De Belgo-Braziliaanse bouwmaffia, deel 2

Wat voorafging:

Ze zijn met vele tienduizenden, de illegale Braziliaanse bouwvakkers op onze werven. ‘De nieuwe Polen’, worden ze genoemd. De trieste gezichten van een schimmige business geschraagd op de uitbuiting van spotgoedkope arbeidskrachten, op het gebruik van valse identiteiten en valse facturen, wazige ketens van onderaanneming, en bergen sociale en fiscale fraude.
Vorige week, in deel één, legden we de criminele migratie-industrie bloot achter deze netwerken en de vuile rol van Belgische bouwbedrijven én boekhouders. Deze week onderzoeken onze journalisten waarom duizenden Brazilianen jaarlijks naar ons land blijven afzakken en hoe ze hier geraken. En we confronteren Confederatie Bouw met onze bevindingen.

Hoe valse reisbureaus munt slaan uit handel in bouwvakkers

De Braziliaanse stad Goiania, op drie uur rijden van de hoofdstad Brasilia, ontpopt zich al enkele jaren tot hofleverancier van de bouwsector in ons land. Jaarlijks lokken lokale mensenhandelaars én Belgische of Portugese onderaannemers duizenden spotgoedkope werkkrachten uit de regio naar Brussel.

Het minste wat je van de ruim 150 reisbureaus in Goiania - een verrassend welvarend ogende stad met zowat 1 miljoen inwoners - kan zeggen, is dat ze uitermate flexibel en klantgericht zijn. Geen nichemarkt is hen te veel: travestieten voor Frankrijk, hoeren voor de Spaanse en Italiaanse meerwaardezoeker, bouwvakkers om in België aan de slag te gaan. Echt veeleisende klanten kunnen bij een handvol agentschappen zelfs terecht voor een cruise in de Caraïben of een culturele rondreis door Europa. 
In de Rua 7, een heel alledaagse ogende straat hartje Goiania, prijst een van de vele agentschappen zijn diensten aan onder de slogan ‘Sonhe com o Mundo’, droom van de wereld. Veel idyllischer kan het moeilijk. Om even uit te testen hoe die wereld er dan wel uit ziet, sturen we onze vrouwelijke Braziliaanse tolk op pad, verborgen opnameapparatuur in de handtas. Het verhaal dat ze opdist over een werkloze echtgenoot die op aanraden van een verre neef graag in Brussel aan de slag wil, gaat er in als zoete koek. Nauwelijks tien minuten later staat ze opnieuw op de stoep, gewapend met een mooi gedetailleerd prijslijstje. Net geen 1.300 euro voor een retourticket tot Parijs, waar de Thalys richting Brussel wacht. Dat de fictieve echtgenoot niet meteen plannen koestert om na twee weken Brussel al naar de heimat terug te vliegen, speelt geen rol: wil je de migratiecontrole in Brussel of Parijs ongehinderd doorkomen als zogenaamde toerist, dan kan je maar beter ook een retourtje richting Brazilië voorleggen. Voor een reisverzekering zal onze man 60 euro extra moeten ophoesten. Een eerste nachtje op hotel bij aankomst in Brussel komt op 120 euro. Niet goedkoop, maar de uitbaatster van het reisbureau garandeert onze tolk dat het desbetreffende Brusselse hotel welwillend genoeg is om meteen voor een volledige week te reserveren. Altijd handig om de immigratiediensten op het verkeerde been te zetten, mochten die even bellen om de status van de Braziliaanse toerist te checken. Ook een soort fake kredietkaart, die de houder een al even fake kredietwaardigheid bezorgt, maakt deel uit van het pakketje. Prijskaartje 170 euro. Zelf 1.000 euro cash ophoesten kan natuurlijk ook, maar de reisbureaus weten uiteraard maar al te goed dat hun kandidaat-toeristen doorgaans maar over een bijzonder mager spaarvarken beschikken.

Telefoontaps

Tot daar het puur financiële luik, maar de service van ons reisbureau reikt nog een heel eind verder. Net voor vertrek mag de man van onze tolk ook nog even binnenwippen voor wat praktische raadgevingen: welk verhaal hang je best op bij de immigratiecontrole in Parijs of Brussel? Welke kledij trek je aan als toerist? Wat stop je zoal in je koffers? En als toetje zal hij ook nog een plannetje van de luchthaven in Parijs, een overzicht van de voornaamste toeristische trekpleisters in Brussel én een telefoonnummer van een contact toegestopt krijgen om hem in Brussel aan een job te helpen. Het gehele pakket kan afbetaald worden in vijf of tien termijnen, afhankelijk van de financiële draagkracht van de klant. En voor het gemak zal het reisbureau dat soort financiële beslommeringen wel rechtstreeks met de toekomstige werkgever in Brussel regelen. Handig toch?

