Cover: Hoe gaan Belgische bedrijven om met uitdijende obesitasepidemie?

In de VS is 1 op 3 extreem dik. Maar ook in België neemt het obesitasmonster in omvang toe. Super Size Me op de werkvloer? Onze bedrijven houden de BMI's van hun werknemers maar beter in de gaten.

De Vlaamse overheid trekt dit jaar 1 miljoen euro uit in de strijd tegen de obesitasepidemie. Daarmee geeft ze een krachtig signaal dat ze het probleem erkent en ernstig wil aanpakken. Maar wat doen onze bedrijven? Liggen zij wakker van opkomende zwaarlijvigheid bij hun werknemers en voeren zij een doorgedreven gezondheidsbeleid?

We worden met z’n allen te dik. 52 procent van de Belgen is te zwaar. 40 procent ervan kampt met overgewicht (BMI van 25 of meer) en 12 procent heeft obesitas (BMI van 30 of hoger). Onder de Belgische werknemers heeft bijna 1 op 4 last van overgewicht en lijdt bijna 18 procent aan obesitas. Bovendien is zeker 10 procent van de Belgische kinderen – onze toekomstige werknemers - al te dik. En de cijfers stijgen elk jaar. Experts waarschuwen voor een epidemische golf van obesitas binnen twintig jaar als er nu geen harde aanpak komt. Obesitas veroorzaakt én verhoogt het risico op allerlei chronische aandoeningen zoals hoge bloeddruk, diabetes type 2, gewrichtsproblemen, slaapapneu en zorgt voor een ingekorte levensverwachting met 4 tot 5 jaar. De ziekte kost jaarlijks bijna 1 miljard euro aan de ziekteverzekering en de economie deelt ook in de brokken: bedrijven verliezen jaarlijks een half miljard euro aan presenteïsme en ziekteverzuim: een werknemer met obesitas is gemiddeld zo’n 4 à 5 dagen per jaar extra afwezig, bovenop de 7 dagen afwezigheid van de gemiddelde werknemer.

Geen obesitasbeleid

“Tot vijf jaar geleden investeerden er maar weinig bedrijven in een gezondheidsbeleid”, zegt Lieven Annemans, hoogleraar gezondheidseconomie aan Universiteit Gent en VUB en Senior fellow bij de Itinera denktank. “De laatste jaren zijn er veel bedrijfsleiders gaan beseffen dat de gezondheid van de medewerker afstraalt op de gezondheid van het bedrijf. Bijna elk groot bedrijf heeft nu een preventiedienst die zich ook bezighoudt met campagnes of acties rond beweging of voeding. Maar maak je niet te veel illusies: erg doorgedreven is dat meestal niet. Sensibiliseren zullen ze wel nog doen, maar wanneer het gaat om de aanzet te geven tot andere eetgewoonten, zullen de meeste bedrijfsleiders al terughoudender zijn.”

Guido Moens, wetenschappelijk directeur van IDEWE, de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, ziet ook dat het voornamelijk de grote bedrijven zijn die inzetten op gezondheid. “Omdat ze vaak de middelen hebben én omdat hun preventiedienst groot en sterk genoeg is om samen te werken met de hr-afdeling. Maar ook hier moet ik een kanttekening maken: de meeste van onze klanten implementeren een algemeen gezondheidsbeleid, niet één dat specifiek gericht is op zwaarlijvige werknemers. En dat is ook logisch: geen enkel bedrijf wil een bepaalde groep werknemers stigmatiseren of met de vinger wijzen. Sommige bedrijven houden wel de BMI-waarden van medewerkers bij – zoals BASF - en koppelen die aan de cijfers over bepaalde aandoeningen of aan werkverzuim, maar ook dat is eerder uitzondering dan regel. Bij kmo’s en kleine zelfstandigen zien we heel weinig beweging. Zij zijn in de meeste gevallen nog niet overtuigd van het nut van een gezondheidsbeleid en vinden het momenteel niet prioritair om er in te investeren.”

Doe het in groep

IDEWE heeft meer dan 35.000 aangesloten klanten – waaronder Colruyt, Dexia, Acerta en de Vlaamse Gemeenschap - goed voor meer dan 350.000 werknemers en is actief in de industriële en dienstensector, in de openbare en in de privé-sector. “Waar we altijd op hameren bij gezondheidstrainingen –en briefings is dat er nooit op de man gespeeld mag worden”, zegt Moens. “Maak er een groepsaangelegenheid van, sluit niemand uit. Als je er alleen voor staat, is het aartsmoeilijk. Maar als je je gesteund voelt door je baas en je collega’s, sta je al veel sterker.”
“Probeer ook alle aspecten aan te pakken”, zegt Lieven Annemans. “Grote bedrijven kunnen daarin de trendsetters worden. Een bedrijf als Randstad doet het in die zin bijzonder goed: ze zijn erin geslaagd om van gezondheid een ware bedrijfscultuur te maken. Natuurlijk kan het rekenen op een uitgebreide preventiedienst en gaat het hier niet om een kmo. Maar eigenlijk hebben kmo’s geen excuses om niets te doen. Ze kunnen van alles ondernemen, zonder daar te veel geld aan te hangen. Met specifieke online programma’s en fora kom je al heel ver. Uit onderzoek blijkt dat die formules vaak zeer succesvol zijn en mooie resultaten opleveren. Wijzen op het bestaan van die fora kost de werkgever quasi niets. Eigenlijk gaat het vooral over de manier waarop je je personeel benadert: affiches ophangen over het nut van de trap nemen in plaats van de lift, moet je niet na twee weken al weghalen en vervangen door affiches over andere onderwerpen. Het helpt ook niet om gezonde voeding in het bedrijfsrestaurant aan te bieden, als je ook nog een toog met vette snacks hebt.

