Dankzij pillen komen we de dag door

Onze lat voor (werk)geluk ligt vandaag heel hoog, de lat om antidepressiva te nemen heel laag. Dat wist Aldous Huxley al, auteur van de profetische bestseller Brave New World. Op een dinerlezing in 1959 zei hij tegen de fine fleur van het psychofarmacologisch onderzoek: “U werkt aan een wereld waarin mensen geen enkele behoefte meer hebben aan verzet tegen wat dan ook.” Vervolgens schetste hij een ‘pijnloos concentratiekamp van hele maatschappijen’ als gevolg van de chemicaliën die iedereen altijd gelukkig zouden maken. Trudy Dehue, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en schrijfster van de bestseller ‘De depressie-epidemie’, merkt in haar boek uit 2008 fijntjes op dat die ene voorspelling alvast niet uitkwam, al was het maar omdat antidepressiva een halve eeuw later nog altijd niet naar wens werken.

Ceci n’est pas une depression

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zal depressie in het jaar 2020 de ziekte zijn die het meest voorkomt in de geïndustrialiseerde wereld. Eén Belgisch RIZIV-cijfer: in 2009 slikten ruim 1 miljoen Belgen antidepressiva, of minstens een op de tien Belgen. Depressie is ook een hit op internet. Op het web wemelt het van de 'depressie-zelftesten'. Enkele minder goedgemutste antwoorden – wij namen de proef op de som -  en je krijgt meteen het advies om een deskundige in te schakelen. Paul Verhaeghe, wetenschapper, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Gent en psychotherapeut in zijn avondpraktijk, ontleedt al jaren de menselijke geest, op en naast de sofa. Hij – en ook bijna alle huisartsen en psychiaters die ik sprak – zien het laatste decennium een spiraal van toenemende psychische stoornissen en depressieve klachten. Maar Paul Verhaeghe gelooft niet dat alle pillenslikkers een depressie hebben, laat staan een zware depressie. “Depressie is een breed vangnet geworden, waar heel veel onlustgevoelens, van vaag tot ingrijpend, onder gelabeld worden. Iemand die zich slecht in zijn vel voelt of op een burnout afstevent, zal zeker een aantal depressieve klachten hebben, alleen is dat vandaag al voldoende om automatisch medicijnen voor te schrijven. Als een jonge dertiger in een huwelijkscrisis uit de dokterspraktijk komt met een voorschrift voor antidepressiva, dan zeg ik: help! Tijdens de examenperiode krijg ik zelfs briefjes van studenten die niet kunnen komen wegens een…depressie. Laat ons wel wezen: een zware, klinische depressie komt niet zo vaak voor. Dan ben je totaal machteloos, geraak je niet meer uit je stoel, werken is helemaal uit den boze. Vaak heeft zo’n klinische depressie een dieper liggende oorzaak of trauma, gecombineerd met actuele omstandigheden zoals een relatiebreuk, verlies van een dierbaar iemand of heel zware problemen op het werk.”

“Ik word vaak voorgesteld als iemand die tegen pillen is, maar dat is niet correct, ik ben tegen het onverstandig gebruik van pillen. Antipsychotica of neuroleptica bijvoorbeeld zijn heel efficiënt bij acute schizofrenie.

Maar de werkzaamheid van antidepressiva is meestal gering. Bij sommige patiënten werken ze, bij anderen totaal niet. Plus: je moet ze lang nemen (minstens drie weken opbouwen voor eerste effect en liefst zes maanden slikken, nvdr) en ze hebben een waslijst aan vervelende nevenwerkingen. Sowieso werken ze enkel symptomatisch, en pakken ze nooit de dieperliggende oorzaak aan.”

Wel verantwoordelijkheid, geen macht voor werknemer

De sleutelvraag is: hoe komt het dat zoveel mensen anno 2012 aan de antidepressiva zitten? Praat de farma-industrie ons stoornissen aan uit winstbejag? Of heeft onze verzorgingsstaat, met zijn leger van hulpverleners, ons kleinzeriger gemaakt? Volgens Staf Henderickx, huisarts bij de Geneeskunde voor het Volk en auteur van het boek ‘Dokter, ik ben op’, speelt de manier waarop we ons werk vandaag beleven, een cruciale rol. “Veel werknemers verkeren vandaag – mede door de opeenvolgende crisissen - in acute onzekerheid. Vroeger was het simpel: je had een job voor het leven, maar dat tijdperk is definitief voorbij.” Volgens Paul Verhaeghe puurden veel mensen daar ook een groot deel van hun identiteit uit. “In ons dorp had je de mannen van Volvo en Sidmar. Stabiliteit halen we klassiek uit ons gezin en werk. Beide pilaren waren vroeger heel stabiel – soms zo stabiel dat het een gevangenis werd – maar nu zijn ze zo onstabiel dat velen sociaal angstig worden.  Er is een fundamentele onzekerheid binnengeslopen.”