Het wedervaren van onze tolk is geen alleenstaand geval, het is dagdagelijkse praktijk én booming business in Goiania en omstreken.
“Deze stad telt zowat 150 zogenaamde reisbureaus”, vertelt Luciano Dornelas, die zich als officier bij de federale politie in Goiania al vier jaar lang bezighoudt met mensenhandel. “Je kan er gif op innemen dat minstens 90 procent daarvan zich bijna uitsluitend bezighoudt met het vervoeren en vaak ook smokkelen van mensen naar Europa. Illegale migratie naar Europa is op zich niet strafbaar in Brazilië, in die zin dat er geen specifieke wetgeving rond bestaat. Het is pas doordat we de voorbije jaren almaar meer telefoontaps zijn gaan uitvoeren bij tientallen reisbureaus hier in de stad, dat onze ogen stilaan zijn opengegaan. We kregen almaar meer klachten van mensen die uit Europa teruggekeerd waren en die zich bedrogen voelden omwille van de aard van het werk, de werkomstandigheden of het loon. Ik heb hier mensen over de vloer gekregen die naar Brussel vertrokken waren in de volle overtuiging dat ze daar 400 dollar per dag zouden verdienen. In realiteit bleek dat dan hoogstens 60 of 70 dollar per dag. Naïef? Ongetwijfeld, maar vergeet niet dat het quasi altijd over arme en bijzonder laaggeschoolde mensen gaat, die meestal zelfs nog nooit een vliegtuig van dichtbij hebben gezien.”

Afpersing via woekerprijzen

Het politieonderzoek toonde aan dat er vaak een directe link was tussen een aantal lokale reisbureaus enerzijds en malafide werfleiders of aannemers in Brussel anderzijds. Sommige van die reisbureaus hadden zich vooral toegelegd op vrouwenhandel, anderen waren dan weer gespecialiseerd in arbeidsmigratie. “In bijna alle gevallen is er sprake van economische uitbuiting zodra die arbeiders in België aan de slag gaan”, stelt Dornelas. “Daarnaast draaien de meeste ‘reisbureaus’ er hun hand niet voor om allerlei papieren en documenten te vervalsen en persen ze de arbeidsmigranten af met ware woekerprijzen. Sommigen rekenen hun klanten een extra forfait van 500 dollar aan omdat ze zogezegd al een baantje geregeld hebben in Brussel. Bij aankomst in België blijkt daar dan vaak niets van aan. Al die activiteiten zijn uiteraard wél strafbaar, maar het probleem is dat we enkel kunnen werken op basis van concrete klachten en dat het vaak jarenlang duurt om voldoende bewijslast te verzamelen in dat soort dossiers. De kroongetuigen, zij die van de diensten van de reisbureaus gebruik maken, hebben schrik of hebben er alle belang bij om de lippen stijf op elkaar te houden. Eens in Europa maken ze zich zelf immers ook vaak schuldig aan illegale praktijken. Sommigen beseffen ook amper dat ze uitgebuit of misleid werden. Sinds vorig jaar proberen we daarom ook bewijzen te verzamelen tegen handlangers in Brussel die mensen uit de streek hier trachten te overhalen om te vertrekken. Problematisch daarbij is dat de Belgische politie hier in Brasilia niet over een verbindingsofficier beschikt (de Belgische verbindingsofficier voor Latijns-Amerika zit in het Venezolaanse Caracas, nvdr). Dat manco maakt dit soort internationaal onderzoekswerk bijzonder lastig en tijdrovend, en het verklaart ook waarom mensenhandelaars en malafide reisbureaus enthousiast in dat gat gedoken zijn en Brussel nog altijd een favoriete Europese bestemming blijft.”

Hoe de Braziliaanse overheid bouwvakkers probeert tegen te houden

Een grootschalige informatie- en preventiecampagne raadt Brazilianen af om naar ons land af te zakken. Maar die brengt voorlopig niet veel zoden aan de dijk.

