Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

De Indiase talentschaarste

‘Manager kwaliteitszorg’ prijkt er op zijn visitekaartje. Met een universitair diploma chemie op zak lijkt die baan bij Reynders Label Printing in Bhiwadi, een armoedig gat op twee uur rijden van Delhi, nog relatief laag gegrepen voor Sushil Sharma (28). Een al goed gevuld cv, vlotte looks, gedreven en strak in het pak: in alles lijkt hij de verpersoonlijking van de Indiase hoogopgeleide waarnaar nogal wat buitenlandse multinationals in India naarstig op zoek zijn. Dat zorgvuldig opgepoetste imago krijgt een eerste deuk wanneer Sushil ons, apetrots, voorstelt om nog even bij hem thuis langs te komen. Thuis, dat blijkt anderhalf uur het knettergekke Indiase verkeer trotseren later, in een voorstad van Delhi. In een armoedig kamertje van hooguit 20 vierkante meter, met vuilroze, afgebladderde muren en een raam afgeplakt met krantenpapier om ’s nachts te kunnen slapen. Twee gore, dunne matrassen op de vloer, een gammele kast en een wasdraad met enkele onderbroeken die zich doorheen de kamer slingert, vormen het weinig verheffende decor. Hier woont het Indiase talent van de toekomst, samen met zijn jongere broer voor wie hij het studiegeld betaalt.

“Dit optrekje kost me 7.000 roepies (90 euro, nvdr) per maand”, klinkt het wat beschaamd wanneer hij onze ontstelde blik opvangt. “Gelukkig breng ik hier niet al te veel tijd door: in de week klop ik lange werkdagen in de drukkerij, op zaterdagnamiddag en zondag trek ik naar de universiteit waar ik aan mijn doctoraat werk.”

Topjobs

Sushil wordt op handen gedragen door zijn Vlaamse werkgever, die enkele jaren terug op het platteland rond Delhi een verrassend modern ogende drukkerij uit de grond stampte. Intussen zijn daar al 22 Indiërs aan de slag. Hij verdient er, met een maandloon van zowat 450 euro én een pensioenverzekering, naar Indiase normen ook behoorlijk goed zijn boterham. “Toch is dit niet echt het leven waar ik van droom. Op termijn wil ik absoluut naar het buitenland”, klinkt het enigszins verrassend. Waarmee hij meteen ook komaf maakt met het clichébeeld van de Indiase hoogopgeleide die voortaan liever in eigen land blijft, waar bedrijven tegenwoordig de gekste bedragen neertellen voor hoogopgeleid talent. “Ik kom uit een redelijk welstellende familie, waardoor ik naar de universiteit kon. Mijn ouders betaalden mijn opleiding, maar nu sta ik er volledig alleen voor en heb ik het zelfs bijzonder lastig om de touwtjes aan elkaar te knopen. Voor mijn onderzoekswerk in het labo betaal ik maandelijks minstens 50 euro. Daarnaast moet ik voor mijn doctoraat aan de universiteit jaarlijks ook nog eens 2.000 euro inschrijvingsgeld op tafel leggen. Een harde dobber, maar als ik later in de farmasector aan de slag wil, is dat doctoraat bijna een must. Europa of de VS, het maakt niet uit, maar ik droom van een baan als klinisch onderzoeker bij bedrijven zoals GSK of Pfizer. Natuurlijk zijn al die grote jongens hier in India ook al van de partij, maar het soort banen dat zij hier aan de Indiërs aanbieden, daar bedank ik voor. Papierwerk, opvolging van dossiers, dat is niet wat ik zoek. De echte innovatie, de topjobs, die krijgen wij hier niet, tenzij je flink wat buitenlandse ervaring kan voorleggen. Momenteel moet letterlijk alles wijken voor mijn carrière. Een gezin, dat kan later nog, voorlopig heb ik daar geen tijd voor. Als ik ooit trouw, wil ik ook geen vrouw aan de haard, maar iemand die net zoals ik carrière maakt. En maximaal één kind. Want echt kwalitatief onderwijs is hier peperduur, het kost je duizenden euro’s om je kinderen een mooi toekomstperspectief te bieden.”

