Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

De Chinese invasie op de Europese arbeidsmarkt

De Spaanse journalist Juan Pablo Cardenal bracht de uitdeinende economische macht van China in ontwikkelingslanden in kaart. Volgens hem grijpen Chinese ondernemers de crisis aan om ook Europa in te lijven. “We ontvangen hen met open armen en beseffen niet dat we zaken doen met communistische hardliners voor wie mensenrechten, milieubescherming en duurzaamheid loze begrippen zijn.”

In oktober 2010 kondigde de Chinese premier Wen Jiabao miljardeninvesteringen aan in de noodlijdende Griekse scheepvaart. Die aankondiging zorgde voor nervositeit: het leek alsof de Chinese overheid de eurocrisis gebruikte om haar economische macht in Europa uit te breiden. In maart van dit jaar kreeg België bezoek van een Chinese delegatie van 63 investeerders, onder leiding van zakenman Feng Jun van het elektrobedrijf Aigo. Samen met Vlaams minister-president Kris Peeters bezocht hij de site van de European Market City aan de A12 in Willebroek, om na te gaan of dat de ideale uitvalsbasis kan worden voor de verspreiding van Chinese producten in Europa. In afwachting van een definitieve keuze opende Aigo een kantoor in Brussel, waarvoor het concern een jaar lang geen huur hoeft te betalen. “Ik vrees dat Belgische politici niet goed beseffen wie ze eigenlijk in huis halen”, zegt Juan Pablo Cardenal.

China’s stille expansie begon in de derde wereld, vertelt hij, met de ene lucratieve deal na de andere. Met Congo, bijvoorbeeld, tekende het land een contract ter waarde van 6 miljard dollar. Koper en kobalt in ruil voor infrastructuur, was het devies. In Lubumbashi ontmoette Cardenal de Chinese manager van dit Congolese mijnproject. “Hij vertelde me zonder verpinken dat hij een politiek mandaat heeft. Zijn mijnbouwbedrijf moet winstgevend zijn, maar het belangrijkste is dat hij het nationaal belang van China helpt veilig te stellen en dat hij kobalt en koper aan zijn land levert. Een westerse onderneming zal zelden of nooit in een land als Congo investeren, omdat het risico te groot is en het de aandeelhouders niets oplevert. De Chinezen trekken zich niets aan van al die economische wetmatigheden. Zolang ze maar de grondstoffen kunnen delven die ze nodig hebben.”

De Chinezen doen daar toch niets verkeerds mee?

Cardenal: “Nee, maar je kunt hen wel kwalijk nemen dat ze zich bij die investeringen niets aantrekken van mensenrechten, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en het milieu. Economische ontwikkeling, ten koste van alles. In landen als Iran of Soedan stellen Chinese ondernemers nooit lastige vragen. Ik begrijp heel goed dat de lokale overheden liever met China in zee gaan dan met Europese rechtsstaten. Ik heb de mijnwerkersstad Chambishi in Zambia bezocht. Die plaats is berucht: regelmatig komen de Afrikaanse mijnwerkers er met geweld in opstand tegen de omstandigheden waarin de Chinezen hen laten werken. Wie als arbeider in een Chinese mijnbouwfirma werkt, verdient 85 euro per maand. Wie in dezelfde stad voor een Indiaas, Canadees of Australisch bedrijf werkt, verdient voor exact dezelfde job 215 euro.”

Veel Europese rechtsstaten ontvangen Chinese ondernemers toch ook met alle egards?

Cardenal: “Dat klopt. Een paar maanden geleden was ik nog in Brussel, om mijn nieuwe boek over China’s economische verovering van het Westen voor te bereiden. De Europese politici die ik er ontmoette, leken geen flauw idee te hebben van wie of wat er werkelijk schuilgaat achter die Chinese expansie. Het grote Chinese technologiebedrijf Huawei, bijvoorbeeld, spreidt momenteel zijn tentakels uit over heel Europa. Er wordt verteld dat het bedrijf in privéhanden is, terwijl het in werkelijkheid innig verstrengeld is met de Chinese overheid. In de Verenigde Staten is er een comité dat buitenlandse investeerders nauwgezet doorlicht, begeleidt en in de gaten houdt. Soms blokkeren ze potentiële investeringen en bij Huawei hebben ze dat al een paar keer gedaan. In Europa bestaat er geen dergelijke waakhond. Ik leef en werk nu negen jaar in China, waardoor ik goed weet hoe er aan politiek gedaan wordt. Ik maak me veel zorgen over de selectieve blindheid van Europese overheden. Westerse politici maken zichzelf graag wijs dat China langzaam evolueert in de richting van een open samenleving. Maar tot op de dag van vandaag is er niets veranderd, omdat de Chinese overheid niet bereid is haar machtsmonopolie af te staan. Het duidelijkste bewijs dat de Chinese Communistische Partij (CCP) een broertje dood heeft aan democratie, leverde ze tijdens de Arabische lente, met een plotse campagne tegen binnenlandse dissidenten. De grootste sinds Tiananmen in 1989. En in maart van dit jaar keurde het nationaal parlement een wet goed die de politie toestemming geeft om mensen, zonder zonder enige vorm van proces, zes maanden in geheime gevangenissen op te sluiten.”

Als onze politici met Chinese investeerders praten, moeten ze dus in het achterhoofd houden dat ze eigenlijk aan het onderhandelen zijn met hardliners uit de communistische partij?

Cardenal: “Zeker. De Chinese verovering van de wereld zal niet verlopen zoals die van de Amerikaanse multinationals in de jaren 60 en 70. Je kunt veel zeggen over de werking van die multinationals, maar je kunt niet stellen dat ze geen rekening hielden met de wetten van het land waar ze neerstreken. Achter elke Chinese investeerder gaat de CCP schuil, en dus worden onze economieën de facto overgenomen door communistische hardliners. Andersglobalistische actievoerders die hun pijlen richten op multinationals, zouden misschien beter de Chinese investeerders in het vizier nemen.”

Wie is Juan Pablo Cardenal?
Juan Pablo Cardenal is een Spaanse journalist die sinds 2003 in China woont en werkt, als correspondent voor de Spaanse kranten ‘El Mundo’ en ‘El Economista’. Samen met freelancejournalist Heriberto Araúgo reisde hij naar 25 landen, verspreid over Azië, Latijns-Amerika en Afrika, om de ongebreidelde groei van China in de derde wereld in kaart te brengen. Cardenal en Araúgo schreven hun bevindingen neer in het uitstekend gedocumenteerde boek ‘China’s stille expansie’. “Tussen begin 2005 en eind 2011 investeerden Chinese bedrijven wereldwijd 443 miljard euro. Bijna 70 procent daarvan werd uitgegeven in ontwikkelingslanden. Dat was de eerste fase van China’s economische expansie. De tweede fase is nu begonnen met de ‘verovering’ van het Westen. We wisten dat die veroveringstocht ooit zou komen, maar we hadden nooit gedacht dat het zo snel zou gaan. De crisis heeft alles in een stroomversnelling gebracht.”

Juan Pablo Cardenal & Heriberto Araújo, China’s stille expansie, Het Spectrum, 376 blz., 24,99 euro

Tekst Jan Stevens