen rendeert. Voor dat studiewerk kreeg hij wereldwijd erkenning.

    In 2007 kreeg Philippe Naert de titel ‘serial dean’ opgeplakt door een journalist van de Financial Times. “Ik had het geluk dat in de vier scholen waar ik decaan werd, die functie niet ingevuld werd door een verkiezing. Telkens duidde een comité me aan, waarin vooral bedrijfsleiders en slechts een enkele professor zetelden. Het was dus nooit een populariteitstest. Ik moest al die mensen wel persoonlijk zien te overtuigen van mijn plannen. Zoals een algemeen directeur werd ik aangeduid op basis van die plannen en mijn capaciteiten om ze te realiseren. Telkens wou ik de uitdaging maar aangaan als mijn vrouw en  kinderen in Brasschaat konden blijven wonen.”

    “Mijn vrouw en ik zijn nu 42 jaar samen. De acht jaren dat ik in Insead (Fontainebleau, ten zuidoosten van Parijs, nvdr) werkte, belden we driemaal per dag. En in het weekend was ik thuis. Dat weekend was heilig veilig voor mij.” Zijn vrouw Magda, die er ondertussen bij is komen zitten, hield thuis de boel recht: “Ik vond dat onze kinderen eenzelfde middelbare school moesten kunnen doorlopen. Soms zakte ik voor een speciaal diner naar Fontainebleau af, maar ’s morgens stond ik terug hier: mijn klanten hebben dat nooit geweten”, lacht Magda Van den Bergh. In die jaren ontwikkelde en commercialiseerde zij software voor verzekeringsmakelaars, eerst onder de naam Assusoft en later als 3Force.

    Op zoek naar professoren

    In de jaren tachtig was Philippe Naert actief op Ufsia en op EIASM, een economisch instituut in Brussel. “Maar ik had mijn twijfels. In 1983 bood de universiteit van Los Angeles (UCLA) me de prestigieuze Lenhardt leerstoel in marketing aan. Met de hele familie logeerden we in een prachtig hotel, onder de suite van Dustin Hoffman. Maar mijn kinderen hadden geen zin in verhuizen.” In 1984 vertrok hij toch, naar Frankrijk, waar hij als onderdecaan van Insead het onderzoek moest stimuleren. “Insead was toen al een fantastische school, die goede professoren van over de hele wereld kon aantrekken. Ze combineerde een Amerikaanse studieomgeving met de Europese levenskwaliteit. Maar ze was lang niet bij de beste vijf van de wereld. Om dat niveau te bereiken, moest de school eigen onderzoek produceren en eigen doctoraatsprogramma’s aanbieden, verkondigde ik. Gelukkig zat de baas van McKinsey, Warren Cannon, in de board: hij geloofde mijn stelling 100 procent en werd mijn belangrijkste bondgenoot.”

    In 1986 promoveerde Naert tot decaan. Onder zijn impuls groeide Insead: “Elk jaar kregen honderden talentvolle jongeren de kans niet om te beginnen wegens een gebrek aan capaciteit. We verdubbelden de capaciteit met 300 studieplaatsen.” Om al dat jonge geweld in goede banen te leiden, waren er jonge professoren nodig. In plaats van de georganiseerde jobmarkten voor jonge onderzoekers te bezoeken – Insead had immers nog geen onderzoeksimago – benaderde Philippe Naert persoonlijk de onderzoekers een jaar voor hun afstuderen: “Ik ging elk jaar  veertien dagen naar Amerika om een jaar voor ze met hun doctoraat klaar waren, met hen te praten. Ze mochten ’s zomers voor enkele maanden op fellowship komen bij ons in de bossen van Fontainebleau. Op die manier heb ik ruim 25 van de 45 nieuwe professoren gerekruteerd.”

    Daarnaast stampte hij een doctoraatsprogramma uit de grond. “De grootste weerstand kwam van de professoren zelf want ze moesten er harder door werken. Ze moesten jonge onderzoekers begeleiden. Gelukkig kon onze eerste jonge doctor na zijn doctoraatsopleiding aan Insead aan de slag bij de bijzonder prestigieuze universiteit van Chicago. Ook vandaag staat Insead nog aan de top van de beste managementonderzoeksinstellingen ter wereld.” Professor Naert is nog steeds heel fier op de researchpoot van Insead.

    Naert geeft de indruk meegaand te zijn: “Dat is op het eerste gezicht. Ik geef mijn medewerkers veel vrijheid. Dat loopt soms wel eens verkeerd. Maar ik ben niet geschikt om ‘op de winkel te passen’, het dagdagelijkse beheer. Daar heb ik goede medewerkers voor. Ik zoek in de eerste plaats ‘institution builders’. Met alleen topprofessoren en veel geld heb je nog geen school. Want onderzoekers zijn niet echt geïnteresseerd in de school zelf. Ik ben een bouwer die nieuwe dingen uit de grond wil stampen en daarvoor mensen kan enthousiasmeren. Ik geloof dat als je goede en ambitieuze plannen hebt, het geld wel zal volgen.”

    De financiële put van Nyenrode

     Na acht jaar Insead had hij genoeg van het leven ver van huis. Via Herman Daems (GIMV) ving Neelie Kroes, de huidige EU-commissaris, dat gerucht op: “Ze is me in Fontainebleau komen spreken. De eerste dag vroeg ze me heel lang uit hoe je een businessschool moet internationaliseren. De tweede dag belde ze me met een voorstel om dat te doen in het Nederlandse Nyenrode, waar ze president van was.”