Het verhaal en de ambities van Sushil zijn in meerdere opzichten atypisch voor het India van vandaag. Terwijl nogal wat Indiërs uit het buitenland terugkeren om hun ervaring in eigen land te gelde te maken, wil hij net weg uit zijn moederland. Bovendien heeft hij het wel gehad met het traditionele maatschappelijke denken dat in India nog altijd de boventoon voert, en waarbij een vrouw aan de haard én veel kinderen meestal bovenaan het verlanglijstje staan. “Ik heb respect voor onze eeuwenoude cultuur, maar ik wil die tradities niet meer volgen. En ik merk bij mijn vrienden dat almaar meer jonge mensen dezelfde mening toegedaan zijn. Alles staat of valt met goed onderwijs, en dat begint gelukkig bij almaar meer mensen door te dringen.” Karl Vandenbussche, de Vlaamse werkgever van Sushil, kan enkel maar bevestigen. “Een hogere opleiding aan een privéschool van behoorlijk niveau kost al snel 3.000 euro per jaar. En dan nog heb ik het meegemaakt dat iemand met een ingenieursdiploma er zelfs niet in slaagde om twee elektrische draden correct aan te sluiten. Kan je nagaan.”

Schoppen

Connaught Place wordt in reisgidsen wel eens lyrisch omschreven als het kloppende hart van Delhi. In praktijk blijkt het een buitenmaatse rotonde, waar de verkeerschaos en de uitzichtloze armoede je keihard in het gezicht slaat. Het was even voor middernacht toen we er een restaurant buiten wandelden en met eigen ogen konden vaststellen waar het eeuwenoude kastensysteem en de sociale segregatie toe kunnen leiden. Een jochie van hooguit tien, graatmager en met niets anders dan een versleten broek om het lijf, lurkt aan een colaflesje dat hij uit een vuilnisbak vist, wankelt verder en valt vervolgens. Zijn voet vertoont een gapende, zwerend open wonde, en dus schuift hij noodgedwongen op zijn billen verder, richting ingang van de lokale McDonalds. Tot een bewaker hem in de gaten krijgt en hem met enkele welgemikte schoppen op het bovenlijf verjaagt. Passanten en kijken amper op, het leven gaat gewoon door in groeiland India. Het is een huizenhoog cliché, maar meer dan welk ontwikkelingsland ook ter wereld, vreet India je aan. De grauwe ellende op het platteland, de duizenden mensen die de nacht op voetpaden of in de wegberm doorbrengen in de miljoenensteden, de stuitende arrogantie van de superrijken. Meer dan welk land ter wereld illustreert India anno 2011 hoe een ogenschijnlijk economisch succesverhaal tegelijk ook een van de meest dramatische sociale mislukkingen van de voorbije decennia in zich kan meedragen. Want laat ons wel wezen: met India gaat het uitstekend, dank u. Met 90 procent van de Indiërs helaas iets minder, maar laat dat nu net niet uit de statistieken blijken. Vorig jaar kon de tweede economie van Azië groeicijfers van ruim 7 procent voorleggen. Daarvan kunnen we in Europa al jarenlang enkel nog dromen. En het gemiddelde jaarinkomen van Singh met de tulband vaarde daar niet bepaald slecht bij: dat verdubbelde in vijf jaar tijd, van 600 tot 1.017 dollar per jaar. Jaarlijks studeren in het land enkele honderdduizenden ingenieurs af, en lokale it-spelers genre Wipro of Unisys behoren vandaag in hun vak tot de absolute wereldtop. Grote multinationals zoals GSK klagen steen en been dat ze er amper nog geschikte verkopers vinden, en jaarlijks verkast een op vijf van hun werknemers naar de concurrentie omdat ze daar enkele honderden roepies meer kunnen verdienen. Sterker nog: lokale arbeidsmarktspecialisten verwachten dat India volgend jaar zelfs met een tekort van 5 miljoen arbeidskrachten af te rekenen zal hebben.