Een eenvoudig toeristenvisum: meer heeft een Braziliaan niet nodig om legaal ons land binnen te komen en daar ook drie maanden te blijven. De verkoop van vliegtickets aan kandidaat-migranten is dus niet illegaal. Een ander verhaal wordt het uiteraard wanneer reisbureaus of tussenpersonen de arbeidsmigranten misleiden over het doel van hun reis of over de loon- of werkomstandigheden in België, hen valse papieren bezorgen om vlotter voorbij de grenscontrole te komen of hen woekertarieven gaan aanrekenen voor ‘extra diensten’. Zodra ze in ons land aan het werk gaan met dat toeristenvisum belanden ze automatisch ook in de illegaliteit. Nu er in Goiania zelf almaar meer verhalen opduiken over bouwvakkers die ontgoocheld of totaal berooid uit het beloofde land terugkeren, lijkt de business stilaan meer te verschuiven naar de dorpen op het platteland in de wijde regio. Vanuit de vaststelling hebben de Braziliaanse politie, overheid en een aantal ngo’s vorig jaar de handen in elkaar geslagen om een grootschalige preventiecampagne op te starten. Op korte termijn zullen ook de Belgische dienst Vreemdelingenzaken, de sociale inspectie en IOM die campagne mee ondersteunen.

Vogels voor de kat in Brussel

Saulo de Castro, procureur in Goiania en bezieler van het initiatief: “De Nucleo de Enfrentamento ao Trafico de Pessoas em Goias bestaat vandaag al uit 47 verschillende organisaties en ngo’s. Maandelijks zetten we informatie- en preventievergaderingen op in de hele deelstaat, en dat blijkt vandaag meer dan ooit noodzakelijk. De kandidaat-migranten zijn vaak van heel eenvoudige komaf, soms zelfs totaal ongeletterd, en dus bijzonder vatbaar voor de mooie verhalen waarmee ze naar België worden gelokt.”
Dat net die mensen, eens in België, nog veel kwetsbaarder worden en niet zelden een vogel voor de kat zijn, daar hoeft geen tekening bij. “We zien de voorbije jaren een criminalisering van het Braziliaanse milieu in ons land”, klinkt het zowel bij de politie als bij de sociale inspectie in Brussel. “De scheidingslijn tussen sociale fraude en zwartwerk enerzijds en diefstal, het witwassen van zwarte inkomsten of het aanzetten tot prostitutie en mensenhandel is immers bijzonder dun.”

Saulo De Castro: “We weten intussen uit getuigenissen hoe gewiekst sommige werfleiders – net zo goed Brazilianen, als Portugezen of Belgen – het spel spelen. Illegale werkkrachten zijn niet enkel een snelle bron van inkomsten, ze vormen vaak ook een speelbal in hun handen voor allerlei andere activiteiten. Daarom ook is dit dossier voor ons tot een topprioriteit uitgegroeid. We hebben bij de lokale universiteit zelfs een studie besteld om uit te zoeken waarom er vandaag nog altijd zoveel mensen uit deze streek willen vertrekken. Economisch gaat het ons de voorbije jaren behoorlijk voor de wind, maar toch blijven vooral de laaggeschoolden massaal vertrekken.”

Prostitutienetwerken

Migratie en zelfs mensenhandel zijn in deze streek van Brazilië nochtans geen nieuw fenomenen. Saulo De Castro: “We zijn er al te lang van uitgegaan dat het daarbij quasi uitsluitend om vrouwen ging, die door prostitutienetwerken naar Spanje of Italië gesmokkeld werden. Het onderzoek naar die netwerken heeft ons ook min of meer op het spoor gezet van de reisbureaus die in de arbeidsmigratie richting Europa een nieuw gat in de markt hadden gezien. Hun ‘dienstverlening’ gaat daarbij soms bijzonder ver: Brazilianen worden plots Portugezen – op basis van vervalste identiteitspapieren – en we hebben ook weet van gevallen waarbij reisbureaus bankuittreksels vervalsten, of documenten die moesten aantonen dat de migrant in kwestie hier over een eigen huis beschikte. Aan alles hangt een prijskaartje, en doorgaans maken de reisbureaus daarover ook rechtstreeks afspraken met de toekomstige werkgevers in Brussel, die dan achteraf een deel van het loon inhouden. De arbeiders zelf hebben helemaal niets in de pap te brokken.”
Paulo de Almeida, hoofd van de Nationale Immigratieraad in de hoofdstad Brasilia, onderstreept dat de strijd tegen dit soort praktijken op meerdere fronten moet gevoerd worden. “We kunnen zonder meer spreken van een ware industrie van mensen die zich schaamteloos verrijken op de kap van sukkelaars die in Europa op zoek gaan naar een beter leven. Alleen is migratie op zich, om welke reden dan ook, uiteraard niet illegaal. Bovendien bestaat hier ook geen specifieke wetgeving die de rekrutering van arbeidskrachten voor het buitenland regelt. Dat alles maakt het bijzonder lastig om de reisbureaus en tussenpersonen hier, die haast allemaal in een schemerzone actief zijn, aan te pakken. In sommige gevallen gaat het om onvervalste mensenhandel, in andere gevallen bedriegen ze kandidaat-arbeidsmigranten of stellen ze hen moedwillig bloot aan uitbuiting in Europa, maar altijd is het bijzonder lastig om sluitende bewijslast te vinden.” 