    Nyenrode was oorspronkelijk opgericht als de opleidingsschool van Nederlandse multinationals zoals Shell en Philips. De school betrok een kasteeltje in Breukelen, iets boven Utrecht. De subsidiestroom van de overheid  was afgesneden en de school moest nu op eigen benen verder waardoor er een gigantische put ontstond in de operationele resultaten.“Al de scholen waar ik als decaan begon, hadden een substantiële verandering nodig. En dat kan alleen maar met veel nieuwe mensen en professoren.” In Nyenrode vloeide 40 procent van het academisch personeel op een sociale manier af. Nadien volgde een sterke groei- en rekruteringsronde. Na drie jaar had Philippe Naert de omzet van 5 op 25 miljoen gulden gebracht. “Het liep dus zeer goed. We lieten één kandidaat op zes toe. Maar onder druk van bepaalde bestuurders wou Neelie Kroes nog sneller gaan. Dat kon alleen door meer studenten toe te laten en de lat dus lager te leggen. Ik geloofde niet dat de school daar mee gebaat was en we gingen uit elkaar. Ik heb daar nog spijt van. Na enkele jaren viel Nyenrode immers terug op zijn vorige niveau en verdween het kwaliteitsimago.”

    En zo belandde hij in 1996 op de TIAS, de zakenschool van de Tilburgse universiteit, amper zestig kilometer van huis. “Tilburg had en heeft nog steeds een heel sterke academische faam: het is een van de weinige Europese scholen die internationaal meetellen qua onderzoek in management. Maar ze stond zeer ver af van het bedrijfsleven. Nu is dat beter”, meent Philippe Naert. “We trokken de kaart van maatwerk voor bedrijven. Dat is ook vandaag nog dé groeimarkt. Maar de bedrijven verlangen wel een ‘return on investment’ uit elke opleiding, zeker als die weken duurt. Zo’n cursus volgen is lang niet meer een ‘beloning’. Met maatwerk kan een school het bedrijf echt helpen. De meeste businessschools doen dat echter niet goed, want het vereist dat de professoren het bedrijf eerst grondig analyseren en leren kennen. In Tilburg werkte dat wel, onder meer omdat er minder primadonna’s zijn. En je moet ook altijd een klein beetje geluk hebben. Want onze eerste grote klant bij TIAS was ING, via bestuurder Alexander Rinnooy Kan die ik had leren kennen toen ik directeur was van het EIASM in Brussel. Hij geloofde in onze aanpak. ING was tien jaar lang onze grootste klant en een fantastische referentie.”

    MBA’s onder vuur

    Daarnaast bouwde hij vanaf 1999 een sterk executive MBA uit bij TiasNimbas, dankzij de samenwerking met scholen in de States en in Boedapest. De ingeschreven managers kwamen  zes keer twee weken bij elkaar gedurende twee jaar, telkens in een andere stad. “Omdat de deelnemers uit verschillende landen komen, is het programma direct heel internationaal. Managementgoeroe Henry Mintzberg gebruikt die formule ook”, zegt Philippe Naert. “Mintzberg schiet met scherp op de klassieke MBA’s, maar in deze formule gelooft hij wel. Omdat de deelnemers nooit het contact met het eigen bedrijf verliezen.” 

    Al tien jaar  liggen de MBA-opleidingen, die de basis vormen van de businessscholen, hevig onder vuur. De scholen krijgen de kritiek dat ze opgeblazen ego’s produceren die hoofdzakelijk oog hebben voor de cijfers (‘shareholder value’) en veel minder voor de mensen in de bedrijven. Philippe Naert: “Dat is zeker zo in een aantal Amerikaanse scholen, in Europa speelt dat veel minder. Maar er zit een stuk waarheid in. Daarom moet het Antwerpse programma dat we nu uitschrijven, twee rode draden hebben: de persoonlijke ontwikkeling van de mensen en de maatschappelijke betrokkenheid. Als ze het programma hebben afgewerkt, moeten de deelnemers weten of ze wel willen leidinggeven, of ze kunnen functioneren in een team, … Ook moet de school in de maatschappij staan. Daarom wordt het eindwerk van het Antwerpse executive MBA een ‘community project’: de studenten moeten iets realiseren binnen een ngo of een sociale organisatie. Voor Tilburg was het een schot in de roos: de school zat direct in de wereldwijde top-20. In Antwerpen wil ik hetzelfde doen, in samenwerking met een Amerikaanse (Chicago) en een Indiase topschool. De oude jezuïetenwortels van Ufsia helpen daarbij.” In 2011 moeten de eerste studenten er aan beginnen. 

    Wanneer Naert midden 2008 met veel bloemetjes op pensioen vertrekt, is de omzet van TiasNimbas (na de acquisitie van Nimbas in 2006) van 2 tot 23 miljoen euro opgetrokken. En nu zit hij dus op de Antwerpse Sint-Jacobsmarkt.
    De concurrenten van de Vlerick School zijn gewaarschuwd. Philippe Naert: “De huidige decaan van Vlerick, Philippe Haspeslagh, was een collega bij Insead. Ik heb hem altijd gezegd dat hét probleem van Vlerick was dat de school geen echte concurrent had in Vlaanderen. Die heb je nodig om wakker te blijven. Vlerick voelt nu het al verschil. UAMS staat weer op de radar van de bedrijven.”

    Tekst Erik Verreet Foto Michel Wiegandt

    Gepubliceerd in het Vacature Magazine van 6 februari 2010