Het probleem is natuurlijk dat je met statistieken alles kan bewijzen. En dat enkele miljoenen puissant rijke Indiërs en een groeiende maar nog altijd relatief beperkte middenklasse in de steden die statistieken al jarenlang stevig vertekenen.

“De armoede op het platteland blijft gigantisch, waardoor je een almaar groter aanzuigeffect van de steden krijgt. Die binnenlandse arbeidsmigranten zijn zeer laag geschoold, keren regelmatig naar hun geboortestreek terug en trouw aan hun baan of werkgever is quasi onbestaande,” vertelt Kris Van den Briel. Hij is directeur van Securitas Middle East & South Asia en woont met zijn gezin al enkele jaren in Delhi. In India alleen al telt Securitas vandaag zowat 17.000 werknemers, en vorig jaar groeide het bedrijf er met zomaar eventjes 80 procent. En hoewel Securitas grotendeels op lager geschoolde werknemers mikt, loopt ook de rekrutering daarvan niet echt van een leien dakje. “Het grote personeelsverloop maakt investeren in vorming en opleiding bijzonder lastig. Daarnaast blijft het kastensysteem – hoewel officieel verboden – een heel grote impact hebben, ook op de arbeidsmarkt. Iemand met een sociaal heel laag aangeschreven baan, bijvoorbeeld een kok, kan omwille van zijn kaste soms toch veel respect krijgen en invloed hebben. Maar het omgekeerde geldt uiteraard ook. Als buitenlandse werkgever is het niet eenvoudig daarmee om te gaan.”

Perverse neveneffecten

Kris Van den Briel: “De kern van het probleem blijft evenwel het bijzonder lage niveau van het onderwijs en de opleidingen: het ontbreekt al decennialang aan visie en politieke wil om daar iets aan te doen. Als de Indiase overheid zegt dat ze jaarlijks tot een half miljoen ingenieurs opleidt, dan klinkt dat wellicht indrukwekkend maar eigenlijk is het niet meer dan een druppel op een hete plaat. Bovendien is het niveau van die ingenieurs zo laag dat ze haast nooit meteen inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. India geniet vandaag een stevige reputatie inzake goed opgeleide it’ers, maar in tegenstelling tot wat iedereen denkt is die reputatie er niet gekomen dankzij maar ondanks de overheid. Het zijn vooral enkele privébedrijven die met opleidingen gestart zijn en die zo de kiem hebben gelegd voor de it-boom.”

Dat India vandaag met een grote talentschaarste kampt, is dus niet zozeer te danken aan de economische groei maar vooral een gevolg van het zwakke, inefficiënte en doorgaans ook peperdure onderwijs. Het relatief lage aantal zogenaamde hooggeschoolden dat zijn diploma ook daadwerkelijk waard is en mee kan draaien in internationale bedrijven is belachelijk laag, en dat heeft dan weer andere perverse neveneffecten. Kris Van den Briel: “Echt goede managers rapen hier vlotjes 100.000 dollar per jaar. Naar Indiaas niveau zijn dat onwezenlijke bedragen. Ter vergelijking: onze chauffeur, lager middenklasse zeg maar, verdient 220 euro per maand en  die kan daar goed van leven. Het minimumloon hier is 80 euro per maand. Indiërs zijn ook meesters in het zichzelf beter voorstellen dan ze zijn. Het is een flauw grapje: hoe word je hier snel rijk? Je koopt een Indiër voor wat hij waard is, en verkoopt hem vervolgens door voor wat hij denkt waard te zijn. Alles wordt hier ook vervalst, zeker diploma’s, en telkens we iemand van een zeker niveau aanwerven moeten we zijn diploma én cv volledig laten doorlichten. Er bestaan tegenwoordig tal van gespecialiseerde bedrijven die daar goed geld mee verdienen. Op de koop toe verandert de doorsnee Indiër voor enkele euro’s per maand extra van baan. Dat scherpt de concurrentiestrijd voor de echt kwalitatieve mensen natuurlijk nog aan. Sowieso blijft het vinden van echte topkwaliteit, wat bedrijven die internationaal actief zijn natuurlijk eisen, geen sinecure. Het probleem is dat begrippen als ‘consistentie’ of ‘planning’ in India nog moeten worden uitgevonden. De ene dag vind je hier een fantastisch goed product in de winkel, maar de kans dat je ook de volgende dag nog eenzelfde kwaliteit terugvindt, is haast onbestaande. En dat geldt helaas voor zowat alles hier, ook voor de opleidingen. Vroeger waren de mensen hier in eerste instantie goedkoop, en moesten bedrijven de kwaliteitsproblemen er dan maar voor lief bijnemen. Vandaag is die kwaliteit wel wat toegenomen, maar zijn ze ook helemaal niet goedkoop meer. Al geldt die vaststelling eigenlijk enkel voor de it, in zowat alle andere sectoren blijft middelmatigheid de norm.”