Vandaag doen we vlijtig aan jobhoppen en flexibel werken, maar daar zit de angel niet. Paul Verhaeghe: “Veel mensen hebben nog heel weinig greep op hun werk. Indien je het werk zo organiseert dat mensen het gevoel hebben dat ze echt deel uitmaken van de organisatie én autonomie hebben in hun job, dan kloppen ze zonder problemen 50 uur per week. Zodra je mensen die autonomie afneemt en hen puur op te halen cijfertjes beoordeelt, en dus een cultuur creëert waarbij iedereen elkaars concurrent wordt, dan ontwikkelen mensen sociale angsten, gaan ze vereenzamen en is 35 uur per week al te veel. Die werknemers durven met hun problemen nauwelijks naar buiten komen, want dan tonen ze zich zwak. Ze hebben er alle belang bij om een soort objectieve verontschuldiging te vinden in een of ander ziektelabel dat hen vrijpleit. Psychotherapie is bijna een schuldbekentenis: ‘Ik ben zwak’, terwijl pillen nemen eerder een verontschulding is: ‘Ik ben ziek, er scheelt iets in mijn hersenen’, waarbij  mensen naar de neurobiologische verklaring voor depressies grijpen.”

Werkgevers torsen volgens Verhaeghe een grote verantwoordelijkheid. “Ze kunnen veel van die angst wegnemen. Geef uw werknemers autonomie en beslissingsrecht en reken hen daar op af. In vele bedrijven krijgen werknemers wel verantwoordelijkheid, maar geen macht of beslissingsrecht, en dat is dodelijk. Dan ben je de pineut.”

Yes, you can, dankzij antidepressiva

In ‘De depressie-epidemie’ reconstrueert Trudy Dehue de populariteit van het idee dat depressie louter een hersenziekte is. Het maakt een wereld van verschil of je de oorzaak van je neerslachtigheid zoekt in onvrede met je werk of een onverwerkt trauma of dat je de oorzaak legt bij een afwijkende serotonine-huishouding of verstoorde stofwisseling in het brein. Bij de eerse visie ga je op de divan liggen, bij de tweede slik je een pil. De tweede visie wint het vandaag moeiteloos. In de VS worden medicijnen al jaren rechtstreeks gepromoot naar de burger, inclusief agressieve antidepressivacampagnes waarbij de farmaproducenten ook werksituaties uitbeelden. De onderliggende boodschap: ‘Presteer beter, neem antidepressiva, of nog erger ‘Presteer beter dan je collega’s dankzij antidepressiva’. De advertenties tonen bijvoorbeeld zakenlui die op het punt staan een belangrijke deal te sluiten, met als baseline: ‘Paxil (een belangrijk antidepressivum sinds de jaren ‘90 in de VS, is bij ons al even populair onder de naam Seroxat) show them they can.’ Of: Antidepressiva, bijna als een lifestyledrug, om beter te functioneren.

Zover zijn we hier nog niet. Maar als het regent in de VS, druppelt het in Europa. Ook in onze contreien ziet men een depressie steeds meer als een biologisch verankerde ziekte, die als dusdanig herkend en behandeld  wordt. De farma-industrie lanceert op tijd en stond nieuwe (varianten van) antidepressiva. Ze promoten vooral nieuwe producten, die veel duurder voor het RIZIV uitvallen, terwijl de generische even werkzaam zijn. Hun vertegenwoordigers maken de dokters het hof, al laat de ene dokter zich sneller verleiden dan de andere. Bij huisarts Staf Henderickx komen ze al zeven jaar niet meer over de vloer. “Ik krijg zelfs geen staaltjes meer, ik sta op hun zwarte lijst (lacht).” Hij schrijft slechts sporadisch antidepressiva voor, enkel bij zware depressies. “Voor mensen die totaal lusteloos zijn, hun dag-nachtritme omkeren,… Tegen anderen zeg ik: ‘Je hebt depressieve gevoelens, maar je bent niet depressief. Voor chronische werkstress is medicatie weinig op zijn plaats. Die mensen moeten hun leven op een andere manier invullen: meer bewegen, opnieuw met de natuur in contact komen, sociale relaties aanscherpen, of gewoon weer babbelen met de vrouw na het werk. Indien nodig schrijf ik ziekteverlof voor. Het kerkhof ligt vol met mensen die dachten dat ze niet konden gemist worden.”

