De portemonnee van Stijn Meuris

Zijn ‘oergroep’ was Gruppenbild, daarna volgden Noordkaap, Monza en ten slotte het naar zichzelf genoemde Meuris. Op dit moment trekt de Limburgse zanger en regisseur samen met muzikale kompanen Tom Pintens en Gregory Frateur door de Vlaamse theaterzalen met ‘Zware metalen’, een voorstelling waarin hij nummers uit het metal- en hardrockgenre covert.

“Het is niet dat ik het geld over de balk gooi, maar ik koop wel wat ik nodig heb en vaak ook wat ik niet nodig heb”, steekt Meuris van wal. “Ik geef vlot geld uit, maar let er wel altijd op dat ik nog voldoende reserves heb. Maar ik geef toe dat ik soms aan de verleiding niet kan weerstaan en dingen koop gewoon omdat ik ze graag heb, niet omdat ze echt nodig zijn: een nieuwe telefoon, een duur boek, ik zeg maar wat. Zo heb ik vorige maand bijvoorbeeld een iPad gekocht, een ding dat bij muzikanten en regisseurs erg populair is en dat ik eigenlijk niet nodig had, omdat ik al een iPhone en een laptop had. Maar goed: ik heb er dus toch een gekocht. Eens je je begint af te vragen of je zo’n toestel toch niet zou kopen heb je eigenlijk voor jezelf de beslissing al genomen dat je het gaat doen. En ik mag het misschien niet luidop zeggen, maar 800 euro vind ik eigenlijk vrij goedkoop als je ziet wat je allemaal met zo’n iPad kan doen.”

“Ik geef ook nogal veel geld uit aan tijdschriften, niet alleen de reguliere tijdschriften zoals Humo en Knack, maar ook heel gespecialiseerde buitenlandse magazines over vliegtuigen en astronomie. Per maand geef ik daar toch snel 150 euro aan uit, wat eigenlijk belachelijk veel is voor tijdschriften, maar ik kan ze gewoon niet missen. Toen ik begon met mijn hobby van astronomie heb ik ook wat geld moeten uitgeven aan sterrenkijkers en zo, maar gelukkig heb ik dat intussen al lang terugverdiend met de lezingen die ik ook geef over dat onderwerp.”

“Waar ik dan weer zeer weinig geld aan uitgeef is eten. Ik eet liever gewoon thuis of in een simpel bistrootje dan in een sterrenrestaurant. Haute cuisine zegt me niets en ik wil er dan ook geen geld aan uitgeven. De horeca vind ik eigenlijk een totaal overroepen bedrijfstak.”

Eenmanszaak

“Voor mijn professionele bezigheden heb ik een bvba opgericht die ‘Onder Andere’ heet. Ik vind dat een passende naam voor een warrige activiteitenkalender als de mijne: ik doe onder andere dit en onder andere ook dat. Muziek maken, regisseren, lezingen geven en columns schrijven: het is een heel pakket, maar er zit niet echt een lijn in wat ik doe.”

“Door onze theatertournee ‘Zware metalen’ heb ik nu voor het eerst geïnvesteerd in podiumkledij, maar meestal investeer ik vooral in techniek: instrumenten en opnameapparatuur. De tijden zijn trouwens helemaal veranderd: vroeger was een platenfirma een soort permanente bank, maar tegenwoordig mag je al blij zijn als ze nog iet of wat ‘participeert’ in de productiekost van een nieuwe plaat. Als artiest moet je dus meedenken en mee investeren.”

“Als televisieregisseur zie ik hetzelfde gebeuren: ik sta nu op het punt dat ik zelfs zou overwegen om een eigen professionele camera te kopen. Vroeger waren regisseur en cameraman twee aparte beroepen, maar nu loopt dat allemaal door elkaar.”

“Voorlopig blijf ik wel de enige werknemer van mijn bvba’tje en eigenlijk wil ik dat ook zo houden. Al denk ik soms wel dat het handig zou kunnen zijn om iemand in dienst te nemen die de zakelijke kant van mijn carrière in handen neemt. Mijn management doet al heel veel, maar het zou nog efficiënter kunnen.”

Banken spannen valstrikken

“Ik kijk ook wel wat naar de toekomst, want ik doe aan pensioensparen. Maar ik moet zeggen dat ik het systeem met enorm veel argwaan bekijk. Zo moet ik bijvoorbeeld niks weten van de permanente pogingen van banken om me te overhalen om te investeren in aandelen en dergelijke. Ik heb geen enkele belegging, want volgens mij zijn dat allemaal valstrikken. Als ik kon, dan zou ik mijn leven en mijn bedrijf volledig zonder banken organiseren, maar dat gaat natuurlijk niet. Ik vind het heel eigenaardig dat mensen zich niet collectief uit de banken terugtrekken, want wat daar gebeurt is eigenlijk ongelooflijk arrogant en zelfs crimineel te noemen.

Gevraagd naar zijn dierbaarste materiële bezit komt de woordenvloed van Meuris voor het eerst een moment tot stilstand. “Mijn waardevolste materiële bezit is ongetwijfeld mijn huis”, zegt hij ten slotte. “En nu ik er even over nadenk besef ik dat het waarschijnlijk ook mijn dierbaarste bezit is, want het heeft natuurlijk ook een sentimentele waarde. Ik woon er graag en ben dan ook niet van plan om te verhuizen. Zakelijk gezien is dat misschien niet zo verstandig, want op dit moment is mijn woning al veel meer waard dan toen ik ze zestien jaar geleden kocht. Maar aan sommige dingen ben ik nu eenmaal erg gehecht geraakt.”