De Confederatie Bouw valt uit de lucht: “Dit is nieuw voor ons”

Zwartwerk, sociale fraude, uitbuiting, ja zelfs mensenhandel: ons verhaal hangt een weinig rooskleurig beeld op van de bouwsector in ons land. Hoe reageert de Confederatie Bouw die de sector vertegenwoordigt?

Onlangs pleitte de Confederatie Bouw in een persbericht zelf voor de invoering van een systeem van elektronische registratie om sociale fraude tegen te gaan. U vroeg zelfs om een wetgevend initiatief. Met permissie, maar illegale arbeiders hebben er toch geen enkel belang bij om zich op een werf te registreren?
Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder Confederatie Bouw:
“U zegt dat. Het is de taak van de overheid om te zorgen dat zo’n instrument werkt. Europa heeft de deur geopend, we hebben ons daar destijds fel tegen verzet.”
 
Wat bedoelt u met Europa? Die Brazilianen komen toch gewoon met een toeristenvisum naar ons land?
Robert de Mûelenaere: “Ik doel op de registratie van aannemers, die is afgeschaft omdat Europa het als een belemmering van het vrij verkeer van personen beschouwde. Die registratie was het bewijs dat een bouwbedrijf op een correcte manier haar sociale lasten en btw afdraagt. 

Niets belette zo’n geregistreerd bouwbedrijf toch om met onderaannemers in zee te gaan die niet geregistreerd waren?
Robert de Mûelenaere: “Toch wel. Die registratie had een sluitend karakter. Wat is nu vandaag het probleem? De hoofdaannemer weet niet wie er op zijn werf staat. Omdat hij geen enkel controle-instrument heeft. Ons voorstel van elektronische registratie zou werken met badges op naam, die iedereen op een werf duidelijk en verplicht zou dragen. Al die informatie gaat dan naar centrale aanmeldpunten bij de overheid.”
 
Wordt die hoofdaannemer in uw voorstel dan meteen ook hoofdelijk verantwoordelijk voor al wie op die werf werkt? En moet hij dan de achterstallige lonen, fiscale en sociale lasten bijpassen als er onregelmatigheden worden vastgesteld in de keten van onderaannemers?
Robert de Mûelenaere: “Die hoofdelijke aansprakelijkheid is niet meer nodig als we via ons voorstel van elektronische registratie permanent weten wie er allemaal op een werf aanwezig is.”
 
Maar dat is toch net het probleem vandaag: precies omdat die hoofdaannemer niet hoofdelijk verantwoordelijk is, doet hij alsof zijn neus bloedt. Onze bron bij de sociale inspectie zegt duidelijk: laat ons één partij verantwoordelijk stellen.
Robert de Mûelenaere: “Opnieuw: welk instrument heeft de hoofdaannemer vandaag om te weten wie er op z’n werf staat? Hij heeft een contract met z’n onderaannemer, maar over meer gedetailleerde informatie beschikt hij niet.”

Stel dat er in uw ideale scenario van elektronische registratie op de werven nog altijd illegale werkers gepakt worden: wie is er dan verantwoordelijk?
(De woordvoerder die er een expert zou bijhalen, komt terug).
Robert de Mûelenaere: “Het is essentieel dat we ons gesprek uitbreiden met collega Delporte, die die zaken opvolgt. Maar die heeft vandaag een dagje verlof. Is het mogelijk ons gesprek op een andere dag verder te zetten?”
 
Nogmaals: waarom vragen jullie zelf om een wetgevend initiatief?
Robert de Mûelenaere: “We hebben al heel wat maatregelen getroffen. Sinds 1 januari 2010 moeten bouwbedrijven bijvoorbeeld maandelijkse voorschotten afdragen aan de sociale zekerheid. Vroeger was dat maar om de drie maanden. Dankzij die verandering zijn carrousels van bedrijven die zes maanden in het zwart werken en zich dan laten vereffenen, niet meer mogelijk. Ik verzeker u: het was niet vanzelfsprekend om zoiets te laten aanvaarden door de hele sector. We stellen 3 à 4 procent fraude vast in onze sector. Met andere woorden: we hebben dus aan 96 procent bonafide bedrijven moeten vragen om, in crisistijd, in plaats van elke drie maanden nu maandelijks voorschotten te betalen aan de RSZ.”
 
Laten we er een citaat uit onze reportage bijnemen.
“Laat er geen twijfel over bestaan: alle grote Belgische bedrijven in deze branche, zijn minstens op de hoogte van deze praktijken en werken er vaak ook actief aan mee.” (Bruno Devillé, sociale inspectie) Pure oneerlijke concurrentie t.o.v. de eerlijke bouwbedrijven?
Robert de Mûelenaere: “Dat klopt. Exact de reden waarom we al jaren actie ondernemen tegen zwartwerk. We hameren ook op de responsabilisering van de particulier, de finale klant.”
 
Alleen gaat het hier niet over particulieren. Maar over grote werven zoals de Financie- en de Dexiatoren in Brussel, het Antwerpse Justitiepaleis etc.
Robert de Mûelenaere: “We proberen al jaren misbruiken te counteren. We rekenen erop gevolgd te worden door de overheid met ons systeem van badges en elektronische registratie, verplicht op alle werven.”
 
Volgens de sociale inspectie hebben alle grote spelers in de bouw weet van die Braziliaanse netwerken?
Robert de Mûelenaere: “Dat zegt u.”
 