Toen procureur De Castro alle reisbureaus in Goiania vorig jaar een eerste keer uitnodigde op een vergadering kwam er letterlijk niemand opdagen. “We hebben toen enige druk uitgeoefend, en op een tweede vergadering bleek heel duidelijk dat de echte reisbureaus bijzonder goed wisten welke de echte rotte appels waren. Allleen, niemand durfde vrijuit te spreken. Stilaan komt er nu wel een soort van dialoog op gang, maar het wantrouwen tegenover de politie blijft groot. Toch hebben we de voorbije maanden al enkele arrestaties verricht, maar voorlopig blijft ons werk hier een druppel op een hete plaat.”

GETUIGENIS
Leandro Da Silva (25), terug in Brazilië na 7 helse jaren in Brussel

“Ik keerde berooid terug naar Brazilië”

Amper 18 was hij, toen begin 2003 zijn telefoon rinkelde. Zijn neef aan de lijn, die zes maanden eerder vanuit Goiania naar Brussel was verkast. Of hij geen zin had om ook af te komen, want zijn Portugese baas had zoveel werk dat hij gewoonweg niet voldoende werkvolk vond. “In eerste instantie heb ik nee gezegd, maar enkele maanden later rinkelde de telefoon opnieuw. Toen heb ik wel  me laten overhalen.”
Leandro had nog nooit een vliegtuig van dichtbij gezien, maar dat mocht geen bezwaar heten: de reisroute werd hem minutieus uitgelegd en de Portugese baas in kwestie was zo vriendelijk om meteen ook het geld voor de reis door te storten op de rekening van een reisbureau in Goiania.

Leandro: “Het reisbureau stelde me ook een soort gids voor die me in Parijs van de luchthaven Charles De Gaulle naar het station zou begeleiden, om daar de Thalys richting Brussel te nemen. Ik had geen centen om die gids te betalen, en mijn toekomstige baas in Brussel wilde dat geld niet meer voorschieten. Hij stuurde me net voor vertrek wel nog 1.000 dollar op, om vlotter voorbij de migratiediensten in Parijs te komen. Mijn neef in Brussel moest zich borg stellen voor dat geld. Daarnaast drukten ze me in het reisbureau ook op het hart me in alle omstandigheden als toerist voor te doen, en zeker geen al te grote reistas mee te sleuren. Dat zou immers alleen maar argwaan wekken.”
Eens in Parijs, verliep alles naar wens, al verzeilde Leandro eerst wel op een verkeerde trein. “Ik kwam in Rijsel aan, maar daar heeft een vrouw me gelukkig geholpen om terug naar Parijs te sporen (lacht).”
In Brussel kreeg Leandro meteen een stekje op een appartement in Sint-Gillis, samen met een viertal andere Brazilianen. “Mijn eerste opdracht lag in Nederland, waar ik enkele weken gewerkt heb samen met vijftien landgenoten. De baas betaalde het verblijf in hotel Campanile en ons eten. Daar in Amstelveen heb ik de stiel geleerd. Veel contact met mijn Portugese baas had ik niet. Toen ik hem voor het eerst ontmoette, heeft hij om onduidelijke redenen een kopie gemaakt van mijn paspoort, waarna ik aan de slag kon. Na twee weken ontving ik mijn eerste loon: 60 euro. Achteraf hoorde ik dat ik recht had op 6 euro per uur, maar dat hij me de eerste maanden systematisch minder zou uitbetalen om het geld te recupereren dat hij me voorgeschoten had. Ik had geen enkele vorm van controle daarop, hij had immers alles rechtstreeks geregeld met het reisbureau. Ik kon ook nergens heen, zonder papieren, wat moest ik doen? We werkten gemiddeld zowat 55 uren per week, maar als een klus dringend af moest, zwoegden we soms 24 uren aan een stuk.”

