De portemonnee van Vlaamse zanger Danny Fabry

Zijn carrière begon in 1971 met het nummer ‘Kom aan de telefoon Angelina’, maar wie vandaag een blik werpt op de Vlaamse top 10 zal merken dat Danny Fabry nog steeds volop meedraait. Danny, die met zijn eigen platenfirma en uitgeverij de touwtjes strak in handen heeft, gunt ons een kijkje in zijn portemonnee.

“Ik zal nooit geld uitgeven dat ik niet heb”, zegt hij. “Veel mensen kopen erop los en gaan veel leningen aan, maar zo ben ik niet. Misschien klinkt dat wat ouderwets, maar ik ben op dat gebied heel voorzichtig. Gelukkig is mijn vrouw dezelfde mening toegedaan. Ook zij gaat niet kwistig inkopen doen met mijn bankkaart. Het is een beetje een levensvisie: ik ben niet gierig, maar leef ook niet op grote voet. Bovendien heb ik ook weinig tijd om veel geld uit te geven: in de voormiddag doe ik mijn papierwerk en vanaf de namiddag tot laat in de avond ben ik onderweg voor concerten.”

Wagen en kledij als investering

Danny is een man die volop investeert in zijn eigen carrière. Hij werkt bijna elke dag een optreden af en heeft dan ook nood aan een goede auto. “Story heeft uitgevist dat ik de meest gevraagde artiest van Vlaanderen ben en dan verbruik je natuurlijk heel wat brandstof”, zegt hij. “Ik doe jaarlijks toch bijna 100.000 kilometer en koop daarom om de twee jaar een nieuwe wagen. Binnenkort koop ik trouwens weer een nieuwe. Ik rijd al bijna mijn hele leven met een Mercedes, omdat ik dat een solide wagen vind, die ook zekerheid biedt op de weg.”

Ook mooie kledingstukken zijn voor Danny een investering: “Een artiest die op het podium staat moet er goed uitzien, vind ik. Daarom ga ik naar de betere boetieks om kleding te kopen. En dan geef ik toch iedere keer al gauw 400 à 500 euro uit. Ik heb wel een ruime garderobe, maar dat is ook nodig als je vaak optreedt. Er zijn namelijk veel mensen die meermaals naar mij komen kijken en dan zie ik er graag iedere keer anders uit.”

Eigenaar van eigen cd’s

De opnames en de productie van zijn cd’s bekostigt Danny volledig zelf. “Ik heb mijn eigen platenfirma, Diamonds Records, en een eigen uitgeverij, Fabry Music. Enkel voor de distributie doe ik een beroep op anderen. Alles zelf in handen houden heeft zo zijn voordelen: ik ben eigenaar van al mijn cd’s en kan er ook bijpersen wanneer ik wil. Slaat de cd aan, dan zijn mijn winstmarges veel groter dan wanneer ik onder exclusief contract van een platenfirma zou liggen. Het nadeel is wel dat ik daarmee ook alle risico’s op mij neem: wordt het geen succes, dan kan het zijn dat ik mijn geïnvesteerde geld niet terugzie. Maar het feit dat ik het nu al veertig jaar uithoud, bewijst toch dat het mogelijk is om ervan te leven.”

“Bij zo’n manier van werken komt natuurlijk veel bureauwerk kijken, maar dat is voornamelijk de taak van mijn vrouw. Al zit ik zelf ook elke morgen aan mijn bureau om contracten na te lezen en om mijn relaties met de pers te onderhouden.”

“Vroeger investeerde ik trouwens nog veel meer in mijn carrière: ik heb dertig jaar lang een orkest van zeven man gehad en beschikte ook over een eigen geluidsinstallatie, een eigen lichtinstallatie en een vrachtwagen om dat allemaal te vervoeren. Maar sinds de periode van Tien Om Te Zien is dat voorbij: ik word nu voornamelijk gevraagd voor kortere optredens zonder live orkest. Eigen materiaal en muzikanten is vandaag bijna onbetaalbaar geworden. Ergens vind ik dat wel jammer, want optreden met live begeleiding is het liefste wat ik doe.”

Vastgoed biedt zekerheid

De zanger van ‘Ca c’est la vie’ denkt er ook aan om te investeren in vastgoed: “Ik heb een eigen huis, maar zou graag nog een appartement kopen. Vastgoed biedt volgens mij in deze tijden toch het meeste zekerheid en als je het verhuurt, kan het goed opbrengen. Ik ben nu al volop op zoek, maar het is niet eenvoudig om in de streek van Scherpenheuvel, waar ik woon, een nieuw en betaalbaar appartement te vinden.”

Hoewel Danny zichzelf omschrijft als een harde werker, leeft hij in zijn schaarse vrije tijd toch graag wat royaler: “Als ik op reis ga, kies ik steeds voor een vijfsterrenhotel. Ik wil dan dat het in orde is, zodat ik nergens moet aan denken. Ik probeer tweemaal per jaar op reis te gaan, maar omdat ik een dochter van 12 heb, kan dat enkel tijdens de schoolvakanties. Vroeger deed ik verre reizen en veel minitrips, maar tegenwoordig beperk ik mij tot landen zoals Frankrijk en Spanje.”

De acht gouden platen die Danny al mocht ontvangen beschouwt hij als zijn dierbaarste bezit. “Hoewel ik een Vlaamse zanger ben, kreeg ik mijn eerste gouden plaat voor een Engelstalig nummer: ‘Please be careful with my heart’, uit ’81. Als jonge artiest was ik daar natuurlijk heel fier op. Maar ik ben ook erg trots op de Neptunus Award die ik onlangs kreeg voor mijn veertigjarige carrière. Die award geven ze enkel aan artiesten die al heel lang iets betekenen en nog steeds op niveau meedraaien.”