Het neurobiologische model rond antidepressiva haakt perfect in op onze prestatiegerichte geneeskunde, waarbij artsen om het kwartier een nieuwe patiënt zien en snel tot een diagnose moeten komen. De patiënten verwachten van hun kant dat de dokter hen ‘iets goeds’ gaat voorschrijven. Tot 80 procent van alle antidepressiva worden voorgeschreven door huisartsen. De artsen die ik sprak, bevestigen dat er te veel antidepressiva worden voorgeschreven bij lichte depressies. Een dokter met dertig jaar ervaring, die liever anoniem wenst te blijven, is formeel: “Heel wat mensen verwachten zonder inspanning of zelfreflectie zo snel mogelijk verlost te worden van hun problemen. Ze plaatsen de oorzaak buiten henzelf en zien depressie als een griep, maar dan in hun hoofd. ‘Ik voel me wat down, kan je me niets voorschrijven?’ Als die pillen al helpen, is het vooral dankzij het placebo-effect. Maar als we tijdelijke neerslachtigheid gaan catalogiseren als psychische stoornis, zijn we heel ver van huis.”
Toch is het volgens Paul Verhaeghe te gemakkelijk om artsen of de farma-industrie met alle zonden des Israëls te overladen: “Er is gewoon een markt voor, en de farmabedrijven spelen daar op in. Het heeft een groot onethisch gehalte, maar de vraag blijft: waarom slikken wij het zo vaak, letterlijk en figuurlijk?”

Middelmatigheid: modern taboe

De voorbije maanden sprak ik met zes werknemers tussen de 25 en 60 die aan de antidepressiva zitten of zaten. Bij vier op zes speelde ‘het werk’ een relevante rol in hun gebruik van medicijnen, soms in combinatie met andere factoren, zoals een onverwerkt trauma als een scheiding. Hun profiel? Zeer betrokken werknemers die de lat voor zichzelf hoog leggen. De helft voelde zich onvoldoende gesteund door zijn leidinggevenden of zelfs “in de steek gelaten”. Opvallend: twee onder hen werken als verzorgende of verpleegkundige in rusthuizen. Zij klaagden vooral over de hoge werkdruk. Twee van de zes werknemers functioneerden beter dankzij de antidepressiva, bij de anderen was de werking discutabel. Opvallend: allemaal hadden ze minstens twee of meer antidepressiva uitgeprobeerd, vooraleer ze een merk vonden waarbij de neveneffecten meevielen. Twee getuigen namen regelmatig ziekteverlof vanwege de nijdige nevenwerkingen, zoals duizeligheid en concentratieverlies.

Misschien is er ook nog een ‘filosofische’ verklaring waarom antidepressiva nu zo populair zijn. Vandaag regeert het idee van de ‘maakbare mens’. Iedereen is zelf 100 procent verantwoordelijk voor zijn succes. In een samenleving die een sterke nadruk legt op excelleren en jezelf van de rest onderscheiden, creëer je vanzelf ook ‘verliezers’ die niet aan hun eigen of door anderen opgelegde verwachtingen voldoen. Filosoof Joep Dohmen schreef vorig jaar een ontluisterend boek over de pijn van het middelmatig zijn: ‘Brief aan een middelmatige man’. Middelmatigheid is een modern taboe geworden. ‘Ervoor gaan’, ‘de top bereiken’ staan met stip genoteerd in de Bijbel voor de Carrièremaker. En dat begint volgens psychotherapeut Verhaeghe al op heel jonge leeftijd. “Uw kind moet ook al top zijn. Straks heb je op school nog twee soorten kinderen: ofwel zijn ze hoogbegaafd, ofwel krijgen ze stoornissen opgeplakt.” Ook kinderen krijgen soms antidepressiva voorgeschreven.

Helaas, zo stelt filosoof Dohmen, zijn we bijna allemaal veroordeeld tot middelmatigheid. Dat blijkt al uit de Gauss-curve, een statistische basisgrafiek die op heel veel domeinen geldt, waarbij de meeste mensen ergens in het midden scoren. De meeste lieden denken echter dat ze beter dan gemiddeld presteren: in hun job, sport of seks. Tot ze erachter komen dat ze tot die grijze middelmaat behoren. Zo groot de teleurstelling, zo klein is vaak de stap naar een instantremedie. Of: de antidepressivapil als ultieme verontschuldiging voor het eigen falen.

Om met een positieve noot te eindigen: misschien moeten we met z’n allen de lat net iets minder hoog leggen, streven naar een familiale werksfeer in plaats van een homo homini lupus-sfeer, én zorg dragen voor elkaar: op het werk én daarbuiten. Onze sociale zekerheid zal er wel bij varen.

<< Terug naar het coververhaal