De maandag van Bernard De Vos, de Franstalige kinderrechtencommissaris

De opvang van asielzoekers was deze week niet uit het nieuws te branden. De Franstalige kinderrechtencommissaris Bernard De Vos nam maandag poolshoogte aan het Noordstation.

6u00. Ik sta op. Mijn chauffeur haalt me op en brengt me naar Namen, waar ik te gast ben bij Radio Nostalgie. Tijd voor een ontbijt heb ik niet, maar ik eet snel iets in de auto. Ik zit in een live uitzending waarin luisteraars uitgenodigd worden om naar aanleiding van Sinterklaas speelgoed te schenken ten voordele van Arc-en-Ciel, een organisatie die zich ontfermt over kansarme kinderen. Ik ben er een uurtje te gast, rond 9 uur keren we terug naar de hoofdstad.

10u00. Ik heb in mijn kantoor een afspraak met Cédric Langer, de nieuwe ombudsman van de Duitstalige gemeenschap. We hebben het over de rechten van het kind en over hoe hij die rechten als ombudsman het best kan verdedigen. Na onze bijeenkomst heb ik rond de middag een gesprek met een journalist van de VRT televisie over de situatie van de asielzoekers en hun kinderen in Brussel. Ik verbaas me enigszins over de aandacht die deze problematiek plots krijgt in de Nederlandstalige pers: het probleem bestaat al langer, maar voorheen was er veel minder aandacht voor. Door de extreme koude maken veel mensen zich zorgen. Ik krijg in de loop van de dag honderden telefoontjes van journalisten.

13u00. Wat klassiek bureauwerk. Ik heb ook enkele interne vergaderingen in mijn kantoor. Tussendoor doe ik een interview met RTBF radio en krijg ik doorlopend vragen van journalisten van de schrijvende pers uit Vlaanderen en Wallonië rond de gebrekkige opvang van asielzoekers en hun kinderen.

17u30. Ik ga naar het Noordstation om de situatie ter plekke te bekijken. Gelukkig werd er vrij snel een oplossing gevonden voor de families die hier de voorbije dagen verbleven. Alles is opgeruimd, maar er zijn toch nog twee Afghaanse families aanwezig. We zorgen ervoor dat ze een onderdak vinden voor de nacht. De nieuw aangekomen asielzoekers kunnen geholpen worden, maar ik hou mijn hart vast voor de asielzoekers die hier al iets langer zijn en die niet door Fedasil konden opgevangen worden door de crisis. Hetzelfde geldt voor de families die niet binnen de normen van Fedasil vallen, zoals de Roma’s en Kosovaarse families. De komende dagen keren we terug naar het Noordstation, omdat het een plek is waar veel mensen naar toe gaan.

18u30. Ik heb bij het Noordstation een interview met een journalist van Het Laatste Nieuws. Ik stuur staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebeleid Philippe Courard een sms in verband met een vergadering die hij morgen heeft met de Brusselse burgemeesters. Ik dring er op aan om de solidariteit ten volle te laten meespelen. Sommige burgemeesters reageren menselijker op het opvangprobleem dan andere.

19u00. Ik keer terug naar huis. Ik bekijk de huistaken van mijn kinderen van 8 en 9 jaar oud en breng ze rond halfnegen naar bed. Ik bekijk de nieuwsberichten op internet. Ik bereid me een klein halfuur voor op de conferentie die ik morgenavond geef in Aarlen over het onderwerp ‘School en armoede’. Ik lees ook nog enkele minder dringende documenten voor het werk.

23u30. Ik ga slapen.