Cover - Hoe onze bedrijven de Chinese draak bekampen

China is niet alleen de werkplaats van de wereld, de Chinese draak verovert zelf ook de wereld met overnames en allianties. En dat zullen onze bedrijven en sectoren geweten hebben.

“Alles verandert pijlsnel en fundamenteel. Elk exporterend bedrijf in België moet zijn hele speelveld in vraag stellen. Tien jaar geleden volstond het om elke twee jaar een strategische denkoefening te houden. Nu moeten bedrijven zich voortdurend aanpassen, vooral onder de Chinese druk”, zegt Filip Abraham (K.U.Leuven). Samen met Jan Van Hove (K.U.Leuven en H.U.Brussel) onderzocht hij hoe zwaar de Belgische uitvoerende bedrijven lijden onder de Aziatische concurrentie. “Er is minder tijd om te reageren. Want er duiken plots Chinese concurrenten op die er vroeger niet waren. Bedrijven waarvan het management niet beweegt, zijn ten dode opgeschreven."

Het werd een uniek onderzoek omdat ze vertrokken van een databank met 7 miljoen gegevens over bijna 30.000 Belgische bedrijven die industriële goederen exporteren. Jan Van Hove: "We weten welk bedrijf welke industriële producten uitvoert naar welke landen. Die cijfers schetsen tussen 1998 en 2006 een diepgaande evolutie. We zien enorme verschillen tussen de sectoren en tussen de bedrijven. Iedereen voelt een sterk Aziatisch effect, maar sommige bedrijven gaan daar goed mee om, anderen lijden er echt onder."

De economen gaan in tegen het algemene gevoel van machteloosheid. Filip Abraham: “De concurrentie is hard, maar we mogen niet vervallen in paniekreacties. We staan niet voor het einde van het Avondland. Onze bedrijven staan meestal flink hun mannetje. Het feit dat we na die acht jaar vaststellen dat er nog steeds ongeveer 25.000 exporterende bedrijven zijn, is een teken van dynamiek: ze overleven. De Belgische bedrijven zijn veel dynamischer dan bijvoorbeeld hun Franse collega’s die sneller besluiten niet langer te exporteren en zich terugplooien op hun binnenlandse markt. Omdat onze economie zo klein is, zijn de Belgische bedrijven verplicht heel snel over de grenzen te gaan.

Het is niet de eerste keer dat onze bedrijven onder druk komen te staan. In de jaren zeventig toonden de Japanse en de Koreaanse groepen zich aan de wereld. Daarna ging Oost-Europa open en nu is het de beurt aan China en India. Iedere keer klonk het: nu is het gedaan met onze bedrijven. Maar telkens heroriënteren en herpakken ze zich. Wel maken we voor het eerst in honderd jaar de opkomst mee van een nieuwe wereldmacht.”

Automatisering brengt redding

Abraham en Van Hove merken enorme verschillen tussen sectoren en tussen bedrijven: "Het is een heel genuanceerd verhaal. Sectoren waarin automatisering mogelijk is, zoals chemie, plastic en voeding, doen het goed op de buitenlandse markten. Ook de producenten van lederwaren schieten er telkens heel positief uit. Met hun luxeproducten  mikken bijvoorbeeld Delvaux en Ambiorix Schoenen op een wereldwijd clienteel dat kwaliteit eist. De machinebouwers specialiseren zich sterk en kunnen in hun niches standhouden. Vanuit Azië is er enorm veel vraag naar allerlei machines. De Duitse en de Zwitserse economie draaien daar nu volop op. Wij pikken ons graantje mee. België is immers economisch de zeventiende deelstaat van Duitsland.”

Omgekeerd lijden de schoennijverheid, de steenbewerking en de hout- en meubelnijverheid echt onder de buitenlandse druk omdat ze zo arbeidsintensief zijn. Ook de textiel werd flink door elkaar geschud door de Chinese concurrenten, maar heeft zich gedeeltelijk herpakt, onder andere omdat de textielsector reeds lang voor de opkomst van China hevige concurrentie ondervond uit lageloonlanden zoals Korea en Taiwan. Fa Quix, directeur van Fedustria, de federatie voor textiel en hout: “Sommige bedrijven hebben een deel van hun productie verschoven naar Oost-Europa of zelfs naar India en China. De massaproducten verhuizen naar die landen, terwijl ze de hoogwaardige productie hier houden. Zo’n reconversie is dikwijls heel zwaar. Een subsector als de meubelstoffen heeft het nog steeds moeilijk omdat hun nieuwe creaties heel snel gekopieerd worden.”

Traditioneel voeren de Belgische bedrijven vooral uit naar de buurlanden, iets minder naar de EU-15 en nog minder naar Azië en Amerika. Toch is die verre export essentieel, want het grote groeipotentieel zit in de nieuwe groeilanden. Gelukkig tonen de nieuwste statistieken aan dat onze export naar China de voorbije drie jaar steeg met +78%, naar Brazilië + 53%, India + 40% en Rusland + 27%. Omgekeerd daalt het aandeel van de EU in onze export van 78% in 2008 naar 70% dit jaar. “Blijkbaar zijn onze bedrijven wakker geschud. Na de crisis heeft de uitvoer zich snel hersteld. Die positieve trend is hoopgevend”, aldus Filip Abraham. “Maar dat is praktisch alleen weggelegd voor de grotere bedrijven. Je hebt een bepaalde schaal en een zekere productiviteit nodig om je producten naar verre landen te sturen. Hoe groter en hoe productiever, hoe meer ze leven van die verre export.”

