De maandag van Frank Warnier, Rode Kruis-hulpverlener aan Libische grens

Frank Warnier leidt het Benelux Relief Emergency Response Team (ERU), dat aan de Libisch-Tunesische grens meewerkt aan de opbouw van een tweede vluchtelingenkamp van het internationale Rode Kruis.

06u15. Ik sta op en ontbijt in het hotel waar we voorlopig logeren. Bij de koffie overloop ik met mijn Nederlandse, Luxemburgse en Franse collega wat er vandaag op het programma staat. Ons team staat in voor de registratie van de vluchtelingen, de huisvesting, de verdeling van warme maaltijden en de noodhulp. Het kamp is nog in opbouw, maar alles moet natuurlijk werken vanaf dag één.

07u30. We rijden van Zarzis anderhalf uur over stoffige wegen naar Soucha, 5 km van de Libische grens. Twee weken terug zat het kamp in Soucha boordevol. Dat was de reden voor het Rode Kruis om een tweede kamp op te bouwen. Vandaag blijven er van de bijna 20.000 vluchtelingen nog 5.000 over, vooral mensen uit Soedan, Bangladesh of Nigeria. Opmerkelijk: Libiërs zijn er niet in het kamp. Zij reizen meteen door naar familie en vrienden in Tunesië. Momenteel zitten we aan ongeveer 1.500 nieuwkomers per dag.

09u00. We komen aan in het basiskamp in Soucha. Mijn kantoor is een tent. Ik werk verder aan een taakoverzicht voor elke sectorverantwoordelijke. Tussendoor bel ik met de hoofdzetel in Mechelen, die de missie van het Benelux-team coördineert. We hebben het over de voortgang van de werken en de financiële situatie. Het cash geld dat we bij ons hebben, dient om wagens te huren, telefoonkaarten en benzine te kopen. Het is zaak om dat goed te beheren.

11u30. Als een van de acht sectorverantwoordelijken neem ik deel aan de coördinatievergadering met het hoofd van de zending. We vergaderen drie keer per week. Dat overleg is geen luxe. Als wij een tent opzetten voor de verdeling van noodgoederen moeten we ook weten waar precies. Zonder afspraken loopt ons werk in het honderd. Om 13 uur lunchen we met het team en de Tunesische vrijwilligers. Daarna hebben we met hen de eerste trainingsessie voor de registratie van de vluchtelingen en verdeling van goederen.

15u00. Ik bezoek het transitkamp in opbouw. Het verandert van dag tot dag. Het Finse Rode kruis heeft het gros van de slaaptenten opgezet, daarbij geholpen door een team uit Iran. De Spanjaarden zorgen voor de waterdistributie en de Denen voor de stroomvoorziening. Het Duitse Rode Kruis zet de tenten voor de medische verzorging. En Italië en Algerije leveren de koks en het voedsel. Om 16.30 uur keren we terug naar ons hotel in Zarzis. Dat ligt een eind verder in Tunesië. Van geweld of oorlog is hier geen spoor.

20u00. Met de reliefcoördinator overloop ik wat er morgen op het programma staat. En met Mechelen overleg ik over de taakoverdracht aan het team dat ons op 15 april zal aflossen.

22u00. Ik doe nog wat privémails en skype met het thuisfront. Het gebeurt wel eens dat we nog een pintje drinken met de collega’s, maar vandaag ga ik meteen naar bed. Ik lees nog wat en knip dan het licht uit.

Tekst: Wouter De Broeck