"In de privésector draait het enkel om geldgewin. Het onderwijs draagt bij tot de samenleving."

Ruth Deloof, leerkracht Engels: "Het onderwijs speelt een belangrijke maatschappelijke rol: we stomen de volgende generaties klaar. De privésector is meer gericht op winst, maar aan de andere kant: zonder die bedrijven draait de economie ook niet. Waar staan wij dan? Het moet gewoon niet zo gescherp gesteld worden, vind ik. Wij verdienen in het onderwijs ook goed onze boterham. Veel mensen hebben de indruk dat wij karig betaald zijn, maar dat klopt niet. Ik word betaald op licentiaatsniveau. Ik heb een prima verloning en hele goeie werkomstandigheden. Een ander paar mouwen is het voor onderwijzers die in het lager onderwijs staan en voor kleuterleidsters. Die lonen zijn aan de lage kant. In de privé heb je in sommige sectoren extralegale voordelen en bonussen. Om die te krijgen, moeten die mensen zich ook bewijzen Doorspartelt het bedrijf een moeilijke periode, dan worden ze daar ook op afgerekend. Dat is de keerzijde van de medaille."

Eyal Benisty, business consultant:
"Ik kijk er van op hoeveel Ruth verdient. Dat is allesbehalve een slecht loon, als je ziet hoeveel vakantie er bij komt. Dat het in de privé rond geld draait: tja, dat is de missie van een bedrijf. Maar er speelt ook een maatschappelijke relevantie: bedrijven die het goed doen, nemen mensen aan. Bij ons is de rekrutering dit jaar bijvoorbeeld heel hoog.
Is er trouwens wel veel verschil tussen werknemers in de privé en het onderwijs? Ik heb deze job gekozen omdat ik die graag doe, net zoals een leerkracht dat ook gedaan heeft. Ik doe het niet voor het geld alleen, anders zou ik het nooit volhouden. Ik zou nooit een job kunnen doen tegen mijn zin, hoeveel ze ook bieden. Leerkrachten zijn ook geen vzw's: ze worden goed betaald. Sommigen noemen zich misschien wel idealisten, maar ze krijgen er ook een serieus loon voor. Ik heb een laptop, een gsm en een mooie bedrijfswagen, ja. Maar ik heb die nodig voor mijn werk. Elke week leg ik voor het werk meer dan 1.000 kilometer af: dan heb je een goeie en comfortabele auto nodig. Er zijn collega's van mij die hun smartphone geweigerd hebben. Het is een cadeau dat je krijgt van het bedrijf, maar het betekent ook dat je veel meer bereikbaar moet zijn."

Tekst: Dominique Soenens en Wouter De Broeck