Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

De Indische alliantie tussen onderwijs en bedrijven

Er bestaat niet zoiets als hét succesrecept voor een talentpool, maar het beleid dat de voorbije twee decennia in Hyderabad werd uitgetekend komt aardig in de buurt. De belangrijkste ingrediënten? Massale investeringen in kwalitatief onderwijs en een bijzonder nauwe samenwerking tussen universiteiten en bedrijven.

1 miljoen kandidaat-ingenieurs

Aan kandidaat-studenten heeft het IIIT (International Institute of Information Technology) in Hyderabad geen gebrek. Jaarlijks melden ruim 1 miljoen jonge Indiërs zich in het gehele land aan voor een soort centraal ingangsexamen voor ingenieurs. Enkele honderdduizenden daarvan doorspartelen het examen, maar enkel een beperkt gedeelte krijgt effectief een plaatsje op één van de technische universiteiten of hogescholen. De allerbesten stromen door naar één van de zowat twintig IIIT’s – het neusje van de zalm voor techneuten – die India rijk is. Het IIIT in Hyderabad telt vandaag 1.200 studenten, jaarlijks is er plaats voor enkele honderden eerstejaars. 

Professor Narayanan, hoofd van het O&O-programma van IIIT en verantwoordelijk voor de samenwerking met het bedrijfsleven: “Dit instituut bestaat amper twaalf jaar, maar in die beperkte tijdspanne zijn we er wel in geslaagd een heel sterke reputatie op te bouwen. Al drie jaar lang prijken we in de top-10 van de beste technologiescholen van het land. Dat hebben we voornamelijk te danken aan onze uitgesproken focus op onderzoek en ontwikkeling. De school is niet langer gestructureerd volgens het traditionele universiteitsmodel, in departementen. Wel tellen we 24 O&O-centra, die stuk voor stuk gespecialiseerd zijn in een subdomein op vlak van computerwetenschappen. Al van in het eerste jaar van de opleiding ligt de nadruk volledig op onderzoek en ontwikkeling. Studenten krijgen geen bestaande, commerciële computertalen- en programma’s aangeleerd. In de plaats daarvan spreken we hun analytisch vermogen aan en verwachten we dat ze van bij het begin nieuwe toepassingen onderzoeken en ontwikkelen. Daarin schuilt dan ook het grootste verschil met andere universiteiten, waar toegepaste R&D doorgaans pas op master-niveau start en waar de eerste jaren vooral kennis wordt opgedaan.

Hoe nauw is de samenwerking tussen al die O&O-centra en de topbedrijven die de voorbije jaren massaal zijn neergestreken zin Hyderabad?

Professor Narayanan, hoofd van het O&O-programma van IIIT : “Heel nauw, en de samenwerking reikt veel verder dan enkel maar Hyderabad. Dat gaan dan over bedrijven zoals Yahoo, Amazon, Infosys of Microsoft, en het initiatief ertoe kan zowel van onze O&O-centra als van gespecialiseerde onderzoeksteams binnen de bedrijven komen. Doorgaans financiert het bedrijf die samenwerkingsprojecten, maar soms gaat het ook gewoon over een losse samenwerking tussen onze studenten en individuele onderzoekers.”

Wordt de universiteit zo niet al te afhankelijk van de centen én de commerciële interesses van het bedrijfsleven?

“Nee, omdat het altijd over heel specifieke onderzoeksprojecten binnen heel gespecialiseerde subdomeinen gaat. Echte basisresearch, waarbij er totaal nog geen zicht is op het eventuele marktpotentieel ervan. We trachten er uitdrukkelijk over te waken dat we niet al te afhankelijk worden van deze fondsen en dat de samenwerkingsverbanden met één welbepaald bedrijf binnen een bepaald onderzoeksdomein ook niet te lang lopen.”

Jullie focussen bijzonder zwaar op onderzoek en ontwikkeling, terwijl dat doorgaans een bom geld kost. Hoe zit het dan met de financiering van topuniversiteiten in India?

“Ik begrijp je vraag – ik heb zelf ook jarenlang in de VS gewerkt – maar je kan de situatie op dat vlak in India totaal niet vergelijken met die in Europa. Het budget voor universiteiten en hogescholen is hier op tien jaar tijd zowat verviervoudigd. Wij ontvangen werkingsfondsen van de regionale overheid en voornamelijk van de centrale overheid in Delhi. Daarnaast krijgen we ook aparte overheidssubsidies voor echte onderzoeksprojecten, en daarbij wordt elk voorstel apart beoordeeld op zijn wetenschappelijke waarde. Ik schat dat die subsidies zowat 70 procent van ons globaal onderzoeksbudget uitmaken. We hebben er dus ook alle belang bij om onze onderzoeksprojecten zo hoog mogelijk te profileren.”

Hoe heeft Hyderabad zich op enkele decennia tijd kunnen opwerken tot een van de belangrijkste talentmagneten op deze planeet?

Dat is een lastige (lacht). Er zijn natuurlijk een aantal objectieve criteria: de goede infrastructuur, het relatief gematigde klimaat, het feit dat je hier een goede mix van Indiërs uit het hele land aantreft en dit dus een behoorlijk kosmopolitische stad is. Daarnaast was er een bijzonder visionaire lichting politici medio jaren negentig, die bijzonder zwaar hebben ingezet op goede infrastructuur en op kwalitatief onderwijs. Zij zijn er ook in geslaagd een icoonbedrijf als Microsoft naar hier te lokken. Wanneer een dergelijk bedrijf dan besluit om hier zijn grootste onderzoekscampus buiten de VS op te trekken, dan zorgt zoiets uiteraard voor een kettingreactie.”

Facebook is de nieuwste aanwinst in het rijtje grote namen, de toekomst van deze stad als hét O&O-centrum van India lijkt dus voorlopig wel verzekerd.

“Ja en nee. We moeten er ons voor hoeden om te zelfgenoegzaam te worden en de zaken al te licht op te nemen. Toen de eerste multinationals hier neerstreken, waren zij vooral op zoek naar deftig opgeleide en goedkope werkkrachten die routinejobs konden uitvoeren. Anno 2010 liggen de kaarten heel anders. Met relatief goedkope en middelmatig opgeleide profielen alleen halen we het niet meer. Die vinden multinationals vandaag ook almaar vaker én goedkoper in landen als Vietnam of Thailand. Buitenlandse toppers willen hier nu ook echte topprofielen rekruteren en ze vinden die almaar moeilijker. Te weinig Indiërs zijn vandaag nog bereid om te investeren in een doctoraat of om enkele jaren naar het buitenland te trekken en zich verder te specialiseren. Zonder al die inspanningen kunnen ze zich immers ook al een goed leven veroorloven. De overheid lijkt dat nu ook te beseffen en heeft een aantal maatregelen genomen om studenten aan te moedigen vaker te doctoreren of naar het buitenland te trekken.”

Tekst: Filip Michiels
Verschenen in Vacature Magazine van 25 september 2010.