Column An Olaerts: “Weinig succes op aarde of er is een ellendige leraar mee gemoeid.”

Pedagogen hebben er vast beet aan. En zelf geloof ik ook niet dat het helemaal juist is, als ik in de achtertuin sta te kijken hoe zijn moeder de strijk doet en zich bukt over een kleindochter. Welk raam zou het raam zijn van zijn slaapkamer, denk ik dan. Achter welk gordijn zou hij destijds huistaken hebben verbeterd? Aan welk simpel bureautje zou hij mij een onvoldoende hebben gegeven? Die lulhannes.

Waarover de verhandeling ging, ben ik vergeten, maar let op de verbindingswoorden. Die geven een tekst structuur. Bovendien. Daarnaast. Ten derde. Kortom. Het kwam ongetwijfeld weer van een oude man met baard en bril uit Knack. Hij haalde alles uit Knack. Het was een straf voor luitjes in de puberteit. Soit, in die tijd ging niemand naar school om zich te amuseren. Je zat er omdat je van niks wist, en zelfs dat niet wist. In het beste geval hield je je mond en deed je je best. Ik deed mijn best voor Nederlands omdat ik daar het meeste plezier aan beleefde, plezier overigens dat ik me nooit zal laten afpakken. Maar toen scheelde het niet veel.

Ik kreeg mijn ruitjesblad terug, zag rode inkt en vier armzalige punten. De gierigaard deed mij de duvel aan. Terwijl hij Tamara met de dikke borsten, de spelfouten, de deodorant en de haarföhn in haar schoudertas een zeven had gegeven. En daarom sta ik twintig jaar later soms nog in die achtertuin naar zijn moeder te kijken. Omdat ik het na twintig jaar nog altijd niet wil verstaan. Omdat ik het niet eerlijk vond. En omdat ik moet blijven bewijzen dat hij zich lelijk vergiste. Hij kon voorspellen wat hij wilde, meesmuilend doen over mijn huistaken en mij een heel schooljaar lang onderwaarderen, maar het heeft niet geholpen. Of wie heeft hier het laatste woord?

Maar of het normaal is, is twijfelachtig. Wie staat nu in godnaam gelijk een wraakengel te spieden in een achtertuin. Een mens zou er nog bang van worden. Ik wou dat ik het kon laten, dat ik nooit meer aan hem dacht en dat mijn motivatie altijd nobel was. Helaas, bij iedere sprong die mijn carrière maakt, denk ik ongeveer hetzelfde: Heb je het gezien, onnozelaar? Ik vraag mij af hoelang het nog zal duren, hoeveel daadkracht de oude verontwaardiging nog zal bieden. Want, om eerlijk te zijn, soms vind ik het ziekelijk. Er is maar één ding dat me kan geruststellen: er zijn nog mensen die het hebben en ze zijn niet altijd van de minsten.

De beste zanger van dit land heeft precies hetzelfde. Hij is de zestig voorbij, heeft charisma met hopen, niets meer te bewijzen. En toch weet ik dat hij op mindere dagen zijn tuin in gaat om hout te hakken en te denken aan wijlen de leraar geschiedenis die hem ooit iets heeft gelapt, een scheef woord of een belachelijke profetie. Het maakt niet uit. Het heeft een puntig tandrad in gang gezet dat niet kan stoppen met draaien. Nooit. De motivatie gaat door. Ook bij zakenmannen. Hoe dikwijls laten ze zich in interviews anekdotes ontvallen van op school. Gebuisd op godsdienst, buiten gezet door het mens van aardrijkskunde en het motivatiewieltje draait een leven lang door. Weinig succes op aarde of er is een ellendige leraar mee gemoeid. Pedagogen hebben er vast beet aan.