Supermacht

Volgens Van den Briel - en dat werd ons achteraf ook door tal van andere buitenlandse waarnemers in Delhi bevestigd - is de sociale kloof in het land er de voorbije jaren enkel maar groter op geworden. “Voor ons is het onbegrijpelijk dat hier nog geen revolutie is uitgebroken. Ze deden het de voorbije maanden wel haast in hun broek, na wat er in de Arabische wereld gebeurde. Al denk ik dat dit grotendeels te maken heeft met de Hindoe-cultuur, waarin de sociale ongelijkheid geïnstitutionaliseerd wordt. Sociale promotie proberen maken heeft geen zin, maar wie tijdens zijn leven goed zijn best doet, zal in een volgend leven wel in een hogere kaste op de wereld komen.  Armen komen dus amper in opstand tegen hun lot of tegen de gigantische sociale ongelijkheid en corruptie. Politici weten dat ook en kunnen rustig hun gang gaan. Indiërs zijn absoluut niet kritisch tegenover hun land, en wie nog maar een lichte vorm van kritiek op het beleid durft te uiten, is haast inciviek. Zelfs hooggeschoolden durven amper een kritische stem te laten horen, en van sociale ongelijkheid liggen ze al helemaal niet wakker. Daar staat natuurlijk tegenover dat pakweg 10 procent van de bevolking intussen wel een degelijk inkomensniveau heeft bereikt, waardoor India een bijzonder interessante markt is voor alle grote bedrijven. Maar toch: Amerikanen of Europeanen die India nu al zien als de volgende supermacht weten echt niet waarover ze het hebben. Nu niet, niet binnen tien jaar en wellicht ook niet binnen vijftig jaar.”

Klinkt weinig hoopvol, maar de cijfers lijken hem gelijk te geven. Officieel leeft 42 procent van de Indiërs onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag. Volgens het ‘Poverty and Human Development Initiative’ (Oxford University) is dat cijfer evenwel zwaar onderschat. De Britse onderzoekers schatten het aantal Indiase armen op 55 procent van de bevolking, goed voor 640 miljoen mensen. Dat is meer dan in geheel Afrika. Ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) liet zich in een recent rapport voor het eerst in jaren kritisch uit over India’s economische groeiverwachtingen. “Sociale vernieuwing is absoluut noodzakelijk wil het land de snelle economische opmars van de voorbije jaren blijven voortzetten,” klonk het. “Amper 1 procent van het bbp gaat naar gezondheidszorg, dat is veel te weinig.” En in de eerste drie maanden van dit jaar viel het totale bedrag aan buitenlandse investeringen met zomaar eventjes 32 procent terug tegenover dezelfde periode vorig jaar, toen er ook al een terugval merkbaar was.

Terug naar het coververhaal 'De Indiase talentschaarste'