De maandag van een Belgische ondernemer in het oog van orkaan Irene

Ingrid Heyrman runt samen met Peter Creyf een wafelfabriek in Rutland, in de Amerikaanse staat Vermont. Na de doortocht van Irene is de plek zo goed als afgesneden van de buitenwereld.  De maandag nadien was het schade opmeten en bang afwachten.

7u00. Ik sta op en ga meteen naar de rivier kijken onderaan de heuvel waar ons huis op staat. De heuvel is al aardig gezakt vergeleken met gisteren. Wij wonen in een gebied waar verplichte evacuatie gold toen Irene eraan kwam. Maar omdat wij hogerop wonen, heb ik besloten om te blijven. Er is ons gelukkig niets overkomen. In de nacht van zaterdag op zondag is het heel hard beginnen regenen en dat tot zondagavond negen uur. De windstoten vielen best mee, maar door de overvloedige regen werden de bergriviertjes kolkende stromen die voor enorme overstromingen hebben gezorgd in de dalen.

8u00. Ik rij naar de fabriek in Rutland. Overal hangt de geur van grond. De verwoesting is enorm. Enorme bomen liggen op hopen alsof ze zijn bijeengeveegd. De streek is bekend om zijn houten bruggen van 150 jaar en ouder. Daarvan zijn er gisteren zes gesneuveld.
We zouden vandaag een nieuw deeg uittesten voor onze Luikse wafels. Geen idee of dat lukt. Peter is er ondertussen geraakt. Hij heeft twee dagen zonder stroom gezeten en zich moeten behelpen met generatoren.

9u00. De omvang van de storm begint door te dringen. Delen van de hoofdwegen naar Rutland zijn weggespoeld. Er is geen weg meer, maar ook daaronder is niets meer. Wat overblijft, is een soort reusachtige rivierbedding. Een 40voet-container met 20 ton parelsuiker uit Tienen staat in de haven van Boston op ons te wachten (zucht), ik heb geen idee hoe we die hier krijgen.

10u00. Ik bel en mail rond om de schade op te meten.  Ons bedrijf, The Waffle Cabin, bestaat uit een productie-eenheid en verder een aantal verkooppunten die we in franchising geven. Wij verkopen op negentien locaties in de verschillende skioorden hier in Vermont. Van vijf locaties heb ik geen nieuws. Zelfs al hebben we nog 84 dagen voor de start van het seizoen, dan nog zou het een flinke streep door de rekening zijn, mochten we nu halsoverkop onze verkooppunten weer moeten opbouwen.

12u30. Het blijf moeilijk om in te schatten wat de schade precies is. We nemen de terreinwagen voor een verkenningstochtje in de buurt. Killington, een skioord waar we vier kraampjes uitbaten, blijkt nog altijd onbereikbaar. Er zouden toeristen vastzitten. Via Facebook komen berichten binnen van mensen die zeggen dat ze geen brood meer hebben.

15u00. Het is een prachtige dag vandaag . Misschien maakt dat de aanblik van de verwoesting nog indrukwekkender. Het peil van de rivieren is ondertussen flink gezakt.  Wat overblijft lijkt een reusachtige oever afgezoomd met honderden ontwortelde bomen.

20u00. Tegen het donker rijden we naar huis. Ik probeer op het internet nog informatie te verzamelen over de toestand in de skioorden. Bellen naar de politie haalt weinig uit. Zij geraken er ook niet. En een helikopter huren is geen oplossing, want die zijn allemaal ingezet voor noodsituaties.

22u00. We kijken nog even naar het televisiejournaal in de hoop iets meer te weten te komen. Ik zou graag ter plaatse de schade willen opmeten. En ik zou de suiker graag hier willen krijgen. Maar ik heb me erbij neergelegd dat we moeten afwachten. Je kunt die wegen niet terug toveren.

Tekst: Wouter De Broeck