Neen, dat zegt een sociale inspecteur die geregeld op grote bouwwerven komt.
Robert de Mûelenaere: “Daarom vragen we ook maatregelen om die fraude en oneerlijke concurrentie te stoppen. Inderdaad: hoe groter de fraude, hoe groter de neiging om zelf te gaan frauderen om concurrentieel te blijven.”

In hoeverre was u zelf al op de hoogte van het feit dat er vandaag tienduizenden illegale Brazilianen op Belgische bouwwerven rondlopen?
Robert de Mûelenaere: “Dit is nieuw voor mij! (wordt gecorrigeerd door een inderhaast bijgeroepen medewerker, die vertelt dat hij onlangs op een studiedag rond mensenhandel ook het cijfer van 50.000 Brazilianen hoorde vallen). Maar goed, waar zitten ze dan, al die Brazilianen? Tenzij ze natuurlijk volledig illegaal zijn. In dat geval is de aannemer die dat soort mensen in dienst neemt natuurlijk strafbaar.”
 
Als een hoofdaannemer een offerte onder ogen krijgt van een aannemer, gebaseerd op uurlonen van 6 à 7 euro per uur, moet die toch meteen doorhebben dat zoiets niet aan de officiële lonen kan?  
Robert de Mûelenaere: “Dat is absoluut waar.”
 
Lijkt het u dan aannemelijk dat heel wat grote spelers in de Belgische bouwsector niét op de hoogte zouden zijn, als het om dergelijke aantallen gaat?
Robert de Mûelenaere: “Ik durf dat te betwijfelen, ja. Hoe dan ook zou de invoering van de hoofdelijke aansprakelijkheid dat probleem niet echt oplossen. Bovendien lijken de eventuele negatieve neveneffecten me gewoonweg te groot.”

Op welke neveneffecten doelt u dan?
Robert de Mûelenaere: “De hoofdaannemer moet de sluitende garantie krijgen dat hij zich op een of andere wijze ook echt kan vergewissen van de toestand op zijn werf. Anders loopt hij het risico dat hij aansprakelijk wordt gesteld voor alles wat fout loopt op zijn werf, zonder dat hij daar echt controle over heeft. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Stel dat een onderaannemer bijvoorbeeld failliet gaat, dan zou het toch onaanvaardbaar zijn dat de hoofdaannemer daarvoor automatisch moet opdraaien. Aansprakelijkheid voor lonen en arbeidsvoorwaarden, dat gaat ons echt te ver. Ik geloof niet dat twee lijntjes nieuwe wetgeving dit soort wantoestanden een halt zou kunnen toeroepen.”

Eerst waren er de koppelbazen, vervolgens de illegale Polen, nu de Brazilianen: het houdt nooit op, zo lijkt het wel?
Robert de Mûelenaere: “Het is een continue strijd, en als Confederatie hinken we nu eenmaal altijd een stap achterop. Toch blijven we vastbesloten om de concurrentie in de sector zo eerlijk mogelijk te laten verlopen, en het verhaal dat u ons nu voorlegt kadert daar natuurlijk helemaal niet in. Het gaat om de naam en faam van onze sector! Wij zullen het dossier dat u heeft aangebracht gebruiken om druk te zetten op onze gesprekspartners bij de overheid om zo werk te maken van de nodige controlemechanismen, zoals de elektronische registratie. Verder komt het dossier zeker op de agenda van de Raad van Bestuur van de Confederatie Bouw.

DE VISIE VAN DE ABVV:

Ivan Grootaers, secretaris bouw van ABVV: “Je moet een duidelijk onderscheid maken tussen ketenverantwoordelijkheid en hoofdelijke aansprakelijkheid. Ketenverantwoordelijkheid betekent dat je als hoofdaannemer verantwoordelijk bent voor iedereen die onder je werkt op een bouwwerf. Bij hoofdelijke aansprakelijkheid stopt de responsabilisering bij de eerste onderaannemer, dieper gaat die niet. Wij pleiten voor alle duidelijkheid al lang voor ketenverantwoordelijkheid. De werkgevers willen dat absoluut niet, omdat ze zogezegd onmogelijk kunnen controleren of alle buitenlanders wel met de juiste papieren en volgens de juiste arbeidsvoorschriften aan de slag zijn. Onzin, natuurlijk, want ze kunnen dat perfect aan de belachelijk lage prijzen zien.”

Op 1 april 2011 – geen grap – wordt de verplichte registratie van aannemers in de bouw afgeschaft. Geen goeie zaak, aldus Grootaers. “Een hoofdaannemer moest op voorhand checken of een onderaannemer uitstaande schulden had bij de RSZ of de fiscus. Was een onderaannemer geregistreerd, dan zat je safe als opdrachtgever. Was die niet geregistreerd, dan moest je als hoofdaannemer checken of die aannemer schulden had. Als dat het geval was, moest je een bedrag inhouden op de factuur en dat geld rechtstreeks doorsturen naar de RSZ en de fiscus. Nu verdwijnt dat, gaan hoofdaannemers pas achteraf kijken of een onderaannemer schulden heeft.
Men zal dus achter de feiten aanhollen.” De elektronische registratie die de Confederatie Bouw voorstelt, vindt Grootaers maar een schaamlapje: “Dat werkt misschien voor de Belgen die in het zwart werken, maar zeker niet voor buitenlanders die onder valse papieren op werven werken.

Tekst Nico Schoofs, Filip Michiels

Ga terug naar het coververhaal

Verschenen in Vacature Magazine op 18-12-2010