De NMBS-groep blogt: "Overslapen is geen probleem dankzij vlottende uren"

Naam: Mathias Vanden Auweele

Opleiding: Industrieel ingenieur elektromechanica en burgerlijk ingenieur energie

Functie: Studie-ingenieur bovenleiding bij Infrabel

Werkgever: Infrabel is de beheerder van de spoorweginfrastructuur in België. We zorgen ervoor dat al het nodige aanwezig is om treinen veilig te doen rijden.

Horen nachtelijke activiteiten na 12 uur ook bij de volgende werkdag? In dat geval mag je gerust een uurtje toevoegen voor het schrijven van de blog van gisteren! Ik heb het wel gevoeld deze ochtend. Overslapen… Maar dat is niet zo erg, met de vlottende uren kan je gerust eens een trein later nemen.

Deze morgen was de fietstocht naar het station evenwel minder glorieus als gisteren: een verzopen hond zou jaloers geweest zijn op de manier waarop ik aankwam op het perron. Gelukkig was de trein goed voorverwarmd (met dank aan de installaties van de voorverwarming bij mijn directe collega’s!).

Deze keer kom ik toe op het kantoor om 9u. Ruim op tijd en ik heb nog anderhalf uur tot het Selor taalexamen. Er is een belangrijke e-mail binnengekomen van de Europese spoorwegmaatschappij (ERA): de bijlage brengt namelijk licht in de zaak van de verplichtingen omtrent de afstand tussen twee opgelichte stroomafnemers op een rijdende trein. Ik lees de tekst aandachtig en krijg direct een “ah ja” gevoel. Soms is de reden achter reglementering belangrijker dan de reglementering zelf

9.30 uur, nog een uur te gaan tot het examen (jaja ik ben het stresskieken aan het uithangen!). Vanmorgen is mij op het perron iets opgevallen. Een trein die aan de maximale snelheid voorbij reed, gaf veel vonken af aan de stroomafnemer. Aangezien de bovenleiding niet bedekt was met een laag ijs en de vonken vrij hevig waren ben ik de trein in kwestie gaan opzoeken in ons camera systeem, hopend op een paar foto’s van de sleepstukken. Spijtig maar er is enkel een Thalys rond dat uur vastgelegd op digitaal papier. Misschien dat de vonken veroorzaakt worden door een soort aquaplanning. Interessante denkpiste om eens te bespreken met de collega’s van het ‘rollend materieel’ bij de NMBS.

10 uur… Wat gaat de tijd toch tegelijk traag en snel. Ik bezoek de website van Selor om te kijken hoe het mondelinge taalexamen in elkaar zit, drink nog snel een koffie om het slaaptekort te camoufleren en bereid mij voor om een half uur later ten strijde te trekken!

Ik kom ruim op tijd toe in de kantoren va Selor: 11 uur. In de wachtzaal blijkt dat ik niet de enige ben met ‘den bibber’. De stress is zo op te snuiven uit de lucht. Heel lang moet ik niet wachten want ik krijg vrij snel een blad papier en een opgave voorgeschoteld. 15 minuten voorbereidingstijd en dan de mondelinge verdediging. Wat een mens allemaal niet moet doorstaan om een premie te krijgen voor tweetaligheid! Het wordt uiteindelijk een gezellige babbel met drie enorm vriendelijke dames.

Ik moest eerst 5 minuten over mijn functie praten. Laat DAT nu juist iets zijn waar ik goed in ben :-). Om mijn talenknobbel te bewijzen (in feite mijn vermomde wiskundeknobbel, hopelijk houdt de vermomming het!) gooi ik er nog een citaat tussen van Jules Verne tussen: “Tout ce qui est impossible, reste à accomplir”. En meteen zie ik ze naar hun pen grijpen en vlijtig noteren. De schrik dat ik iets fout heb gezegd komt op en ik begin onbehulpzaam te stotteren. Dat is dan ook meteen het einde van mijn goede vermomming… Na het ‘interactief gesprek’ keer ik toch met een goed gevoel maar een klein hartje terug naar de werkplek. Het resultaat wordt mij binnenkort via e-mail overgemaakt, iedereen duimen!

De namiddag wordt goed besteed. Ik praat met een paar collega’s over de vonken van deze ochtend en pleeg een paar telefoontjes. Ik heb een samenvatting nodig van de uitgaven per baanvak (per stuk spoor) voor de bovenleiding. Bij de administratieve dienst weten ze me meteen verder te helpen. Aangezien ik dit soort rapporten periodiek ga nodig hebben, gaan ze bekijken hoe ze dat kunnen automatiseren. Mijn bedoeling is om op een kaart van het spoorwegnet in kleur aan te duiden waar veel of weinig geld is uitgegeven in een bepaalde periode. Deze kaarten moeten dienen om investeringen en onderhoud gerichter uit te voeren.

De rest van de namiddag besteed ik aan mijn stagewerk (een soort thesis dat iedere pas aangeworven universitair moet maken): de KPI’s voor het opvolgen van het onderhoud van de bovenleiding en de onderstations. KPI’s… dat is weeral zo’n duur woord, het staat voor Key Performance Indicators. Maar dat leg ik wel eens uit in een andere blog.

Tot morgen, na mijn opleiding ‘hiërarchische lijn’ (dat is zoiets als een vislijn denk ik, maar dat zien we morgen wel!).

Mathias