Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Column An Olaerts: “Wie werk verzet los van internet is een kieken. Of een stielman. Of een verpleegster.”

Op mijn bureau lag een stapel gele gidsen. Daarin zocht ik iedereen uit alle zones op. Wie een nummer had, kreeg telefoon. Het was een tombola van altijd prijs, voor slagers, archivarissen, rozenkwekers, de exen van bekende zangeressen en onbeleefde kabinetchefs.

Zat ik met een vraag dan belde ik. Soms kreeg ik antwoorden en soms ook niet. Ja, er zit varkensvlees in kipkap. Oh, maar Nonkel Bob had verschillende tantes. Nee, met cactussen valt meer geld te verdienen. Pfft, zij eet nu frieten in de Quick om mij te jennen. Wat is dat voor een vraag? Noemt gij dat journalistiek? Een rioolrat, dat zijt gij! Kortom, de telefoon was troef.

's Avonds was mijn oor warm en dik. Het bewees dat ik hard werkte, helemaal zonder internet. Geen mens die nog verstaat hoe het in godsnaam mogelijk was. Als nu de server plat ligt, begint iedereen te schreeuwen, lijdt de economie verlies en moeten er meteen hulpkonvooien worden georganiseerd. Zonder Google gaat er niets meer en gele gidsen zijn slecht voor het milieu.

Wie werk verzet los van internet is een kieken. Of een stielman. Of een verpleegster. Of zelfverklaard een dieptegraver. Internet is een juveniel medium, zegt hij. Wuft bovendien, en nefast voor mijn attention span. Maar de ordinaire nijveraar heeft internet nodig om zijn werk te kunnen doen. Vandaar de verontwaardiging als er geen internet is. Of als klachten daaromtrent niet ernstig worden genomen.

Owee de it'er die het waagt om te zeggen dat hij  eens zal komen kijken, om vier uur. Terwijl er in noodgevallen maar één bijwoord is dat deugt: Nu! En dat ze op de geoutsourcete helpdesk alstublieft hun mond houden over de kabel. Want die heb je al twintig keer uitgetrokken. Net zoals je de computer al twintig keer hebt uitgezet. Een leek weet weliswaar niet hoe iets werkt, maar hij merkt wel wanneer iets niet werkt. Je kan niet op intranet. Je verwacht een belangrijke mail. En waarschijnlijk ben je een hele ochtend aan werk kwijt. Maar it'ers zijn allemaal relativo's. Geen computerprobleem op aarde of het is een ingebeeld probleem. Sussen doen ze en troosten, alles behalve helpen.

Tot je jezelf ineens hoort zeggen: Mijnheer, als u mij nu nog één draad doet uittrekken dan kom ik ermee naar beneden. Fwiep! Een striem van stekker schuins over uw ribbenkast! Weet u wat het is, mijnheer? Het buitenechtelijke wifiworstje in het doosje onder mijn bureau. Het hangt er maar wat bij. Het dient tot niets. En iedere week krijgt het een lel van de mops van de poetsvrouw. Dat weet ik omdat ik het iedere week opnieuw moet goed steken. Het is kapot, mijnheer. Het is kapot, mijnheer! Het is wél kapot, mijnheer! Alsof ik het zou willen verzinnen. Breng wisselstukken mee, zeg ik u. Mijn internet werkt niet! En daarmee ikzelf ook niet! Bent u facilitair of bent u het niet? Slecht voor de economie bent u in ieder geval zeker. Enfin, ik zal me tot u eindelijk opduikt wel te drogen leggen tussen een gele gids. Het is tenslotte herfst voor iets. Klik. Soms is een telefoontje nog een troef.