De portemonnee van Willy Sommers

De man die ongelooflijke successen scoorde met ‘Zeven anjers, zeven rozen’ en ‘Als een leeuw in een kooi’ vierde onlangs zijn veertigste verjaardag als artiest. Een reden om te feesten, dat zeker, maar voor Willy geen aanleiding om het geld door deuren en vensters naar buiten te gooien.

“Mijn vader was een zelfstandig autohandelaar en van hem heb ik geleerd om spaarzaam te zijn”, verklaart de zanger. “In sommige maanden verkocht hij veel en soms ging het minder en dus peperde hij ons in om rekening te houden met de slechte tijden die nog konden komen. Ook mijn vrouw is in diezelfde geest opgevoed. We proberen om wat over te houden voor onze kinderen en zijn dus zeker geen big spenders.”

3.000 à 4.000 euro voor een reis

Voor een mooie vakantie trekt de voormalige presentator van Tien Om Te Zien nochtans wel graag zijn portemonnee open: “Tweemaal per jaar ga ik met mijn gezin op reis: ’s winters gaan we op skivakantie en ook ’s zomers trekken we erop uit. Mijn vrouw en ik kiezen dan altijd een mooi hotel, met een goed restaurant ook. We denken vooral in functie van de kinderen die zich moeten kunnen uitleven en letten dan niet echt op ons geld. Ik geef dan al snel 3.000 à 4.000 euro uit.”

Ongebruikte iPad

“In dure gadgets ben ik dan weer niet geïnteresseerd”, vervolgt Willy, “een gsm dient voor mij gewoon om te bellen en al die andere opties hoeven allemaal niet voor mij. Ik ben er echt niet zo mee bezig. Om je een voorbeeld te geven: ter gelegenheid van de viering van mijn veertigjarige carrière heb ik van een aantal fans, die daarvoor hadden samengelegd, een iPad cadeau gekregen. Ik weet wel dat je daar heel veel mee kan doen, maar dat ding ligt nu al twee weken ongebruikt op mijn bureau. Ik zou er een van deze dagen toch eens naar moeten kijken.”

Dure hobby’s heeft het voormalig meisjesidool ook al niet: “Ik speel tennis, zo’n 4 à 6 uur per week, maar echt duur is dat niet. Golf is bijvoorbeeld een hobby die veel meer geld kost. Ik denk dat ik voor een seizoen tennis zo’n 250 euro betaal, wat ik niet veel vind.”

Weinig investeringen

Kleding koopt de zanger vooral in functie van zijn optredens: “Op het podium wil ik er altijd op en top uitzien en daarom ga ik zo’n vier keer per jaar naar een boetiek om daar ineens een voorraad toffe outfits in te slaan. Soms zitten daar speciale dingen tussen, maar over het algemeen ben ik niet zo’n shopper. In mijn vrije tijd stel ik mij dan ook tevreden met een gewone jeans en een pull.”

“Behalve in showkledij moet ik eigenlijk niet zelf in mijn eigen carrière investeren”, gaat Willy verder. “Ik zit bij Universal, een van de grootste platenfirma’s van Europa, en die betalen alle opnames voor mijn cd’s. Ook mijn muzikanten moet ik niet betalen: als ik gevraagd word om op te treden met mijn liveorkest, dan worden zij apart betaald. Ik krijg mijn gage en het orkest krijgt zijn eigen gage.”

Om de vijf jaar een nieuwe Porsche

“Mijn laatste dure aankoop is een wagen. Om de vijf jaar, als de vorige fiscaal is afgeschreven, koop ik een nieuwe auto. Ik heb opnieuw gekozen voor een Porsche Carrera omdat ik dat een veilige en comfortabele wagen vind. Tenslotte doe ik toch zo’n 80.000 km per jaar en dus wil ik een auto waar ik mij goed in voel. Een Porsche bezitten is altijd wel een droom geweest van mij. Omdat mijn vader autohandelaar was, had ik al van jongs af aan een passie voor wagens. Mijn volgende grote aankoop wordt trouwens een nieuwe auto voor mijn vrouw. Ook die van haar is al een jaar of vijf oud en is aan vervanging toe.”

Geld verloren door beleggingen

“Ik geef eigenlijk alleen geld uit aan dingen die ik nodig heb. Folietjes zijn aan mij niet besteed. Als ik aan het einde van het jaar merk dat ik geld over heb, dan zet ik dat bij voorkeur op mijn spaarboekje of op dat van de kinderen. Ik ga het dan niet zomaar uitgeven. Ik speculeer ook niet op de beurs en koop geen aandelen. In het verleden ben ik op die manier al wat geld verloren en dat risico loop ik vandaag liever niet meer opnieuw. Ook al brengt een spaarboekje weinig intresten op, het biedt toch enige zekerheid.”

Gerenoveerde hoeve in het Pajottenland

Over wat zijn dierbaarste materiële bezit is, hoeft de populaire Vlaamse artiest niet lang na te denken. “Dat is zonder enige twijfel het huis waarin ik woon. Het is een gerestaureerde hoeve en de voormalige woning van mijn grootvader, die landbouwer was. Zo’n 25 jaar geleden heb ik dat huis gekocht en gerenoveerd en op die manier ben ik eigenlijk teruggekeerd naar mijn roots. Als kleine jongen ging ik namelijk elke zomer, samen met mijn zus, helpen op de boerderij. De plaats waar ik nu woon is dus de plaats waar ik geboren en getogen ben en die ik erg koester. Het is een fantastische plek, waar ik wil blijven tot mijn dood. Behalve een huis, heb ik hier ook wat weiden waarop een aantal paarden en pony’s grazen. Een ander groot voordeel is de centrale ligging: ik woon in Sint-Martens-Lennink, in het Pajottenland, en dat is op 5 kilometer van de ring rond Brussel. Van hieruit kan ik in maximaal een uur tijd alle uithoeken van Vlaanderen bereiken. Voor een zanger zoals ik, die optreedt van Oostende tot Tongeren, is dat ideaal.”