De grootte van een onderneming is cruciaal. Dat weet ook Fa Quix: “De grote meerderheid van onze textielbedrijven telt geen vijftig werknemers. Zij zijn niet groot genoeg om de nodige omschakeling te maken. De grotere bedrijven verkennen nieuwe markten met andere producten of verschuiven hun massaproductie naar Turkije of India, waarbij hun Vlaamse fabrieken de hoogwaardige stoffen blijven maken."

Sleutelrol voor hooggeschoolden

Een hogere arbeidsefficiëntie leidt tot meer export. Of is het omgekeerd, dat een bedrijf de buitenlandse markt nodig heeft om een hogere efficiëntie te bereiken? Filip Abraham: "Een bedrijf wordt productiever en kan daardoor zijn kans wagen over de grenzen. Het zijn alleen organisaties met een hoge productiviteit die het zo waarmaken.”

Jan Van Hove: "Hier speelt een zeker innovatie-effect: die hooggeschoolden zorgen voor vernieuwing en efficiëntie. Een bedrijf dat goed draait, zal op zoek gaan naar meer hersenen om zijn strategie waar te maken. Dat is zeker zo als de ondernemer kiest voor meer vernieuwing of meer kwaliteit. Anders zal dat nooit lukken. Dankzij hun goede exportprestaties slagen vele Belgische bedrijven er dus in om de tewerkstelling - vooral die van geschoolde en ervaren werknemers - te behouden en zelfs te verhogen."

De twee basisingrediënten van een succesvolle aanpak zijn interne groei en productiviteit. Jan Van Hove: "Uit onze studie blijkt dat in bijna alle sectoren het uitbreiden van het productaanbod en een verhoging van de kwaliteit een goede strategie blijkt te zijn. Sommige bedrijven trekken zich gewoon terug uit die markten. Anderen zoeken hun heil in gespecialiseerde niches. Nog andere positioneren zich in een hogere kwaliteit.”

Vooral onder druk van de Aziatische concurrentie zullen Belgische bedrijven vaak hun productaanbod verruimen: "Dat is wel typisch voor ons land. In Frankrijk en Duitsland zullen exporteurs zich meer specialiseren: ze gaan zich nog meer toeleggen op hun kernproduct. Belgische ondernemers kiezen de andere weg: ze vergroten hun productportfolio en zullen meer aanbieden. Dat duidt op een grote dynamiek: ze proberen het beste er uit te halen.”

Een nieuwe kans met de uitvoer van diensten?

"Voorlopig zijn we nog een land dat dienstverlenende bedrijven aantrekt. Brussel en Antwerpen krioelen van de kantoren van buitenlandse dienstenbedrijven, die worden aangetrokken door de vele hoofdkwartieren hier. Maar nu de Europese dienstenrichtlijn in de verschillende lidstaten wordt uitgerold, ontstaat er een nieuwe Europese markt met minder beperkingen. Dit biedt de Belgische dienstverleners een kans. Ik denk hier zeker aan onze sociale secretariaten, ziekenhuizen, advocatenkantoren", aldus Jan Van Hove. "Maar dan zullen onze dienstenbedrijven zich wel anders moeten gaan oriënteren.”

Belgische sectoren die de Aziatische concurrentie goed hebben opgevangen

Sectoren die zwaar lijden onder de Aziatische concurrentie

Chemie en plastic

Hout en meubel

Lederwaren

Mineralen

Voeding

Automobiel

Edele metalen en diamanten

Schoenen

Machinebouw

Glas en steen

(bron: Abraham en Jan Van Hove, Can Belgian firms cope with the Chinese dragon and the Asian tigers? Working Paper Research, Nationale Bank van België, oktober 2010)
De Belgische bedrijven ondervinden de sterkste concurrentie uit China en Hongkong. Filip Abraham: “In alle landen waar Belgen naar exporteren, zijn nu ook Chinese ondernemingen aanwezig. Ze vormen een olievlek. Fenomenaal hoe snel de Chinese bedrijven hun operatieterrein uitbreiden. Elke Belgische onderneming die naar het buitenland wil, moet zich voorbereiden op een confrontatie met de Chinezen. Ze staan niet alleen achter de hoek, ze staan op uw drempel. Want ook in Europa zijn ze heel actief.” Zo kocht Lenovo vorige week nog een stuk van computerproducent Medion. Chinese groepen controleren vandaag al 118 Europese bedrijven. Zo is Volvo al Chinees, maar ook de Kruidvat-keten, de parfumeries van Ici Paris XL, delen van de havens van Antwerpen, Rotterdam en recent ook de Griekse haven Piraeus. Kenners verwachten dat de Chinese ondernemers de komende tien jaar voor 1.000 miljard euro overnames zullen realiseren van westerse bedrijven. Ze hebben een uitgesproken voorkeur voor Europa. Zuid-Korea en Singapore zijn veel minder een concurrent. En Taiwan is veeleer een bondgenoot. Taiwanese bedrijven zullen vooral samenwerken met onze ondernemingen, meestal als leverancier van elektronicaonderdelen.

Foto: Sofie Van Hoof