Fortis

Een klein jaar later, stapte Leandro zelf op bij zijn toenmalige baas. “Hij was me al ruim 5.300 euro schuldig, maar kon zogezegd niet betalen. Drie dagen nadat ik vertrokken was, is de politie binnengevallen en werden alle illegale Brazilianen opgepakt en gerepatrieerd.”
De volgende jaren volgden Turkse, Marokkaanse en Belgische bazen elkaar in sneltempo op. Ook over de variatie in het werk zelf mocht Leandro niet mopperen: van het het Basilix-shoppingcentrum in Koekelberg over de Dexia-toren in Brussel tot gebouwen van de politie in Antwerpen en Rotterdam en de Fortis-hoofdzetel in Brussel. “Dat gebouw ken ik echt als mijn broekzak. Intussen was ook mijn vriendin uit Brazilië overgekomen, en sommige maanden verdiende ik echt goed, tot 2.300 euro per maand. Zolang we op onze werven op schema bleven, was er doorgaans ook geen vuiltje aan de lucht. Waren we niet tijdig klaar, dan begon de miserie: geen loon meer, en vaak moesten we dan ook ons eigen materiaal nog betalen. Een tijdlang werkte ik voor ook een Portugese baas die ons verzekerde dat hij een bedrijf had opgericht in Portugal. Hij maakte ons wijs dat we met alles in orde waren, en dat hij gewoon belastingen betaalde in Portugal. We kregen zelfs een SIS-kaart – die we wel niet mochten gebruiken – en moesten maandelijks ook 180 euro ophoesten om met de sociale zekerheid in orde te zijn. Pas achteraf heeft iemand van de federale politie me verteld dat ook dit één grote oplichterij was.”

In 2008 liep de zaken grondig fout. “Bij het voorlaatste bedrijf waarvoor ik werkte, had ik zelf ook een aantal machines en werkmateriaal gekocht, voor een bedrag van 7.000 euro. Alles zat opgeborgen in de bestelwagen van het bedrijf, waarmee we naar een aantal werven in Frankrijk reden. Op een goede dag was de bestelwagen weg, met al het materiaal erin. Tegelijk kregen we van onze baas te horen dat hij ons niet meer kon betalen. Daarop ben ik finaal naar de politie in Anderlecht gestapt, waar ze me doorverwezen naar het ministerie van Werk. Ik heb toen besloten volledig open kaart te spelen en samen te werken met de politie. Op hun aanraden heb ik ook een proces aangespannen tegen mijn vroegere werkgever.”

1 maand opsluiting in gesloten centrum

Het gevolg laat zich uiteraard raden: het verhaal deed snel de ronde in het Braziliaanse milieu en Leonardo kon het voortaan wel schudden in de bouw. “Ik heb toen negen maanden thuisgezeten, maar we konden overleven dankzij het inkomen van mijn vrouw, die als huishoudhulp werkte. Toen zij zwanger werd, kon ik uiteindelijk een baantje op de kop tikken in een meubelwinkel in Brussel. Een goede job, maar toen sloeg het noodlot een tweede maal toe. Mijn zoon was net geboren toen we om vijf uur ’s ochtends door de politie uit bed werden gelicht. Zij hadden een uitwijzingsbevel op zak. Ik heb toen meteen mijn contacten bij de politie ingelicht, en zij hebben geprobeerd om tussen te komen bij de bevoegde minister. Tevergeefs, en na een maand opsluiting in een gesloten centrum hen ik voor mezelf uitgemaakt dat het genoeg was geweest. Ik heb mijn meubels verkocht en ben gaan aankloppen bij IOM (Internationale Organisatie voor Migratie, nvdr). Zij hebben uiteindelijk onze retourtickets betaald. Uiteindelijk ben ik hier in Goiania teruggekeerd met nog minder centen dan ik er zeven jaar geleden vertrokken ben. Elke dag hoor ik hier nog verhalen over mensen die van plan zijn te vertrekken, maar ik probeer hen zelfs niet meer te overtuigen. Ze geloven me toch niet. Ze koesteren hun droom, en zijn tot alles bereid om die te realiseren.”

Tekst Filip Michiels, Goiania, Brazilië – Nico Schoofs
Foto Tim Dirven

Dit artikel werd gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos.

LEES HIER OOK DEEL 1

Ga terug naar het coververhaal

Verschenen in Vacature Magazine op 18/11/2010