Dat een kmo wel degelijk inspanningen kan leveren, bewees bouwonderneming Durabrik nog in november 2010, toen het bedrijf uitgeroepen werd tot gezondste onderneming van het jaar. De kmo met 180 werknemers stelt onder meer een fitnesszaal, fruitmanden en yoga- en Mindfulness-sessies ter beschikking aan haar personeel.

Struisvogelpolitiek

De werkvloer is de uitgelezen plek om veranderingen door te voeren. We brengen het grootste deel van onze dag door op het werk. Bovendien leent de omgeving van het werk zich daar perfect toe: aangezien je er toch al bent, waarom zou je dan niet mee doen? Een gemotiveerde preventiedienst die samenwerkt met de hr-afdeling kan al veel werk verzetten. Door douches te installeren, fietsen ter beschikking te stellen, een fietsvergoeding aan te bieden of loopevents te organiseren. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat gezondheidsacties een niet te onderschatten impact hebben. Een uurtje beweging of sport zorgt voor een hogere productiviteit en betere concentratie. Moens: “We boeken soms mooie resultaten, maar om echt mooie effecten te creëren moet er iets veranderen in de mentaliteit en het gedrag van werkgevers en werknemers. Veel werkgevers doen aan struisvogelpolitiek en geloven niet in de ernst of de omvang van de situatie. Omdat het niet relevant of duidelijk zichtbaar is, omdat het hen ogenschijnlijk niets oplevert in return of omdat ze er nog geen directe gevolgen van ondervinden in de cijfers. Vergelijk het met de mentaliteit rond roken: rokers zijn zich wel bewust van het risico dat ze lopen, maar ze stoppen niet omdat de gevolgen ervan zich pas veel later manifesteren.”
Maar roken verbieden op het werk of op café is één zaak. Mensen een ander eetpatroon opleggen of dwingen om aan sport te doen is veel moeilijker. Bovendien komt daar ook de privacykwestie bij kijken: kun je je als werkgever mengen in dergelijke persoonlijke beslissingen? “Dat is waar veel bedrijfsleiders bang voor zijn: om zich in te laten met de privacy van hun werknemers”, zegt Moens. “Ze zijn bang dat ze zullen stigmatiseren en in aanvaring zullen komen met hun personeel, waarbij ze beschuldigd kunnen worden van discriminatie.”

Veel werkgevers voelen zich ook niet geroepen in gezondheid te investeren omdat ze het zien als de taak van de overheid. Annemans: “Werkgevers zien gezondheid als een overheidsdomein dat niet veel te maken heeft met wat er zich op het werk afspeelt. Bovendien vindt de bedrijfswereld dat de overheid meer zou kunnen doen dan campagnes oprichten. En de overheid op haar beurt vindt dan weer dat de bedrijven te weinig inspanningen leveren. Op die manier wordt de hete aardappel natuurlijk voortdurend doorgegeven.” Volgens Annemans zou co-financiering een haalbare oplossing kunnen zijn. “Publiek-private initiatieven waarin mensen gesensibiliseerd worden en waarin zowel de overheid als de bedrijfswereld een duit in het zakje doen, kunnen mooie resultaten boeken. In de VS, waar ze al veel langer vertrouwd zijn met obesitas, zijn daar wel originele oplossingen voor uit de bus gekomen. Zo kunnen werkgevers die kunnen aantonen dat ze actief beleid voeren tegen zwaarlijvigheid, door bijvoorbeeld de werknemers te stimuleren meer te bewegen, of sportfaciliteiten aan te bieden, rekenen op een vermindering in belastingen.”

Enkele opmerkelijke cijfers

50%

Onder de Belgische werknemers heeft bijna 1 op 4 last van overgewicht en lijdt bijna 18 procent aan obesitas. In de bouwsector of de transportsector liggen de cijfers opmerkelijk hoger. Cijfers uit 2005 tonen aan dat in de bouwsector van de 35-44-jarigen al meer dan 50% aan overgewicht leed. Bij mannen - alle sectoren en leeftijden samengenomen -is dat 62% (2009), terwijl dat in 1993 nog maar 56% was. En de BMI stijgt met de leeftijd: boven de 55 jaar is al bijna 74% van de mannen zwaarlijvig (BMI van 25 of meer).

1 op 3

In de VS is de situatie nog een pak ernstiger: daar is 1 op 3 Amerikanen obees (BMI van 30 of meer). Ter vergelijking: in 1985 legde de VS dezelfde obesitas-cijfers als België voor. Twintig jaar geleden waren er nog maar 4% obese kinderen in de VS, nu zijn er dat al 16%. Ondanks herhaaldelijke pogingen is er tot nu toe geen enkele Amerikaanse staat in geslaagd de doelstelling van Healthy People 2010 te halen, de campagne die voorschreef dat elke staat zijn aantal inwoners met obesitas tot 15% zou moeten doen slinken. Voorlopig blijft de norm op 30% hangen. Momenteel lopen de totale medische kosten van de obesitasepidemie in de VS op tot 93 miljard dollar per jaar.

Tekst: Marjorie Blomme
Foto: Griet Dekoninck