De meesteres van de mobiele werkplek

“Wie meesteres is van de mobiele werkplaats moet zich kunnen losweken uit de omgeving. Ergo! Sic!”

Wie is de meesteres van de mobiele werkplek? Ik ben de meesteres van de mobiele werkplek! Ik heb in wassalons gezeten, in trappenhallen, in cafés met droge worstjes achter de toog. De vrouw in de auto op de brug in de garage? C'était moi. De vrouw in de Carestel met het zielige broodje en de tweederangs inspiratie? Ik opnieuw. Niets houdt mij in mijn ijver tegen.

Overal heb ik naar wifi staan zwaaien. Op Italiaanse heuvelen. In Zweedse hutjes. In verkavelingswijken waar de man van Belgacom geen tijd had om een paswoord te installeren. Zelfs als ik zonder computer op pad ben, gaat het werken door, met balpennen in schriften, op kladpapier en kasticketjes. 

Onlangs moest ik aan zee zijn. Om onderweg geen tijd te verliezen nam ik de trein naar Oostende. Taak één: een plaats zoeken met een stopcontact. Er zijn niet veel stopcontacten in de trein. Bovendien zitten er naast een stopcontact altijd reizigers die niks aan stopcontacten hebben. Bijvoorbeeld omdat ze in het Kruidvat batterijen kopen voor hun hoorapparaat. Of bijvoorbeeld omdat ze analoog liggen te slapen, met hun wang tegen het venster.

Enfin, na anderhalve coupé had ik een stopcontact gevonden, ging ik aan de arbeid. Het ging hard. Het ging goed. Ik vergat de mensen om me heen en ik werkte door in opperste concentratie. Wie meesteres is van de mobiele werkplaatm oet zich kunnen losweken uit de omgeving. Ergo! Sic!

Tot de mobiele meesteres ineens in de gaten kreeg dat het landschap stilstond. Het uitzicht was niet naar gewoonte. Het leek op een raar station. Ik keek verbaasd om me heen en merkte dat de coupé helemaal leeg was. Ik stond op en schoof de deur van de volgende coupé open, die ook leeg was. Ik duwde op de groene knop van de buitendeuren, maar de trein gaf geen kik. En toen heb ik de stekker er dus uit getrokken, mijn mobiele werkplaats opgerold en mijn boeltje gepakt. Alle wagons heb ik bezocht, op alle groene knoppen heb ik geduwd, zonder resultaat. En toen heb ik gedaan wat ik nooit eerder had gedaan: op de rode knop geduwd. Ik zat begot opgesloten in de trein! Bij het raam stond iemand ongerust te kijken en te roepen, de meesteres van de mobiele werkplaats met haar boekentas.

Gelukkig waren er na een poosje twee spoormannen in het geel. Ze lachten en maakten de deur open. Of ik dan niet had gehoord dat de trein naar Oostende werd opgedeeld. Een deel reed naar Oostende. Een deel reed naar Plopsaland. Ik was in de stelplaats van Gent, een kwartier lopen van het station. En nee, daar kon ik niet te voet naartoe! Levensgevaarlijk over de sporen! De man pakte  zijn walkietalkie: “Mario, hier Joël. We zitten met een verdwaalde reiziger, een madammetje dat in de trein is blijven zitten. Tja. Kan ze met u mee naar het station?”

Even later liep de meesteres van de mobiele werkplek achter twee gele mannetjes over de betonnen dwarsliggers, hooggehakt, efficiënt noch elegant. Dat niemand ooit nog durft te vragen wie de meesteres is van de mobiele werkplek is! Want ik rits zonder pardon uw leren mutsje terug dicht. Klets en gedaan.